Skip Navigation Links

Pegasus Marie Curie Fellowships

Doel

De doelstellingen van PEGASUS zijn:

·        Excellente postdoctorale onderzoekers naar Vlaanderen halen om bij te dragen aan de vooruitgang van het Vlaamse onderzoek

·        De geselecteerde onderzoekers optimale voorwaarden aanbieden om hen te helpen hun wetenschappelijke carrière in Vlaanderen of daarbuiten verder te ontwikkelen.

Aanvraagprocedure

Wie kan aanvragen?

Op de startdatum van het mandaat moet de kandidaat een doctoraat hebben behaald in eender welk wetenschappelijk gebied.

Het doctoraat dient behaald te zijn voor 1 juni voorafgaand aan de start van het mandaat (voor de mandaten die starten op 1 oktober) of voor 1 november voorafgaand aan de start van het mandaat (voor mandaten die starten op 1 januari van het volgende jaar). Dit betekent dat kandidaten kunnen aanvragen nog voor de effectieve verdediging van hun doctoraatsthesis.

Kandidaten voor een Pegasus-long mandaat kunnen slechts een aanvraag indienen binnen de 6 jaar na het behalen van hun doctoraat.

Kandidaten voor een Pegasus-short mandaat kunnen slechts een aanvraag indienen binnen de 10 jaar na het behalen van hun doctoraat.

De berekening gebeurt in beide gevallen vanaf de voorziene startdatum van het mandaat, en de limiet wordt met één jaar opgeschoven per zwangerschap of ouderschapsverlof, geteld op het moment van de aanvraag. De regel is echter niet van toepassing voor kandidaten die bij de start van het mandaat de leeftijd van 36 jaar nog niet bereikt hebben.

Pegasus-mandaten zijn specifiek gericht op inkomende mobiliteit. Daarom moet de kandidaat gedurende de drie jaar voorafgaand aan de start van het mandaat, minstens twee jaar in het buitenland actief geweest zijn.

De onthaalinstelling waar de mandaathouder zijn onderzoek zal uitvoeren dient één van de Vlaamse universiteiten te zijn.

·        Katholieke Universiteit Leuven (K.U.Leuven) www.kuleuven.be/research/pegasus

·        Universiteit Gent (UGent) www.ugent.be

·        Universiteit Antwerpen (UA) www.ua.ac.be

·        Vrije Universiteit Brussel (VUB) www.vub.ac.be

·        Universiteit Hasselt (UHasselt) www.uhasselt.be

·        Katholieke Universiteit Brussel (KUBrussel) www.hubrussel.be

Samenwerking met andere Vlaamse of federale onderzoeksinstellingen is mogelijk, maar steeds onder de begeleiding en supervisie van een Vlaamse universiteit.

De aanvrager dient onderzoekservaring te hebben van een uitstekend niveau, zoals aangetoond door een uitgebreid CV en publicatielijst.

Bovendien dient hij of zij academisch Engels van een gevorderd niveau machtig te zijn.

Wat kan aangevraagd worden?

Binnen het PEGASUS-programma zijn er twee opties mogelijk:

·        Pegasus-long: Postdoctorale mandaten van 3 jaar aan een Vlaamse universiteit, eenmaal hernieuwbaar. Er zijn in totaal 30 Pegasus-long mandaten beschikbaar, die in 1 oproep zullen worden toegekend.

·        Pegasus-short: Postdoctorale mandaten van 1 jaar aan een Vlaamse universiteit. Deze mandaten zijn niet hernieuwbaar, maar kandidaten kunnen achteraf een regulier FWO-postdoctoraal mandaat aanvragen. Deze korte mandaten zijn beschikbaar onder de vorm van een arbeidscontract (standaard) of een beurs (op aanvraag).

Aanvragen kunnen gebeuren in de één van de volgende 5 wetenschappelijke gebieden:

·        Biologische Wetenschappen

·        Cultuurwetenschappen

·        Gedrags- en Maatschappijwetenschappen

·        Medische Wetenschappen

·        Wetenschap en Technologie

Wanneer kan aangevraagd worden?

Er zijn in totaal 6 oproepen, gespreid over 3 jaar:

Indiendatum

Categorie

Beschikbare mandaten

01/02/2012

Long + short

30 long + 10 short

01/05/2012

Short

10 short

01/02/2013

Short

10 short

01/05/2013

Short

10 short

01/02/2014

Short

10 short

01/05/2014

Short

9 short

 

 

Beoordelingsprocedure

Selectie

De evaluatiecritarie voor de oproep zijn de volgende:

·        De kwaliteit van de onderzoeker zelf

 (onderzoeksbekwaamheid en -potentieel; publicaties in peer review tijdschriften en andere elementen van het CV van de kandidaat; patenten, onderwijs,...; onderzoeksvaardigheid en methodologie, wetenschappelijke achtergrond van de kadidaat; mobiliteit van de aanvrager)

·        De wetenschappelijke kwaliteit van het voorgestelde project

(originaliteit en vernieuwend karakter van het project; haalbaarheid van het project; doelgerichtheid van het project; relevantie van het project; samenhang van het project)

·        De context van de werkomgeving

(de kwaliteit van de onderzoeksomgeving van de onthaalgroep; kwaliteit van de supervisie en ondersteuning voor training van de onthaalgroep; potentieel om nieuwe wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke vaardigheden te verwerven)

In geen enkel geval zijn de wetenschappelijke prestaties van de kandidaat het enige criterium. Het panel streeft naar een holistische evaluatie van elk voorstel, waarbij ook gelet wordt op niet strikt wetenschappelijke aspecten zoals loopbaanonderbrekingen (vb. carrièreonderbreking om familiale redenen), tewerkstelling in andere contexten (intersectorale mobiliteit) en andere vruchtbare ervaringen van de kandidaat.  

Procedure

De evaluatieprocedure is opgedeeld in verschillende stappen:

Controle ontvankelijkheid

De administratieve controle gebeurt aan de hand van de criteria beschreven in 'Wie kan aanvragen'.

 Het FWO vraagt een aanbevelingsbrief aan het hoofd van de onderzoekseenheid.

Peer Review deel I: externe referenten         

De aanvrager wordt gevraagd om tien externe referenten voor te stellen.

Referenten dienen verbonden te zijn aan een universiteit, onderzoeksinstelling of onderzoeksafdeling van een ander type van organisatie en dit minstens op postdoctoraal niveau.

Zijn niet ontvankelijk als referent:

-         leden van de Raad van Bestuur van het FWO;

-         leden van een expertpanel van het FWO;

-         zij die een aanstelling genieten aan een Belgische universiteit, onderzoeksinstelling of welke andere organisatie ook of, in het geval van onderzoeksoproepen in het kader van bilaterale overeenkomsten, aan een soortgelijke instelling of organisatie in het land waar de buitenlandse projectpartner werkzaam is;of, in het geval van aanvragen voor mobiliteitskredieten, aan een soortgelijke instelling of organisatie in het land waar de aanvrager heen wenst te gaan;

-         zij die een professionele aanstelling genieten aan een buitenlandse instelling waar de aanvrager(s) in de loop van de laatste drie jaar ingeschreven was/waren als student of professioneel aangesteld was/waren;

-         co-auteurs met de aanvrager(s) van een publicatie die ingediend of verschenen is binnen de laatste drie jaar voorafgaand aan de uiterste indiendatum voor de aanvragen;

Daarbij wordt onder‘co-auteurschap’ begrepen:

-         co-auteurschap van een monografie waarvan ook de aanvrager mede-auteur is;

-         co-auteurschap van een artikel of ander type van bijdrage aan een verzamelwerk (boek, tijdschriftnummer, verslag, handelingen van een congres,…) waarvan ook de aanvrager mede-auteur is.

Editors worden niet beschouwd als co-auteurs voor zover zij in de desbetreffende publicatie niet ook een rol hebben opgenomen die valt onder wat hierboven begrepen wordt als ‘co-auteur’.Co-editors van de aanvrager zijn evenwel niet toegestaan als externe referent.

-         partners van de aanvrager(s) in een onderzoeksproject dat aangevraagd is of liep binnen de laatste drie jaar voorafgaand aan de uiterste indiendatum voor de aanvragen.

De aanvragers zijn er verantwoordelijk voor dat de voorgestelde referenten beantwoorden aan de ontvankelijkheidscriteria. Bij afwijking daarop wordt de aanvraag onontvankelijk verklaard.

In de aanvraagformulieren wordt de aanvrager bij de opgave van de externe referenten gevraagd of alle kandidaat-referenten voldoen aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden. Zo neen, kan de aanvrager in een daartoe voorzien tekstveld toelichten waarom deze meent de betreffende expert toch als referent te moeten voorstellen. De aanvrager kan eveneens voorafgaand aan het indienen van de aanvraag het FWO contacteren (via uw account in het e-loket), indien er twijfels rijzen over de ontvankelijkheid van de voorgestelde referent. Zowel de twijfelgevallen die zijn aangegeven in het aanvraagformulier via de vermelde tekstvelden, als vragen die door de aanvrager zijn gesteld vóór indiening worden voorgelegd aan de FWO-referentencommissie van het betrokken wetenschappelijk domein, die bestaat uit de voorzitters van de Expertpanels van dat domein. Er zijn in totaal vijf referentencommissies, telkens één voor biologische wetenschappen, cultuurwetenschappen, gedrags- en maatschappijwetenschappen, medische wetenschappen en wetenschap&technologie; voor de aanvragen van het Interdisciplinair Panel worden de referentencommissies van de betrokken domeinen geconsulteerd. Voor coauteurs van publicaties met meer dan 10 auteurs consulteert de administratie van het FWO in elk geval de referentencommissie. De referentencommissie beslist voor alle voorgelegde gevallen of de aangeduide referent al dan niet toelaatbaar is. Bij een negatieve conclusie over de ontvankelijkheid van een voorgestelde referent in een reeds ingediende aanvraag wordt de betrokken aanvraag in haar geheel gediskwalificeerd. Bij een negatieve conclusie over een vóór indiening gestelde vraag over de ontvankelijkheid van een voorgestelde referent zal de aanvrager verzocht worden de betrokken referent te vervangen door een andere die wel aan de regels beantwoordt.

Na de administratieve controle zal aan de aanvrager worden gemeld welke inbreuk is vastgesteld en de mogelijkheid worden geboden te reageren als het zou gaan om een feitelijke vergissing vanwege de administratie.

Voor het volledige reglement over interne en exerne peer review zie: http://www.fwo.be/Panel-reglement.aspx

Van de voorgestelde lijst nodigt de FWO-administratie een aantal referenten uit waarbij erop wordt gelet dat tenminste twee van hen een schriftelijk evaluatierapport afleveren. De aanvrager zal niet geïnformeerd worden over de naam van de referent, noch over de inhoud van het evaluatierapport. De leden van het Expertpanel zullen echter wel de naam van de referent van het voorliggende rapport kennen. Alle wetenschappelijke experten aangesteld door het FWO, zowel externe referenten als panelleden, zijn gebonden aan regels van de vertrouwelijkheid.

De referenten zullen de aanvraag evalueren en opmerkingen en commentaar geven op basis van de selectiecriteria, gebruik makend van het daarvoor beschikbare referentenformulier.

De referentenformulieren worden ingediend bij het FWO en aan het aanvraagdossier toegevoegd.

Peer Review deel II: Panelvergadering

Na het externe referentenproces worden de aanvragen voorgelegd aan de FWO-Expertpanels. Het FWO beschikt over 29 vakspecifieke Expertpanels en 1 interdisciplinair panel. Een meerderheid van de panelleden is verbonden aan een niet-Vlaamse universiteit. De lijst van de huidige leden, alsook de wetenschappelijke scope van elk panel zijn beschikbaar op de website van het FWO. Mogelijke belangenconflicten mogen aan het FWO meegedeeld worden en zullen in rekening gebracht worden voor het vervolg van de procedure.

Elke aanvrager wordt verzocht om een panel te kiezen rekening houdend met de specifieke scope van het panel. Deze keuze dient ook toegelicht te worden.

Rekening houdend met de specifieke evaluatiecritreria voor het PEGASUS-programma, evalueert het Expertpanel de aanvragen op de volgende manier:

·        Voor elke aanvraag zijn er ten minste twee “prerapporteurs” die gevraagd worden de aanvraag grondig te lezen en uitgebreid te bespreken. Hiervoor krijgen zij een sjabloon ter beschikking waar alle selectiecriteria op vermeld staan en er extra plaats voor commentaar wordt voorzien. Zij dienen ook een algemene score te geven;

·        De voorzitter en ondervoorzitter van het panel beslissen wie welke aanvragen zal beoordelen, rekening houdend met de specifieke expertise van elk panellid en het vermijden van belangenconflicten (in principe wordt geen enkele expert van de huidige of toekomstige onthaalinstelling van de aanvrager aangeduid als prerapporteur);

·        Op basis van de prerapporten zal het volledige panel de aanvraag bediscussiëren en een algemene score geven op basis van een consensus. De prerapporten worden enkel gebruikt als inleiding voor de discussie en zijn in geen geval een finale conclusie;

·        Uiteindelijk maakt het Expertpanel een rangschikking van alle aanvragen.

Deze rangschikkingen van de verschillende panels worden voorgelegd aan de Commissie Internationale Samenwerking (CIS), die een algemene rangschikking opstelt. Deze rangschikking, die de volgende drie categorieën bevat, kan niet in tegenspraak zijn met de eerdere rangschikkingen van de individuele Expertpanels:

·        Gerangschikt in 1ste orde: te financiering met de hoogste prioriteit;

·        Gerangschikt in 2de orde: te financiering indien voldoende budget beschikbaar (reservelijst);

·        Niet gerangschikt: geen financiering, zelfs indien budget beschikbaar.

Binnen de eerste twee categorieën is een strikte rangschikking van de kandidaten verplicht. Ex aequo rangschikkingen zijn niet toegestaan.

De uiteindelijke beslissing gebeurt door de Raad van Bestuur, gebaseerd op het advies gegeven door het panel.

Budget

Er zijn 30 lange en 59 korte mandaten beschikbaar (zie tabel “wanneer kan aangevraagd worden”)

Contactpersonen

Dr. Stijn Verleyen – stijn.verleyen@fwo.be

Dr. Olivier Boehme – olivier.boehme@fwo.be

 

Documentatie voor elektronisch aanvragen

Het aanvraag formulier is op dit tijdstip niet beschikbaar.