Selectie
De evaluatiecritarie voor de
oproep zijn de volgende:
·
De kwaliteit van de onderzoeker zelf
(onderzoeksbekwaamheid
en -potentieel; publicaties in peer review tijdschriften en andere elementen
van het CV van de kandidaat; patenten, onderwijs,...; onderzoeksvaardigheid en
methodologie, wetenschappelijke achtergrond van de kadidaat; mobiliteit van de
aanvrager)
·
De wetenschappelijke kwaliteit van het voorgestelde project
(originaliteit
en vernieuwend karakter van het project; haalbaarheid van het project;
doelgerichtheid van het project; relevantie van het project; samenhang van het
project)
·
De context van de werkomgeving
(de kwaliteit van
de onderzoeksomgeving van de onthaalgroep; kwaliteit van de supervisie en
ondersteuning voor training van de onthaalgroep; potentieel om nieuwe
wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke vaardigheden te verwerven)
In geen enkel geval zijn de
wetenschappelijke prestaties van de kandidaat het enige criterium. Het panel
streeft naar een holistische evaluatie van elk voorstel, waarbij ook gelet
wordt op niet strikt wetenschappelijke aspecten zoals loopbaanonderbrekingen
(vb. carrièreonderbreking om familiale redenen), tewerkstelling in
andere contexten (intersectorale mobiliteit) en andere vruchtbare ervaringen
van de kandidaat.
Procedure
De evaluatieprocedure is
opgedeeld in verschillende stappen:
Controle ontvankelijkheid
De administratieve controle gebeurt aan de hand van de
criteria beschreven in 'Wie kan aanvragen'.
Het FWO vraagt een aanbevelingsbrief aan het hoofd van
de onderzoekseenheid.
Peer Review deel I: externe referenten
De aanvrager wordt gevraagd om tien externe referenten
voor te stellen.
Referenten dienen verbonden te zijn aan een
universiteit, onderzoeksinstelling of onderzoeksafdeling van een ander type van
organisatie en dit minstens op postdoctoraal niveau.
Zijn niet ontvankelijk als referent:
-
leden van de Raad van Bestuur van het FWO;
-
leden van een expertpanel van het FWO;
-
zij die een aanstelling genieten aan een Belgische universiteit, onderzoeksinstelling
of welke andere organisatie ook of, in het geval van onderzoeksoproepen in het
kader van bilaterale overeenkomsten, aan een soortgelijke instelling of
organisatie in het land waar de buitenlandse projectpartner werkzaam is;of, in
het geval van aanvragen voor mobiliteitskredieten, aan een soortgelijke
instelling of organisatie in het land waar de aanvrager heen wenst te gaan;
-
zij die een professionele aanstelling genieten aan een buitenlandse
instelling waar de aanvrager(s) in de loop van de laatste drie jaar
ingeschreven was/waren als student of professioneel aangesteld was/waren;
-
co-auteurs met de aanvrager(s) van een publicatie die ingediend of
verschenen is binnen de laatste drie jaar voorafgaand aan de uiterste
indiendatum voor de aanvragen;
Daarbij wordt
onder‘co-auteurschap’ begrepen:
-
co-auteurschap van een monografie waarvan ook de aanvrager mede-auteur
is;
-
co-auteurschap van een artikel of ander type van bijdrage aan een
verzamelwerk (boek, tijdschriftnummer, verslag, handelingen van een
congres,…) waarvan ook de aanvrager mede-auteur is.
Editors worden niet beschouwd als co-auteurs voor zover zij
in de desbetreffende publicatie niet ook een rol hebben opgenomen die valt
onder wat hierboven begrepen wordt als ‘co-auteur’.Co-editors van
de aanvrager zijn evenwel niet toegestaan als externe referent.
-
partners van de aanvrager(s) in een onderzoeksproject dat aangevraagd is
of liep binnen de laatste drie jaar voorafgaand aan de uiterste indiendatum
voor de aanvragen.
De aanvragers zijn er verantwoordelijk voor dat de
voorgestelde referenten beantwoorden aan de ontvankelijkheidscriteria. Bij
afwijking daarop wordt de aanvraag onontvankelijk verklaard.
In de aanvraagformulieren wordt de aanvrager bij de opgave
van de externe referenten gevraagd of alle kandidaat-referenten voldoen aan de
ontvankelijkheidsvoorwaarden. Zo neen, kan de aanvrager in een daartoe voorzien
tekstveld toelichten waarom deze meent de betreffende expert toch als referent
te moeten voorstellen. De aanvrager kan eveneens voorafgaand aan het indienen
van de aanvraag het FWO contacteren (via uw account in het e-loket), indien er
twijfels rijzen over de ontvankelijkheid van de voorgestelde referent. Zowel de
twijfelgevallen die zijn aangegeven in het aanvraagformulier via de vermelde
tekstvelden, als vragen die door de aanvrager zijn gesteld vóór
indiening worden voorgelegd aan de FWO-referentencommissie van het betrokken
wetenschappelijk domein, die bestaat uit de voorzitters van de Expertpanels van
dat domein. Er zijn in totaal vijf referentencommissies, telkens
één voor biologische wetenschappen, cultuurwetenschappen,
gedrags- en maatschappijwetenschappen, medische wetenschappen en
wetenschap&technologie; voor de aanvragen van het Interdisciplinair Panel
worden de referentencommissies van de betrokken domeinen geconsulteerd. Voor
coauteurs van publicaties met meer dan 10 auteurs consulteert de administratie
van het FWO in elk geval de referentencommissie. De referentencommissie beslist
voor alle voorgelegde gevallen of de aangeduide referent al dan niet
toelaatbaar is. Bij een negatieve conclusie over de ontvankelijkheid van
een voorgestelde referent in een reeds ingediende aanvraag wordt de betrokken
aanvraag in haar geheel gediskwalificeerd. Bij een negatieve conclusie
over een vóór indiening gestelde vraag over de ontvankelijkheid
van een voorgestelde referent zal de aanvrager verzocht worden de betrokken
referent te vervangen door een andere die wel aan de regels beantwoordt.
Na de administratieve controle zal aan de aanvrager worden
gemeld welke inbreuk is vastgesteld en de mogelijkheid worden geboden te
reageren als het zou gaan om een feitelijke vergissing vanwege de
administratie.
Voor het volledige reglement over interne en exerne peer
review zie: http://www.fwo.be/Panel-reglement.aspx
Van de voorgestelde lijst nodigt
de FWO-administratie een aantal referenten uit waarbij erop wordt gelet dat
tenminste twee van hen een schriftelijk evaluatierapport afleveren. De aanvrager
zal niet geïnformeerd worden over de naam van de referent, noch over de
inhoud van het evaluatierapport. De leden van het Expertpanel zullen echter wel
de naam van de referent van het voorliggende rapport kennen. Alle
wetenschappelijke experten aangesteld door het FWO, zowel externe referenten
als panelleden, zijn gebonden aan regels van de vertrouwelijkheid.
De referenten zullen de aanvraag
evalueren en opmerkingen en commentaar geven op basis van de selectiecriteria,
gebruik makend van het daarvoor beschikbare referentenformulier.
De referentenformulieren worden
ingediend bij het FWO en aan het aanvraagdossier toegevoegd.
Peer Review deel II: Panelvergadering
Na het externe referentenproces
worden de aanvragen voorgelegd aan de FWO-Expertpanels. Het FWO beschikt over
29 vakspecifieke Expertpanels
en 1 interdisciplinair panel. Een meerderheid van de panelleden is verbonden
aan een niet-Vlaamse universiteit. De lijst van de huidige leden, alsook de
wetenschappelijke scope van elk panel zijn beschikbaar op de website van het
FWO. Mogelijke belangenconflicten mogen aan het FWO meegedeeld worden en zullen
in rekening gebracht worden voor het vervolg van de procedure.
Elke aanvrager wordt verzocht om
een panel te kiezen rekening houdend met de specifieke scope van het panel. Deze
keuze dient ook toegelicht te worden.
Rekening houdend met de
specifieke evaluatiecritreria voor het PEGASUS-programma, evalueert het Expertpanel
de aanvragen op de volgende manier:
·
Voor elke aanvraag zijn er ten minste twee “prerapporteurs”
die gevraagd worden de aanvraag grondig te lezen en uitgebreid te bespreken.
Hiervoor krijgen zij een sjabloon ter beschikking waar alle selectiecriteria op
vermeld staan en er extra plaats voor commentaar wordt voorzien. Zij dienen ook
een algemene score te geven;
·
De voorzitter en ondervoorzitter van het panel beslissen wie
welke aanvragen zal beoordelen, rekening houdend met de specifieke expertise
van elk panellid en het vermijden van belangenconflicten (in principe wordt
geen enkele expert van de huidige of toekomstige onthaalinstelling van de
aanvrager aangeduid als prerapporteur);
·
Op basis van de prerapporten zal het volledige panel de aanvraag
bediscussiëren en een algemene score geven op basis van een consensus. De
prerapporten worden enkel gebruikt als inleiding voor de discussie en zijn in
geen geval een finale conclusie;
·
Uiteindelijk maakt het Expertpanel een rangschikking van alle
aanvragen.
Deze rangschikkingen van de
verschillende panels worden voorgelegd aan de Commissie Internationale
Samenwerking (CIS), die een algemene rangschikking opstelt. Deze rangschikking,
die de volgende drie categorieën bevat, kan niet in tegenspraak zijn met
de eerdere rangschikkingen van de individuele Expertpanels:
·
Gerangschikt in 1ste orde: te financiering met de hoogste
prioriteit;
·
Gerangschikt in 2de orde: te financiering indien voldoende budget
beschikbaar (reservelijst);
·
Niet gerangschikt: geen financiering, zelfs indien budget
beschikbaar.
Binnen de eerste twee
categorieën is een strikte rangschikking van de kandidaten verplicht. Ex
aequo rangschikkingen zijn niet toegestaan.
De uiteindelijke beslissing
gebeurt door de Raad van Bestuur, gebaseerd op het advies gegeven door het
panel.
Budget
Er zijn 30 lange en 59 korte mandaten beschikbaar (zie tabel “wanneer
kan aangevraagd worden”)
Contactpersonen
Dr. Stijn Verleyen – stijn.verleyen@fwo.be
Dr. Olivier Boehme – olivier.boehme@fwo.be