Over COST

COST – European Cooperation in Science and Technology – ontstond in 1971 als eerste Europees intergouvernementeel kader voor de coördinatie van nationaal of regionaal gefinancierd onderzoek.

Vertrekkend van een beperkt aantal deelnemende landen en wetenschappelijke domeinen, is COST uitgegroeid tot een agentschap met 35 lidstaten en 1 samenwerkingsstaat, actief in negen wetenschappelijke domeinen.­

COST speelt een belangrijke rol bij de uitbouw van de Europese onderzoeksruimte. Het heeft als missie het versterken van het Europees wetenschappelijk en technologisch onderzoek door het ondersteunen van samenwerking en interactie tussen Europese onderzoekers.

COST biedt financiering voor de coördinatie van pan-Europese onderzoeksnetwerken (COST-acties). Het onderzoek zelf wordt via andere (nationale of regionale) kanalen gefinancierd.

De belangrijkste kenmerken van COST zijn:

  • “bottom-up” aanpak: Europese onderzoekers bepalen zelf het idee en topic van een COST-actie;
  • inclusiviteit en gelijke toegang: deelname is open voor alle COST-lidstaten;
  • flexibele structuur: eenvoudige implementatie en management van de netwerkinitiatieven;
  • engagement om mee te werken aan de uitbouw van capaciteit door het verbinden van kwalitatief hoogstaande wetenschappelijke gemeenschappen doorheen Europa en wereldwijd;
  • sterke aandacht voor het aanbieden van netwerkmogelijkheden voor jonge onderzoekers;
  • het vergroten van de impact van onderzoek op beleidsmakers, regelgevende instanties en nationale beleidsmakers alsook de private sector.

COST wordt gefinancierd met specifieke budgetlijnen uit de EU Kaderprogramma’s. Momenteel ondersteunt COST een 300-tal lopende acties en reikt het uit naar meer dan 30.000 onderzoekers in heel Europa.  

Een COST-actie is een netwerk van onderzoekspartners uit tenminste vijf verschillende COST-lidstaten die samenwerken om workshops te organiseren, afspraken te maken, …

De acties lopen voor een termijn van gemiddeld vier jaar en zijn gebaseerd op een werkprogramma.

COST voorziet gemiddeld 130.000 euro per jaar voor netwerking, afhankelijk van het beschikbare budget en het aantal deelnemende landen. Een COST-actie bestaat gemiddeld uit 20 deelnemende landen.

COST financiert de kosten voor het opzetten van netwerkactiviteiten (vergaderingen, conferenties, seminaries, workshops) en het organiseren van andere activiteiten (wetenschappelijke uitwisselingen van korte duur, training schools, publicaties en verspreidingsactiviteiten). Het onderzoek zelf wordt via andere (nationale of regionale) kanalen gefinancierd.

Een COST-actie kan starten als minstens 5 COST-lidstaten een Memorandum of Understanding (MoU) hebben ondertekend. MoU is een soort ‘gentlemen’s agreement’ waarin de doelstellingen van de actie worden onderschreven.

Hieronder vindt u een overzicht van alle domeinen waarbinnen COST-acties plaatsvinden. Doorklikken leidt u naar de COST-website waar u een overzicht krijgt van alle acties in het gekozen domein. Momenteel zijn er een 300-tal lopende COST-acties, met gemiddeld 20 deelnemende landen per actie.

De COST-acties situeren zich in negen specifieke wetenschappelijke domeinen:

Naast deze specifieke wetenschappelijke domeinen, is er nog een domein voor multidisciplinaire voorstellen:

De COST-lidstaten zijn:

  • België, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, IJsland, Israël (samenwerkingsstaat), Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Servië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Turkije, Verenigd Koninkrijk, Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Zweden en Zwitserland.

Daarnaast zijn ook niet-COST landen welkom om deel te nemen aan een COST-actie. COST is niet enkel beperkt tot Europa en stimuleert ook wereldwijde samenwerking.