Help

Download Adobe© Acrobat© Reader  Download Open Office software

Een aantal van deze publicaties wordt aangeboden in PDF-vorm of als Word document. Beschikt u niet over het nodige programma, Klik op het gewenste icoon hierboven en volg de instructies om de software te downloaden.

PDF-bestanden aanmaken

FWO - Subsidiewijzer - Reglement inzake Onderzoeksprojecten

Reglement inzake de Onderzoeksprojecten

Algemeen reglement

Achtergrond

Onderzoeksprojecten

Aanvragen

Evaluatie

Overeenkomst

Contractuele partijen

Duur en modaliteiten

Kostencategorieën

Overheadkosten

Betaling – verantwoording – controle

Algemene financiële bepalingen

Slotbepaling

 

Algemeen reglement

Het algemeen reglement is van toepassing.

Uitgebreide informatie, volledige reglementen en formulieren zijn on line beschikbaar.
Alle aanvullende inlichtingen kunnen worden bekomen op het secretariaat van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen, Egmontstraat 5 te 1000 BRUSSEL, telefoon 02 512 91 10.

Achtergrond

Art. 1. - De Vlaamse Regering verleent het FWO krachtens art. 169 van het Decreet betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap van 12 juni 1991 (Belgisch Staatsblad, 4/7/1991) een toelage ter ondersteuning van niet-gerichte onderzoeksprojecten (*).

In het kader van het Koninklijk Besluit van 18 januari 1965 (Belgisch Staatsblad 5/2/65) ontvangt het Interuniversitair Instituut voor Kernwetenschappen (IIKW) een federale toelage van het Federale Ministerie voor Economische Zaken en Energie (Overeenkomst van 12/4/1965).

Het Fonds voor Geneeskundig Wetenschappelijk Onderzoek (FGWO) wordt federaal betoelaagd door het federale Ministerie van Volksgezondheid (Overeenkomst van 7/11/1969, aangepast in 8/1971).

Het FWO beheert al de voormelde toelagen.

* Franse nomenclatuur: Programme de Recherche du Fonds de la Recherche Scientifique - Flandre (FWO). Duitse nomenclatuur: Forschungsprojekt des Fonds für Wissenschaftliche Forschung - Flandern (FWO). Engelse nomenclatuur: Research Programme of the Research Foundation - Flanders (FWO).

Art. 2. - De onderzoeksprojecten van het FWO hebben tot doel het bevorderen van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, op initiatief van de onderzoekers in alle disciplines.

Onderzoeksprojecten

Art. 3. - De Raad van Bestuur van het FWO kan toelagen toekennen voor onderzoek doorgevoerd aan universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap en in ambtshalve geregistreerde hoger onderwijsinstellingen (artikel 7 van het structuurdecreet), die de graad van doctor kunnen toekennen (artikels 54-55 van het structuurdecreet), eventueel in samenwerking met Vlaamse of Federale wetenschappelijke instellingen . Zo het onderzoek gebeurt in samenwerking met een hogeschool zal het worden uitgevoerd onder de leiding en de verantwoordelijkheid van een Vlaamse universiteit.

Een onderzoeksproject wordt uitgevoerd onder leiding van een promotor, eventueel in samenwerking met één of meerdere copromotoren.

Accent wordt gelegd op projecten, die het eigen onderzoek in een groter wetenschappelijk geheel onderbrengen.

Aanvragen

Art. 4. - De aanvragen om subsidies worden, via de onthaalinstelling van de promotor, ingediend in het Engels door middel van online ingevulde formulieren. Betrokken formulieren moeten op het secretariaat van het FWO toekomen, uiterlijk op 1 april om 17u00 van het jaar dat het budgettaire dienstjaar, waarop het krediet is aangevraagd, voorafgaat. Zo deze datum op zaterdag of zondag valt wordt de indienlimiet verdaagd tot de daaropvolgende maandag om 17u00. 

Art. 5. - Alle briefwisseling met het FWO gebeurt via de promotor  als verantwoordelijke woordvoerder. Tevens ontvangen de copromotoren een kopie van deze briefwisseling.

Art. 6. - Indien een onderzoeksproject doorgevoerd wordt in de schoot van één of meerdere universiteiten of wetenschappelijke instellingen of hogescholen, zal de aanvraag bovendien:

moeten bewijzen dat dit project verder reikt dan de huidige opdracht van de dienst of van de diensten, die er belang bij hebben, en dat de uitvoering ervan middelen vereist die de normale financiële mogelijkheden van bedoelde dienst(en) overschrijden;

het aandeel aanduiden - in speciën of in prestaties - van voornoemde instelling(en) in de verwezenlijking van het onderzoeksproject.

Evaluatie

Art. 7. - Voor de ex ante, intermediaire en ex post evaluatie van de dossiers doen de bestuursorganen een beroep op de wetenschappelijke commissies van het FWO. 

Art. 8. - De promotoren moeten aan het FWO een wetenschappelijk verslag voorleggen:

voor de in uitvoering zijnde projecten: het laatste jaar van de overeenkomst, een wetenschappelijk verslag, waarin de vorderingsstaat van het onderzoek evenals het nog uit te voeren gedeelte van het project wordt aangegeven, samen met de lijst van de eventuele wetenschappelijke publicaties.

voor de volledig afgewerkte projecten : bij het verstrijken van de overeenkomst, een eindverslag over de wetenschappelijke activiteiten waaraan de lijst van de publicaties met betrekking tot dit project moet worden toegevoegd.

Overeenkomst

Contractuele partijen

Art. 9. - De kredieten, door het FWO verleend, worden in een overeenkomst nader omschreven. De bij deze overeenkomst betrokken partijen zijn: 

De promotor en de copromotoren die de verplichting aangaan het gesubsidieerde onderzoek te ondernemen of verder te zetten.

§1. De promotor die ook de verantwoordelijke woordvoerder is  t.a.v. het FWO, dient tot het Zelfstandig Academisch Personeel van een Vlaamse universiteit (m.i.v.  ambtshalve geregistreerde hogeronderwijsinstellingen, die de graad van doctor kunnen toekennen),  te behoren of een gelijkwaardige functie te bekleden. Daarnaast kunnen ook nominatieve beneficianten van ERC Starting Grants, van ERC Advanced Grants of van Odysseus II toelagen promotor zijn.

§2. Alle copromotoren zijn onderzoekers op minstens postdoctoraal niveau. De copromotoren zijn verbonden aan een Vlaamse universiteit, of een Vlaamse onderzoeksinstelling, of een Vlaams universitair ziekenhuis, of een federale wetenschappelijke instelling, waarbij de copromotor behoort tot het Nederlands taalkader.

§.3. Per onthaalinstelling dient minstens de promotor of één copromotor een aanstelling te hebben die de duur van het aangevraagde onderzoeksproject volledig dekt.

Het FWO dat de verbintenis aangaat om voor de duur van de overeenkomst, ieder jaar, de kredieten te verstrekken vereist voor de vergoeding van het toegekende personeel, wetenschappelijk en/of technisch, voor het aanschaffen van de apparatuur en voor het dekken van de werkingskosten. 

De onthaalinstelling. Er zal bepaald worden dat bij het verstrijken van de overeenkomst de onthaalinstelling zich geenszins tot een overname van de lasten verbindt. Zo de onthaalinstelling geen universiteit of wetenschappelijke instelling is, dan zullen de bestuursorganen, geval per geval, oordelen of betrokken onthaalinstelling al dan niet over de nodige infrastructuur ter realisatie van het project beschikt.

Art. 10 - In het bijzondere geval van onderzoek dat gemeenschappelijk door een promotor en copromotoren in verschillende onthaalinstellingen doorgevoerd wordt, dient iedere promotor en iedere onthaalinstelling bij de overeenkomst betrokken te zijn: het contract zal alle nodige bepalingen omvatten inzake het aantrekken van personeel, het beheer der toelagen en de eigendom van de toegekende apparatuur.

Duur en modaliteiten

Art. 11. - In beginsel duren de onderzoekscontracten vier jaar en zijn ze eventueel met maximum twee jaar hernieuwbaar. 

Art. 12. - Het opgemaakte contract zal eenzijdige verbrekingsclausules omvatten, die in ieder geval van vooropzegbepalingen zullen vergezeld zijn. 

Art. 13. - Het FWO zal de onthaalinstellingen verzoeken hun instemming te willen geven betreffende het doorvoeren, in hun lokalen, van het door het FWO ondersteund onderzoek. Het akkoord van de hoofden der onthaalinstellingen zal worden gevraagd aangaande de toegankelijkheid, voor onderzoekers van andere instellingen, tot de installaties ter beschikking gesteld door het FWO. 

Art. 14. - Daar de toelagen uitsluitend worden toegekend voor het uitvoeren van onderzoeksprojecten goedgekeurd door het FWO, zijn de promotoren verplicht ze alleen hieraan te besteden. Zodra hun aanwending deze verplichting niet meer nakomt, zullen de toelagen - of hun saldi - moeten terugvallen aan het FWO. 

Art. 15. - Elke fundamentele verandering van het in uitvoering zijnde onderzoeksproject moet het voorwerp uitmaken van een onderzoek, gelijk aan die voor een nieuwe aanvraag en zal in een aanpassing van de overeenkomst, die de oorspronkelijke overeenkomst niet verlengt, worden opgenomen. Elke gedeeltelijke wijziging van het onderzoeksproject, alsook elke wijziging van de voorziene uitgaven, moeten vooraf de goedkeuring van het FWO bekomen.

Kostencategorieën

Art. 16. – Voor de uitvoering van onderzoeksprojecten kan het FWO personeelskredieten, werkingsmiddelen en middelen voor apparatuur toekennen.  De voor een bepaalde post toegekende kredieten kunnen niet naar een andere post overgedragen worden, tenzij in de gevallen limitatief bepaald in dit reglement. 

Aan de promotoren en copromotoren kan geen enkele bezoldiging of cumulatie met een bezoldiging worden toegestaan in het kader van een FWO-onderzoeksproject, tenzij de bestuursorganen een afwijking toestaan.

1) PERSONEEL

Art. 17. - Zo de promotoren de toelating hebben in het kader van overeenkomsten door het FWO gesteund, personeel aan te trekken, dienen de aanstellingen te geschieden in overeenstemming met de terzake geldende wettelijke bepalingen en overeenkomstig de vergoedingen en reglementen van kracht in de onthaalinstelling, (in het overgrote deel van de gevallen dus volgens het stelsel van toepassing in de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap) voor wat betreft de hiërarchie der graden, de vereisten voor aanwerving en bevordering, alsmede de bezoldigingen.
De onthaalinstellingen kunnen desgewenst bijkomende eisen stellen.

De wetenschappelijke personeelsleden dienen aan de voorwaarden te voldoen om zich aan een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap in te schrijven voor een doctoraat of houder te zijn van een diploma van Doctor op proefschrift of van een diploma of certificaat dat wettelijk of in toepassing van de richtlijnen van de Europese Unie of een bilateraal akkoord hiermee als gelijkwaardig wordt erkend, conform de bepalingen van het Decreet betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap van 12 juni 1991, art. 60 (Belgisch Staatsblad, 4/7/1991).

Binnen de objectieven, door het project gesteld, zal het onderzoek, zo mogelijk derwijze worden georganiseerd dat het voor de predoctorale onderzoekers kan leiden tot een doctoraat op proefschrift.

Jaarlijks voor 30 april bezorgt de onthaalinstelling aan het FWO een lijst met een overzicht van het personeel op de verschillende FWO-projecten.  De lijst wordt opgedeeld per project/budget en vermeldt volgende gegevens: naam, voornaam, geboortedatum, nationaliteit, datum in dienst, datum uit dienst, tewerkstellingspercentage, contractsoort, statuut (BAP - doctoraatsbursaal, BAP – WM, ATP, …) en hoogst behaalde diploma en een verklaring van de onthaalinstelling dat het wetenschappelijk personeel aan de gevraagde voorwaarden voldoen.  De personeelsuitgaven op onderzoeksprojecten van het FWO, die niet aan deze voorwaarden voldoen, worden verworpen.

Art. 18. - Verantwoording van personeel: Personeelskosten kunnen enkel verantwoord worden indien personeel opgenomen is in de overeenkomst en omvatten:

personeel door de onthaalinstelling (als werkgever) aangeworven met een arbeidsovereenkomst;

beurzen (met inbegrip van beurzen, onderworpen aan de sociale zekerheid, voortvloeiend uit de uitnodiging van een gastonderzoeker in de onderzoekseenheid).

Is uitgesloten: elke andere vorm van vergoeding, op basis van geleverde prestaties (d.w.z. prestaties zonder opmaak van een arbeidsovereenkomst en niet onderworpen aan enige vorm van sociale zekerheid).

De forfaitaire personeelsbedragen worden jaarlijks aangepast en gemeld aan de onthaalinstellingen.

Voor 2010 en 2011 bedraagt een voltijds equivalent:

voor een wetenschappelijke eenheid: 60.000,00€

voor een technische eenheid: 50.000,00€


Het maximale bedrag dient gerespecteerd te worden, men dient zich echter niet noodzakelijkerwijze te houden aan het aantal toegekende posten.

Daar de verantwoordelijkheid inzake de uitvoering van het project, zowel wetenschappelijk als financieel, bij de promotoren ligt, kunnen zij zowel voltijds, halftijds als deeltijds wetenschappelijk of technisch personeel aanwerven.

De personeelskredieten zijn bestemd voor de vergoeding van wetenschappelijke of technische medewerkers, gedurende de looptijd van de voor de uitvoering van het project door betrokken partijen ondertekende overeenkomst  en het daarop volgende jaar.

Positieve saldi  van het toegekende personeelskrediet kunnen tot maximum één jaar na de einddatum van de overeenkomst worden aangewend voor de bezoldiging van personeel  en tot  twee jaar na de einddatum van de overeenkomst als bijkomende werkingskosten.  Negatieve saldi van het personeelskrediet kunnen worden verhaald op het werkingskrediet, voor zover het totaal  toegewezen bedrag niet wordt overschreden. 

Vakantiegeld bij uitdiensttreding van personeelsleden, dat ofwel 3/4 van de duur van het project, ofwel ten minste drie opeenvolgende jaren op één of meerdere projecten van het FWO stond, kan worden verantwoord op een afzonderlijk daarvoor voorziene begrotingspost. Dit vakantiegeld bij uitdiensttreding is dus niet ten laste van het forfaitaire personeelskrediet. Voor personeel dat niet aan de gestelde voorwaarden voldoet dient dit wel op het forfaitaire personeelsbedrag van het project aangerekend te worden.

2) UITRUSTING

Art. 19. - Apparatuur: Alle materiaal, verworven dankzij een werkings- of uitrustingskrediet van het FWO, wordt eigendom van de universiteit of van een instelling voor wetenschappelijk onderzoek waaraan de titularis van het krediet verbonden is of van een hogeschool, krachtens een afspraak met een Vlaamse universiteit die in de aanvraag wordt opgenomen.

Deze instelling verbindt er zich nochtans toe het bedoelde materiaal ter beschikking te laten van de onderzoeker, gedurende de tijd die vereist is voor het afwerken van het onderzoek waarvoor het werd toegekend. Bovendien gaat ze de verbintenis aan het materiaal noch te verkopen, noch uit te lenen zonder de instemming van het FWO.

Ingeval het materiaal slechts mits bijdrage van een vreemd krediet kon worden aangekocht, beslissen de bestuursorganen van het FWO in overleg met de betrokken autoriteiten, over de eigendomskwestie.

Het materiaal, aangekocht met een krediet van het FWO, door een onderzoeker die geen deel uitmaakt van de kaders van een universiteit, van een gelijkgestelde inrichting of van een Vlaamse of Federale wetenschappelijke instelling, blijft eigendom van het FWO. De houder van dergelijk materiaal verbindt er zich toe het in volmaakte staat - behoudens wat de normale slijtage of gevallen van overmacht betreft - terug in te leveren wanneer het hem niet langer meer van dienst is.

Art. 20. - Op de post apparatuur kan enkel de apparatuur die voor het project noodzakelijk is en die in de kredietaanvraag wordt vermeld, worden verantwoord.

Zo andere apparatuur dan deze vermeld in het aanvraagformulier zal aangekocht worden, dan dient dit vooraf bij het FWO te worden aangevraagd.

Op de post apparatuur is de verantwoording van werkings- en personeelskosten uitgesloten.

Uitgaven worden aanvaard zo ze gedateerd zijn tijdens het jaar van toekenning en de twee daaropvolgende budgettaire jaren.

Uitzonderlijke en grondig gemotiveerde verzoeken tot verlengingen moeten ten laatste tegen 30 november van het derde begrotingsjaar aan het FWO bezorgd worden en kunnen slechts voor maximum zes maand toegekend worden.

3) WERKING

Art. 21. - Werkingskredieten:

Als werkingskredieten kunnen volgende kosten verantwoord worden, voor zover ze in de originele aanvraag vermeld zijn:

de normale werkingskosten, noodzakelijk voor de uitvoering van het project;

vergoedingen op basis van geleverde prestaties niet onderworpen aan enige vorm van sociale zekerheid van o.a. jobstudenten, enquêteurs en/of onkosten, voortvloeiend uit de uitnodiging van een gastonderzoeker in de onderzoekseenheid..., vooraf te melden;

kleine apparatuur van minder dan 20.000 EUR per eenheid, noodzakelijk voor het project;

kosten van studieverblijven en deelname aan congressen in het buitenland voor zover deze in de lijn liggen van het toegekende navorsingsproject..., vooraf te melden;

aankoop van wetenschappelijke literatuur over de thematiek waarop het onderzoek betrekking heeft;

negatieve saldi van het personeelskrediet;

verplaatsingskosten in België.

 

Uitgaven worden aanvaard zo ze gedateerd zijn tijdens de looptijd van de voor de uitvoering van het project door betrokken partijen ondertekende overeenkomst  en de twee  daarop volgende jaren.

Uitzonderlijk en grondig gemotiveerde verzoeken tot verlengingen moeten ten laatste tegen 30 november van het laatste jaar van de door  het reglement toegestane aanwendingsduur, zijnde de duur van de ondertekende  overeenkomst plus twee jaar, aan het FWO worden bezorgd en kunnen slechts voor maximum zes maand worden toegekend.

Overheadkosten:

Art. 22. - Op voorwaarde dat dit door de overheid wordt toegestaan kunnen overheadkosten aan de onthaalinstellingen worden uitgekeerd volgens de door de overheid en het FWO nader te bepalen richtlijnen. Buiten deze overheadkosten mogen onderstaande rubrieken niet op een krediet van het FWO geheven worden:

de huur, verwarming, verlichting, onderhoud van de lokalen en meubilair, daar dit kosten zijn die normaliter door de onthaalinstelling dienen gedragen te worden;

de beheers- of administratiekosten.

Betaling – verantwoording – controle

Art. 23. - financieel verslag (rapportering) - betaling

§1. Per project wordt in de maanden april en juli een voorafbetaling van telkens 25% van het toegekende krediet, inclusief de overhead op het toegekende krediet in verhouding met de voorafbetaling en exclusief de kosten voor de personeelsadministratie berekend op basis van de personeelsuitgaven, van het betrokken jaar overgemaakt aan de onthaalinstelling.    De kosten voor de personeelsadministratie op basis van de personeelsuitgaven worden berekend en uitbetaald bij de jaarlijkse afrekening en zitten vervat in de door het FWO vastgelegde forfaitaire personeelsbedragen.

§2. Na het betrokken jaar wordt er vóór 30 april per project een financieel verslag en een globaal financieel verslag overgemaakt aan het FWO.  In het financieel verslag wordt er een opdeling gemaakt per categorie/krediet (werking, personeel en uitrusting) en boekingsnummer en boekingsdatum of factuurdatum en een globaal totaal per semester.  In het globaal financieel verslag worden de totalen per semester per project opgenomen. Dit financieel verslag wordt afgetekend door  het hoofd van het departement financiën en een tweede verantwoordelijke (bijv. hoofd van de onderzoeksadministratie) ter staving dat de nodige controles werden uitgevoerd. Zij verklaren het financieel verslag voor “waar en echt”.

§3. Op basis van de financiële verslagen wordt het betrokken jaar definitief afgerekend, inclusief overhead, en het resterende deel van de verantwoorde uitgaven uitbetaald. Het resterende niet verantwoorde deel van het toegekende krediet wordt toegevoegd aan het krediet van  het jaar n+1.  Het resultaat is het totale beschikbare krediet voor het jaar n+1.

§4. De voorafbetalingen van het jaar n+1 zijn opnieuw twee schijven van 25% van het toegekende krediet.  Bij de berekening van de tweede schijf van 25% wordt het saldo van het jaar n toegevoegd, omdat de definitieve afrekening van het jaar n pas kan gebeuren na 30 april van het jaar n+1. Op dat ogenblik wordt het definitief budget van het jaar n+1 vastgesteld door bij het toegekend budget van het jaar n+1 het saldo van het jaar n toe te voegen.  Op dit definitief budget wordt de tweede schijf van 25% berekend.   Deze werkwijze is van toepassing voor de ganse looptijd van het project.

Art. 24. - Verantwoording/controle

§1 Systeemaudit

De onthaalinstellingen bezorgen jaarlijks voor 31 mei aan het FWO het commissarisverslag m.b.t. de gecontroleerde jaarrekening van het voorbije boekjaar.  Bij het laattijdig of niet bezorgen van dit verslag worden de betalingen opgeschort. 

§2. Globale reconciliatie FWO-projecten

Voor 30 april maakt iedere onthaalinstelling een verklaring van de bedrijfsrevisor, m.b.t. het voorbije boekjaar, over aan het FWO waarin meegedeeld wordt, zonder rekening te houden met de toegekende en aangerekende overhead, dat de door de onthaalinstelling ingebrachte uitgaven d.m.v. de financiële verslagen bij het FWO overeenstemmen met de boekhouding van de onthaalinstelling. Bij het laattijdig of niet doorsturen van dit verslag worden de betalingen opgeschort. 

§3. Projectaudit

Voor projecten vanaf 350.000 EUR wordt ter plaatse op het einde van het project een audit uitgevoerd door de bedrijfsrevisor van het FWO.  De audit rekent het project definitief af. De bedrijfsrevisor van het FWO dient zich uit te spreken of de financiële rapportering aan het FWO een getrouw beeld geeft van de bestedingen van de middelen. De audit door de bedrijfsrevisor kadert binnen de normen en aanbevelingen van het instituut der bedrijfsrevisoren. Aan de bedrijfsrevisor van het FWO worden op zijn vraag, door de onthaalinstelling, alle stukken ter beschikking gesteld  die hij nodig acht voor het uitvoeren van deze controleopdracht.  De kosten van deze audits worden gedragen door het FWO.

§4. Steekproefsgewijze controle

De FWO administratie zal steekproefsgewijs stukken, inclusief weddenfiches, van de projecten tijdens de looptijd opvragen en controleren.  Deze stukken kunnen elektronisch worden bezorgd.  Op dat ogenblik worden de opgevraagde verantwoordingstukken afgestemd met het dossier van de projectaanvraag.  De opgevraagde stukken worden binnen de 3 maanden overgemaakt aan het FWO. Deze werkwijze blijft gehandhaafd tot het definitief afsluiten van een project. Bij het laattijdig indienen of niet bezorgen van de opgevraagde stukken worden de betalingen opgeschort.

Indien er belangrijke lacunes worden gevonden m.b.t. projecten bij een onthaalinstelling op basis van deze steekproefsgewijze controles, kan het FWO aan zijn bedrijfsrevisor ook voor projecten van minder dan 350.000 EUR opdragen om een  projectaudit uit te voeren, overeenkomstig de bepalingen van artikel 24 – paragraaf 4.

In ieder geval behoudt de onthaalinstelling een recht van antwoord en kan de onthaalinstelling, ter ondersteuning, de bedrijfsrevisor van het FWO toegang verlenen tot het dossier van de bedrijfsrevisor van de onthaalinstelling.  De doelstelling van deze procedures bestaat erin om dubbele controles te vermijden. 

Art. 25. – De bepalingen in art. 23, § 1 t/m 4 en art. 24 § 1, 2  en 4 zijn niet van toepassing op de onthaalinstellingen met minder dan 15 lopende onderzoeksprojecten.  Het aantal lopende onderzoeksprojecten wordt jaarlijks op 1 januari vastgesteld.  Voor deze onthaalinstellingen is enkel de projectaudit van toepassing voor de projecten vanaf 350.000 EUR.  Voor de projecten van minder dan 350.000 EUR geldt dat per trimester de verantwoordingsstukken moeten worden doorgestuurd aan het FWO.

Algemene financiële bepalingen

Art. 26. - In géén enkel geval kunnen uitgaven ten laste worden genomen op kredieten toegewezen voor toekomstige begrotingsjaren. Dit houdt tevens in dat geen facturen worden aanvaard die dateren van vóór de begindatum van de overeenkomst.

Art. 27. - Het beheer van de verleende kredieten wordt toevertrouwd aan de boekhoudkundige dienst van de universiteit of de wetenschappelijke instelling waaraan de promotoren verbonden zijn. 

Art. 28. - Het begrotingsjaar vangt aan op 1 januari en eindigt op 31 december. 

Slotbepaling

Art. 29. - Voor alle gevallen die bij dit reglement niet zouden zijn voorzien, wordt er verwezen naar het reglement en de jurisprudentie van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen.  

 

21/10/2009

Meer informatie

Reglementen en procedures: 02-512 91 10 (Secretariaat FWO)
Technische problemen: FWO Helpdesk