Reglement Wetenschappelijke onderzoeksgemeenschappen

ALGEMEEN REGLEMENT 

Het algemeen reglement is van toepassing.
Uitgebreide informatie, volledige reglementen en formulieren zijn on line beschikbaar
Alle aanvullende inlichtingen kunnen worden bekomen op het secretariaat van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen, Egmontstraat 5 te 1000 BRUSSEL, telefoon 02 512 91 10.

Art. 1.

Het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen kan overgaan tot het oprichten van Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschappen (*). Dit zijn samenwerkingsverbanden tussen onderzoekseenheden met als doel de coördinatie tussen en de internationale samenwerking van Vlaamse onderzoekseenheden inzake wetenschappelijk onderzoek op postdoctoraal niveau, te bevorderen, waarbij inter-, multi- en transdisciplinariteit worden beschouwd als een positief beoordelingselement. 

* Franse nomenclatuur: Réseau de Recherche du Fonds de la Recherche Scientifique - Flandre (FWO). 
Duitse nomenclatuur: Forschungsnetzwerk des Fonds für Wissenschaftliche Forschung - Flandern ) (FWO). 
Engelse nomenclatuur: Scientific Research Network of the Research Foundation- Flanders (FWO). 

Art. 2.

Een Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap bestaat ten minste uit:

  • drie onderzoekseenheden van ten minste twee universiteiten uit de Vlaamse Gemeenschap, waarbij als equivalent voor laatstgenoemde instellingen gelden: de Evangelische Protestantse Faculteit in Leuven en de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel voor zover het onderzoek in godsdienstwetenschappen of godgeleerdheid betreft, de Hogere Zeevaartschool voor zover het wetenschappelijk onderzoek in de nautische wetenschappen betreft, de Vlerick Management School en/of Antwerp Management School zover het onderzoek in de managementwetenschappen betreft, of het Instituut voor Tropische Geneeskunde voor zover het onderzoek in tropische geneeskunde en diergeneeskunde en in gezondheidszorg in ontwikkelingslanden betreft;
  • minimum twee onderzoeksgroepen uit de Franse Gemeenschap en/of uit het buitenland.

Art. 3.

§1 Eén van de Vlaamse onderzoekseenheden treedt op als kerngroep. Deze dient internationale erkenning te genieten omwille van zijn kwalitatief hoogstaand wetenschappelijk onderzoek. 

§2 Een onderzoekseenheid kan slechts als kerngroep fungeren voor één lopende WOG. Dit betekent dat bij elke aanvraagronde een onderzoekseenheid slechts één maal als kerngroep kan aanvragen.  En verder dat een aanvraag voor een WOG waarvan de voorziene startdatum binnen de termijn valt van een nog lopende WOG met dezelfde onderzoekseenheid als kerngroep, als onontvankelijk wordt beschouwd.

Art. 4.

Aan het hoofd van de Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap staat een stuurgroep bestaande uit de hoofden van de deelnemende onderzoekseenheden uit de Vlaamse Gemeenschap. Het hoofd van de kerngroep treedt op als voorzitter van de stuurgroep en als woordvoerder ten opzichte van het Fonds. 

Art. 5.

Een Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap wordt, op advies van de bevoegde wetenschappelijke commissie, erkend door de raad van bestuur, voor een periode van vijf jaar, eventueel verlengbaar, en ontvangt een jaarlijkse werkingstoelage van maximum 12.500 EUR.  De werkingstoelage blijft ter beschikking van de onderzoeksgemeenschap gedurende de looptijd van de samenwerking en de twee daaropvolgende jaren. De niet aangewende sommen vallen daarna terug aan het FWO.

Het aantal op te richten Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschappen wordt door de raad van bestuur bepaald. 

Art. 6.

Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschappen kunnen worden opgericht op voorwaarde dat duidelijk wordt aangetoond dat deze toelage noodzakelijk is voor het tot stand komen en/of onderhouden van het samenwerkingsverband op postdoctoraal niveau en bijdraagt tot de wetenschapscoördinatie in Vlaanderen en de internationalisering van het wetenschappelijk onderzoek aan Vlaamse instellingen. 

Art. 7:

Een bestaande wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap kan uitzonderlijk worden uitgebreid met (een) extra onderzoeksgroep(en).  De woordvoerder van de initieel goedgekeurde wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap dient hiervoor een nieuwe aanvraag bij het FWO in te dienen. 

Bij deze aanvraag dient duidelijk geargumenteerd te worden dat deze uitbreiding noodzakelijk is voor het verder tot stand komen en/of onderhouden van het initiële samenwerkingsverband zoals beschreven in de initiële aanvraag van een wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap.  Ook de kwaliteit van de onderzoeksgroep(en) die men wenst op te nemen bij de initiële wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap dient aangetoond te worden in de aanvraag.  Bovendien dient de schriftelijke goedkeuring van alle initiële onderzoekspartners voor de uitbreiding van de extra onderzoeksgroep(en) bij de aanvraag toegevoegd te worden. 

De uitbreiding van de initiële Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap met (een) extra onderzoeksgroep(en) wordt, op advies van de bevoegde wetenschappelijke commissie, erkend door de raad van bestuur, voor de resterende periode van de lopende initiële wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap, eventueel verlengbaar, en ontvangt geen extra werkingstoelage voor deze uitbreiding.

Art. 8.

Een eerste verslag wordt opgevraagd vóór 30 september van het 3de jaar (periode 1 januari eerste jaar tot 30 juni van het derde jaar = 2 ½ jaar werking).

Het tweede verslag is een syntheseverslag over de vijf werkjaren. Dit wordt opgevraagd tegen 1 oktober van het vijfde jaar, samen met het dossier voor de eventuele verlenging.

Als de verlenging wordt uitgesteld of niet wordt aangevraagd, moet het verslag op 31 december van dit laatste vijfde jaar worden ingediend.

De verslagen worden ter beoordeling aan de bevoegde wetenschappelijke commissie voorgelegd, die hierover aan de raad van bestuur verslag uitbrengt. Indien het eerste verslag negatief is kan de raad van bestuur de W.O.G. stopzetten.

Art. 9.

De financiering heeft uitsluitend betrekking op:

  • gastcolleges, -symposia en wetenschappelijke samenwerkingsverblijven op postdoctoraal niveau:
    • verplaatsings- en verblijfskosten van buitenlanders;
    • honoraria van gevestigde onderzoekers van buiten de Vlaamse Gemeenschap;
  • het dekken van verplaatsings- en verblijfskosten van onderzoekers op postdoctoraal niveau, verbonden aan de Vlaamse onderzoekseenheden uit de Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap, belast met een informatieopdracht in buitenlandse onderzoekseenheden.
  • secretariaatskosten voor het organiseren van gastcolleges, beperkte symposia, workshops en onderzoekscoördinatievergaderingen.
  • om degelijk verantwoorde redenen kunnen andere uitgaven eventueel worden verantwoord mits voorafgaandelijk hiervoor toestemming werd verleend door het FWO.

Art. 10.

De betalingen, rapporteringen en controles gebeuren volgens de bepalingen van het reglement van de Onderzoeksprojecten.

Art. 11.

Aanvragen moeten met de daartoe bestemde formulieren worden ingediend op het secretariaat van het FWO vóór 1 oktober die het aanvangsjaar voorafgaat. Het hoofd van de kerngroep zal een kopie van de aanvraag aan  het hoofd van de instelling bezorgen. De formulieren zijn te vinden op de FWO website.

TOEPASSINGSMODALITEITEN

Onderzoekseenheden uit Vlaamse of federale wetenschappelijke instellingen kunnen in de Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschappen worden opgenomen. Voor wat betreft de federale wetenschappelijke instellingen worden de personeelsleden behorend tot de Franse of Duitse taalrol beschouwd deel uit te maken van onderzoekseenheden van buiten de Vlaamse Gemeenschap.

25/05/2016