Wetenschappelijke integriteit

Het thema wetenschappelijke integriteit heeft de laatste jaren aan actualiteit gewonnen. In verschillende landen doken opzienbarende gevallen op van onderzoekers die het met de wetenschappelijke en morele standaarden van het onderzoek niet altijd zo nauw namen.

Wetenschappelijke integriteit hangt nauw samen met, maar is niet helemaal hetzelfde als onderzoeksethiek. Integriteit behelst specifiek die aspecten die verbonden zijn met de kwaliteit van de wetenschapspraktijk en haar resultaten. Ethiek gaat meer over de normen en waarden die de onderzoeker in acht moet nemen met het oog op het welzijn van mensen en dieren die betrokken worden bij het onderzoek en de resultaten daarvan. Een onderzoeker kan data vervalsen, zonder onmiddellijk mens of dier in gevaar te brengen. Hij is dan geen integere wetenschapper, want de resultaten van zijn onderzoek zijn onbetrouwbaar, maar vertoont geen direct onethisch gedrag tegenover mens, dier en hun milieu.

Dat het toepassen van die gemanipuleerde resultaten uiteindelijk toch mensen, dieren en hun omgeving kunnen schaden, toont echter aan dat integriteit en ethiek nooit volstrekt te scheiden vallen. In de ruime betekenis van ethiek is het vervalsen van onderzoeksresultaten of het knoeien met wetenschap op een andere manier natuurlijk sowieso onaanvaardbaar. Daarom is het misschien beter wetenschappelijke integriteit te beschouwen als een bijzondere dimensie van wetenschappelijke ethiek.

Het FWO heeft als organisatie voor de financiering van het wetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen een grote verantwoordelijkheid bij het voorkomen en waar nodig bestrijden van inbreuken op de wetenschappelijke deontologie. Het wil die verantwoordelijkheid ten volle opnemen door middel van acties binnen en buiten de muren van het FWO.