Zware Infrastructuur

Doel?

Onderzoeksinfrastructuur beoogt alle faciliteiten en bronnen die het verrichten van grensverleggend en strategisch basisonderzoek bevorderen, en dit in alle wetenschappelijke disciplines. Hieronder zijn naast wetenschappelijke infrastructuur ook collecties, natuurlijke habitats, corpora en databanken (inclusief de digitale ontsluiting ervan) begrepen.

Zware onderzoeksinfrastructuur wordt gedefinieerd als onderzoeksinfrastructuur met een totale financieringskost van tenminste 1.000.000 euro (inclusief het niet-recupereerbaar deel van de BTW).

Kenmerken?

  • Periode: 4 jaar, met max. 2 jaar verlengbaar
  • Subsidieerbare organisatie: één of meer onderzoeksgroepen van een Vlaamse universiteit, een Vlaamse hogeschool, een strategisch onderzoekscentrum (IMEC, VIB, Flanders Make en VITO) of een instelling voor postinitieel onderwijs (Instituut voor Tropische Geneeskunde,  Vlerick Leuven Gent Management School, Antwerp Management School); een samenwerkingsverband tussen voornoemde instanties; of een samenwerkingsverband tussen ten minste één van de voornoemde instanties en één of meer derden.
  • Aanvaardbare kosten:
    • Uitrusting: Kosten voor de aanschaf en de aansluiting van de onderzoeksinfrastructuur of de aanschaf van de onderdelen voor de constructie van de beoogde onderzoeksinfrastructuur, inclusief het niet recupereerbare deel van de BTW. Ook het upgraden, zijnde het substantieel verbeteren, van bestaande onderzoeksinfrastructuur valt eronder;
    • Personeelskosten voor de ontwikkeling en de constructie van de onderzoeksinfrastructuur. Dit omvat ook de personeelskosten voor het upgraden van de onderzoeksinfrastructuur en de kosten voor het personeel voor de bediening of het onderhoud eenmaal de infrastructuur operationeel is;
    • Werkingskosten bestaande uit onderhoudskosten gedurende de hele afschrijvingsperiode, zijnde de kosten voortvloeiend uit onderhoudsovereenkomsten of upgrades van de onderzoeksinfrastructuur en de herstellingskosten aan de uitrusting.
  • Subsidiepercentage: 70% van de subsidiabele kosten. Dit percentage kan echter verhoogd worden indien kennisinstellingen onderling of met derden samenwerken:
    • naar 90% van de subsidiabele kosten als het voorstel uitgaat van onderzoeksgroepen uit meer dan één instantie gerechtigd om subsidies aan te vragen en in het aanvraagdossier wordt aangetoond dat alle aanvragers ten minste de helft dragen van het bedrag dat zij zouden moeten betalen, mocht de resterende 10% van de subsidiabele kosten naar evenredigheid worden verdeeld. Hiermee wordt benadrukt dat er van alle aanvragers een daadwerkelijke inbreng en engagement moet zijn en dat het niet enkel gaat om een formele constructie.
    • Het steunpercentage wordt voor universiteiten en hogescholen verhoogd tot 100% als ten minste 25% van de in aanmerking komende kosten ten laste wordt genomen door een andere instantie dan een universiteit of een hogeschool.

Niet steeds wordt dus 100% van de subsidiabele kosten gefinancierd. Dit betekent dat een deel van de financiering gevonden moet worden bij andere instanties of uit eigen middelen moet komen.

  • Beschikbaar budget voor de huidige oproep zware infrastructuur: ca 9.455.000 euro
  • Call open: 30 maart 2017
  • Indiening van projectvoorstellen via het e-loket van FWO
  • Deadline transfer van de aanvraag-in-opmaak door de promotor naar de ‘instelling van de promotor’ (= hoofdaanvrager): 18 september 2017 om 17u.
  • Deadline indiening finaal projectvoorstel door hoofdaanvrager: 25 september 2017 om 17u
  • Bekendmaking resultaten: einde maart 2018

Wijzigingen t.o.v. de vorige oproep

  • Aanvragen worden ingediend via het e-loket van het FWO.
  • Enkel drie kostencategorieën blijven behouden: uitrusting, personeel en werking. Per jaar dient per instelling de kostencategorieën te worden gespecifieerd.
  • Er is een overheadpercentage van 10% op onderzoeksinfrastructuurprojecten van toepassing. Deze overhead moet in hoofdzaak worden gebruikt voor de kosten voor de aanpassingen aan gebouwen en aansluitingskosten ten behoeve van de onderzoeksinfrastructuur. De regel dat maximaal 15% van de subsidiëring die aan een aanvraag werd toegekend, aangewend mag worden voor de kostencategorieën herstellingskosten, aanpassingen aan gebouwen of aansluitingskosten en personeelskosten voor onderhoud en bediening, komt te vervallen.
  • Ten hoogste 15% van de toegekende financiering kan gebruikt worden voor kosten voor opleiding, vorming en bijscholing van personeel tijdens de afschrijvingsperiode.
  • Enkel samenwerking met een buitenlandse organisatie is mogelijk indien de infrastructuur zich in Vlaanderen bevindt.

Hoe verloopt de aanvraagprocedure?

  • De raad van bestuur steunt bij zijn beslissingen over het financieren van investeringsinitiatieven voor zware onderzoeksinfrastructuur op het advies van experten die de wetenschappelijke kwaliteit van de aanvragen evalueren, en die vervolgens voor de aanvragen die excellent bevonden zijn, nagaan of de opgemaakte investeringsplannen voldoende realistisch en objectief zijn. Twee experten commissies werden ingesteld: de commissies Science en Invest die gedefinieerd worden in het reglement interne en externe peer review.
  • Als promotor van het infrastructuurproject bereid je de aanvraag voor via het e-loket van FWO en draag je de aanvraag-in-opmaak over naar je instelling (= de hoofdaanvrager van het voorstel).De interne deadline is 18 september. Gelieve voor praktische modaliteiten contact op te nemen met de dienst onderzoekscoördinatie van uw onderzoeksinstelling.
  • Je instelling dient het finale project voorstel in bij FWO tegen 25 september 2017 om 17u.  
  • Je projectaanvraag infrastructuur wordt aan een aantal externe niet in België werkzame deskundigen voorgelegd.
  • De promotor ontvangt de anonieme adviezen van deze externe deskundigen en krijgt de mogelijkheid hierop feedback te leveren. Dit zal doorgaan in de periode november – december 2017. 
  • De leden van de Commissie Science worden in kennis gesteld van de refereerapporten en van de eventuele reacties van aanvragers.
    Op basis hiervan beoordeelt de Commissie Science in januari 2018 in een eerste vergadering alle ingediende aanvragen en stelt een lijst van aanvragen op waarvoor een hoorzitting wordt georganiseerd. Tijdens deze vergadering bereidt de Commissie ook deze hoorzittingen voor. Tijdens de hoorzitting worden de uitgenodigde aanvragers in de mogelijkheid gesteld hun aanvraag toe te lichten en te antwoorden op vragen van de leden van de Commissie Science. Nadat alle hoorzittingen hebben plaatsgevonden, formuleert de Commissie Science haar advies met de rangschikking van de excellent bevonden aanvragen.
  • Van de voorstellen die door de Commissie Science als excellent zijn beoordeeld, onderzoekt de Commissie Invest in februari 2018 de investeringsplannen. Vervolgens onderzoekt de Commissie Invest of er zich geen noden of opportuniteiten aandienen andere dan deze die reeds deel uitmaken van de aanvraag, op het vlak van instellings- of associatieoverschrijdende samenwerking of samenwerking met binnen- of buitenlandse onderzoekscentra, wetenschappelijke instellingen of ondernemingen. Op basis van deze twee beoordelingen, formuleert de Commissie Invest desgevallend een aanbeveling, die toegevoegd wordt aan het advies van de Commissie Science.
    • De raad van bestuur neemt een eindbeslissing tijdens de zitting van maart 2018, rekening houdend met volgende beginselen:
      • De lijst van de door de Commissie Science excellent bevonden aanvragen kan slechts worden bekrachtigd of afgewezen. Bij afwijzing worden de Commissie Science en de Commissie Invest opnieuw bevraagd, desgevallend met uitdrukkelijke opgave van de elementen die volgens de raad van bestuur nader moeten worden onderzocht.
      • Indien de Commissie Invest omtrent een aanvraagdossier een aanbeveling heeft geformuleerd, handelt de raad van bestuur als volgt:
        • ofwel wordt de aanbeveling verworpen, en wordt het dossier goedgekeurd;
        • ofwel wordt de aanbeveling geheel of ten dele aanvaard, en wordt het dossier goedgekeurd, met dien verstande dat de door de raad van bestuur opgelegde voorwaarden op het vlak van financiering of samenwerking zullen gelden als subsidiëringsvoorwaarden;
        • ofwel wordt de aanbeveling geheel of ten dele aanvaard, en wordt het dossier slechts goedgekeurd indien aan de raad van bestuur de nodige remediëringen worden voorgelegd binnen een door de raad van bestuur bepaalde termijn, die niet korter kan zijn dan tien kalenderdagen en de zestig kalenderdagen niet mag overschrijden. 
    • Indien het globale bedrag aan toe te kennen subsidies van de als excellent beoordeelde voorstellen hoger ligt dan het beschikbare bedrag, worden de voorstellen in de volgorde van de rangschikking betoelaagd tot het laatste voorstel dat volledig kan worden gefinancierd. De niet gefinancierde maar wel excellent bevonden voorstellen verwerven hieruit geen rechten in het kader van een volgende oproep.

Reglementen en downloads

Contact

Alle inlichtingen omtrent de oproep voor zware onderzoeksinfrastructuur kunnen worden bekomen op het secretariaat van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen, Egmontstraat 5 te 1000 BRUSSEL, telefoon 02 512.91.10 of infrastructuur@fwo.be of op de onderzoekscoördinatiedienst van uw instelling.

Vragen over de werking van het e-loket kunnen gericht worden aan fwohelpdesk@fwo.be of via het telefoonnummer 0800 23326 (op werkdagen van 9u tot 17u).