Reglement voor de INKOMENDE [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaten

Algemeen reglement

Het algemeen reglement en het reglement voor de werkingstoelage van de FWO - mandaathouders is van toepassing.

Uitgebreide informatie, volledige reglementen en formulieren zijn online beschikbaar.
Alle aanvullende inlichtingen kunnen worden verkregen op het secretariaat van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen, Egmontstraat 5 te 1000 BRUSSEL, telefoon 02 512 91 10.

Toepassingsgebied

Art. 1.

§1 Dit reglement geldt voor de INKOMENDE [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaten van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO) met cofinanciering van het EU Horizon 2020 Marie Skłodowska-Curie COFUND programma (GA 665501).

§2 INKOMENDE [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaten zijn reguliere postdoctorale mandaten met een duur van drie jaar bestemd voor:

  • buitenlandse postdoctorale onderzoekers die hun onderzoek in de Vlaamse Gemeenschap wensen uit te voeren, waarbij aan de mandaathouder een beurs wordt gegeven;
  • postdoctorale onderzoekers met de Belgische nationaliteit die momenteel in het buitenland onderzoek verrichten en hun onderzoek opnieuw in de Vlaamse Gemeenschap wensen uit te voeren, waarbij het FWO met de mandaathouders een arbeidsovereenkomst afsluit.

Kandidaatstellingen en anciënniteit

Art. 2.

§1 De kandidaat dient houder te zijn van een doctoraat of een graad die wettelijk erkend is als equivalent volgens de bepalingen in de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 (art. II 255 – 258). Het doctoraat of de equivalente graad mogen behaald zijn in elk wetenschapsgebied.

§2 Voor oproep met deadline 1 februari 2016, dient het doctoraat ten laatste op 1 juni 2016 behaald te zijn. Voor oproep met deadline 1 mei 2016, dient het doctoraat ten laatste op 1 november 2016 behaald te zijn.

§3 Onderzoekers kunnen zich kandidaat stellen voor een postdoctoraal mandaat tijdens de eerste 3 jaar na het behalen van hun doctoraat (datum doctoraatsdiploma), gerekend op 1 juni (geldig voor oproep met deadline 1 februari 2016) of 1 november (geldig voor oproep met deadline 1 mei 2016) van het jaar van aanvraag. Deze grens wordt met één jaar opgeschoven per periode van minstens 3 maanden moederschapsrust of per aaneensluitende periode van minstens 3 maanden voltijds ouderschapsverlof of militaire en/of burgerdienstplicht die genomen werd tussen de datum van het doctoraatsdiploma en de aanvraag.

Indien de kandidaat over meer dan één doctoraatsdiploma beschikt, is deze regel enkel van toepassing op het diploma uit hetzelfde studiegebied als het voorstel voor postdoctoraal onderzoek. Ongeacht het studiegebied of discipline, mag het eerste doctoraatsdiploma in geen enkel geval langer dan 10 jaar geleden zijn behaald, te rekenen vanaf 1 juni voor oproep met deadline 1 februari 2016 en 1 november voor oproep met deadline 1 mei 2016.

§4 Het directiecomité van het FWO kan uitzonderlijk van deze limiet vooropgesteld in §3 afwijken in die gevallen waar omwille van sociale en medische redenen ofwel in het voortraject een onderbreking voorkomt, ofwel een verminderd arbeidsrendement zich heeft voorgedaan.

Art. 3.

§1 De kandidaten dienen hun aanvraag in te dienen in het Engels via het e-loket van het FWO en dienen gedurende hun ganse driejarige mandaatperiode verbonden te zijn aan een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap (inclusief de academische opleidingen van de overeenkomstige associatie of aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven of de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel), eventueel in samenwerking met een Vlaamse of federale wetenschappelijke instelling, waar ze hun onderzoek uitvoeren. Zo het onderzoek gebeurt in samenwerking met een Vlaamse of federale wetenschappelijke instelling, zal het worden uitgevoerd onder de leiding en de verantwoordelijkheid van een Vlaamse universiteit.

§2 Het onderzoek mag in samenwerking met de niet-academische sector in de Vlaamse Gemeenschap uitgevoerd worden. Hierbij dient aan de volgende voorwaarden voldaan te worden:

  • Het project omhelst fundamenteel onderzoek, ook het deel uitgevoerd in de niet-academische sector.
  • De hoofdsupervisor is een ZAP-lid van de Vlaamse onthaalinstelling.
  • De intellectuele eigendom van de resultaten worden voor de start van het onderzoek in een akkoord tussen de niet-academische-en Vlaamse onthaalinstelling vastgelegd.

Art. 4.

§1 De INKOMENDE [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaten staan open voor alle nationaliteiten.

§2 Kandidaten kunnen enkel postuleren voor een INKOMEND [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat indien zij gedurende de laatste drie jaar voorafgaand aan de start van het mandaat niet langer dan 12 maanden doorgebracht hebben in België of er hun hoofdactiviteit (werk of studies) hebben uitgeoefend. Nationale dienstplicht en/of korte verblijven zoals vakanties worden niet in aanmerking genomen. Aanstellingen aan internationale Europese (belangen)organisaties zoals de Europese Commissie, WHO, UN, … worden ook niet in beschouwing genomen. De kandidaat mag in dergelijk geval gedurende de laatste drie jaar voorafgaand aan de start van het mandaat niet langer dan 12 maanden doorgebracht hebben aan de Vlaamse gastinstelling. 

Art. 5.

§1 Men kan zich niet kandidaat stellen voor een mandaat dat men, zelfs gedeeltelijk, reeds vroeger genoten heeft. Men kan zich evenmin in het zelfde kalenderjaar kandidaat stellen voor een [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat en een regulier FWO postdoctoraal mandaat. Ook kan men per kalenderjaar slechts eenmaal postuleren voor een [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat.

§2 [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaten gelden daarbij als eerste reguliere postdoctorale mandaten. Wie een [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat heeft genoten, kan niet meer postuleren voor een eerste regulier postdoctoraal mandaat van het FWO. Omgekeerd geldt dat wie een eerste regulier postdoctoraal mandaat heeft gehad, zich niet langer kandidaat kan stellen voor een [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat. [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaathouders, komen wel in aanmerking om te kandideren voor een postdoc hernieuwing.

§3 Eenzelfde kandidaat kan maximaal twee keer hetzelfde type mandaat aanvragen. Ook hier gelden de in §2 van dit artikel gestelde equivalenties.

Art. 6.

§1 De aanvragen worden in drie stappen beoordeeld en geselecteerd.

§2 In een eerste stap wordt advies gevraagd aan minstens 2 externe referenten, uit hetzelfde vakgebied als dat van de kandidaat. Voor de specifieke regelgeving en ontvankelijkheidsvoorwaarden betreffende deze externe referenten wordt verwezen naar het ‘Reglement interne en externe peer review’.

§3 In een tweede stap worden de aanvragen samen met het advies van de externe referenten voorgelegd aan het relevante expertpanel. De keuze van het panel gebeurt door de kandidaat en dient gemotiveerd te worden, rekening houdende met de specifieke scope van het betreffende panel. Het expertpanel beoordeelt de INKOMENDE [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie aanvragen conform de procedure voor reguliere postdoctorale mandaten, maar rekening houdend met de specifieke selectiecriteria van het INKOMENDE [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie programma, en stelt een onderlinge rangschikking van de aanvragen op.

§4 In de derde en laatste stap rapporteren de vakspecifieke panels aan de Commissie Internationale Samenwerking (CIS), die de globale rangschikking voor de INKOMENDE [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaten opstelt, van alle kandidaten uit alle expertpanels. Deze rangschikking mag echter niet strijdig zijn met de individuele rangschikkingen door de vakspecifieke expertpanels. De Commissie Internationale Samenwerking brengt vervolgens verslag uit aan de raad van bestuur, die de aanstelling van de INKOMENDE [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaathouders bekrachtigt.

Aanstelling

Art. 7.

Mandaathouders van het type INKOMENDE [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie genieten ofwel een beurs voor een periode van 3 jaar, indien aan de wettelijke voorwaarden ter zake wordt voldaan, onderworpen aan de sociale zekerheid krachtens art. 15, 2° van het Koninklijk Besluit van 28 november 1969 en vrijgesteld van personenbelasting steunend op het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992, ofwel een arbeidsovereenkomst met het FWO voor een periode van 3 jaar in die gevallen waar de mandaathouder de Belgische nationaliteit heeft. De beurs is gelijkwaardig aan het netto-maandloon van een Doctor-Assistent aan een Vlaamse universiteit.

Art. 8.

Het al dan niet ondergaan van een medisch onderzoek door de mandaathouders in de bedrijfsgeneeskundige dienst van de instelling waar ze hun onderzoek doorvoeren, is afhankelijk van de eigen reglementering van hun onthaalinstelling. Indien er volgens de reglementering van hun onthaalinstelling een medisch onderzoek noodzakelijk is, zal hun aanstelling slechts ingaan zo het attest van dat geneeskundig onderzoek gunstig is.

Art. 9.

§1 Met uitzondering van de bepalingen van artikel 12 mogen de titularissen van het onderhavige mandaat geen deel uitmaken van het Assisterend of Zelfstandig Academisch Personeel van de Vlaamse universiteiten of hiermee gelijkgestelde instellingen, en evenmin van aan het Vlaamse ZAP-statuut equivalente personeelscategorieën aan buitenlandse universiteiten en wetenschappelijke instellingen.

§2 Bij onenigheid over de al dan niet geldende equivalentie van buitenlandse aanstellingen, zoals aangegeven in de vorige paragraaf, wordt een beslissing ter zake genomen door het directiecomité, met beroepsmogelijkheid bij de raad van bestuur.

Rechten en plichten van de houders van een mandaat Postdoctoraal Onderzoeker

Art. 10.

§1 De titularissen van onderhavig mandaat zijn administratief en juridisch afhankelijk van de raad van bestuur van het FWO, vertegenwoordigd door zijn voorzitter en zijn secretaris-generaal. Disciplinair zijn zij afhankelijk van de academische overheid van de universiteit. Zij verbinden er zich bovendien toe het reglement van het FWO en dit van de academische overheden van de betrokken Vlaamse universiteit (onthaalinstelling) na te leven.

§2 Alle INKOMENDE [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandatarissen hebben recht op geïndividualiseerd carrièreadvies en begeleiding door de personeels- en/of andere dienst van hun Vlaamse onthaalinstelling.

§3 Alle INKOMENDE [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandatarissen hebben recht om deel te nemen aan opleidingsactiviteiten ter optimalisatie van niet-onderzoeksgerelateerde vaardigheden georganiseerd door de personeels- en/of andere dienst van hun Vlaamse onthaalinstelling, mits zij voldoen aan de vooropgestelde condities van deze opleidingsactiviteiten.

Art. 10 bis

In geval de mandaathouder  niet meer verbonden is aan een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap of aan de Evangelische Protestantse Faculteit in Leuven of de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel, eventueel in samenwerking met een Vlaamse of federale wetenschappelijke instelling, wordt de overeenkomst van rechtswege ontbonden.

Art. 10 ter.

§1. Bij onderzoekers aan wie een beurs is toegekend, wordt de beursovereenkomst van rechtswege ontbonden, zonder vergoeding of opzeg aan de onderzoeker in geval deze een integriteitsinbreuk heeft begaan die elke professionele samenwerking tussen het FWO en de onderzoeker onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt.

§2. Bij onderzoekers met wie een arbeidsovereenkomst is afgesloten, wordt deze om dringende reden beëindigd, zonder vergoeding of opzeg aan de onderzoeker, in geval deze laatste een integriteitsinbreuk heeft begaan die elke professionele samenwerking tussen het FWO en de onderzoeker onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt.

§3. Van zodra het FWO kennis krijgt van inbreuken op de wetenschappelijke integriteit van een van zijn onderzoekers hoort het FWO de onderzoeker.

De onderzoeker kan zich laten bijstaan door een raadsman.

Nadat de onderzoeker werd gehoord, kan het FWO de volgende beslissingen nemen:

  • het dossier zonder gevolg klasseren;
  • de feiten die zich hebben voorgedaan formeel vaststellen en deze vaststelling opnemen in het persoonlijk dossier van de onderzoeker bij het FWO;
  • een formele verwittiging geven en deze verwittiging opnemen in het persoonlijk dossier van de onderzoeker bij het FWO;
  • de overeenkomst van rechtswege ontbinden zoals voorzien in artikel 10bis van het reglement.

Art. 11.

De titularissen van een [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat kunnen op basis van degelijk verantwoorde motieven, mits het advies van het hoofd van hun onderzoekseenheid en na goedkeuring door het FWO, hun onderzoeksproject aanpassen. Zij kunnen niet van onthaalinstelling veranderen. Onthaalinstellingen kunnen een onderlinge afspraak maken over samenwerking en de plaats van tewerkstelling.

Art. 12.

De Vlaamse onthaalinstelling kan de titularissen van een [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat belasten met opdrachten waarvan de totale werklast maximaal 8 uur per week bedraagt. Deze bepaling vervalt tijdens periodes van langdurige ziekte, zwangerschaps- en borstvoedingsverlof, buitenlands verblijf, voltijds ouderschapsverlof en palliatief verlof. De opdrachten kunnen zijn:

  • administratieve of klinische taken;
  • begeleiding van oefeningen, practica of seminaria, waarvoor de werklast dubbel wordt geteld (1 uur oefeningen, practica of seminaria staat daarbij gelijk aan 2 uur werklast);
  • een onbezoldigde onderwijsopdracht aan een universiteit of aan een hogeschool (academische opleidingen) waarnemen die de limiet van twee jaaruur niet mag overschrijden tijdens het eerste mandaat en de limiet van drie jaaruur tijdens het tweede en het derde mandaat. In geval van een opdracht aan een hogeschool of andere universiteit moet de toestemming gevraagd worden aan de rector van de universiteit die optreedt als onthaalinstelling.
  • beperkte activiteiten binnen de niet-academische onthaalinstelling waar de mandaathouder in het kader van het goedgekeurd project onderzoek verricht. 

Bij een deeltijdse titularis wordt het maximum van 8 uur per week gereduceerd in verhouding tot het deeltijdse mandaat.

Art. 13.

§1 De cumulatie van het mandaat met iedere andere bezoldigde activiteit is uitgesloten, behoudens de in volgende paragrafen van dit artikel bepaalde uitzonderingen.

§2 Het cumulatieverbod zoals bepaald in §1 houdt m.b.t. doctors in de Rechten of in de Rechtsgeleerdheid die een INKOMEND [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat genieten in dat zij niet ingeschreven mogen zijn aan de balie. Geen van de hieronder vermelde uitzonderingen kan een afwijking op deze bepaling met zich mee brengen.

§3 Houders van een INKOMEND [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat kan een gehele of gedeeltelijke cumulatie met toelagen voor studieverblijven in het buitenland worden toegestaan. Titularissen van een reisbeurs van het FWO, de Vlaamse Gemeenschap, de Federale Regering of in het kader van de Culturele Akkoorden, mogen deze met hun mandaat cumuleren. Ze worden verzocht het FWO hiervan in kennis te stellen.

§4 Het FWO kan houders van een [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat toestemming verlenen om een nevenactiviteit uit te oefenen binnen de beperkingen van de decretale bepalingen inzake de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap en binnen de beperkingen die de als onthaalinstelling optredende universiteit haar eigen personeel oplegt. Dit houdt onder meer in dat een nevenactiviteit kan worden toegekend die cumuleerbaar is tot maximum 20% van de tijd. De betrokkene dient bovendien een verklaring af te leggen dat hij of zij de onderzoekstaak behorend bij het [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat voltijds uitvoert.

Art. 14.

§1 De titularissen van een [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat dienen op het einde van ieder mandaatjaar een verslag over hun wetenschappelijke activiteiten aan het FWO voor te leggen. Een kopie van dit verslag moet gestuurd worden aan het hoofd van de instelling waaraan ze verbonden zijn. Daarnaast dient de mandaathouder per mandaatjaar een financieel verslag bij het FWO in te dienen m.b.t. de besteding van de mobiliteitstoelage.

§2 De titularissen van een [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat verbinden er zich toe om op het einde van hun mandaat de evaluatie enquête van de Europese Commissie in te vullen en tijdig in te dienen, alsook de opvolgenquête twee jaar na afloop van hun mandaat.

Art. 15.

De titularissen van een [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat moeten bij al hun publicaties, overdrukken en bijdragen in andere communicatiemedia hun titel van ‘FWO [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie  Fellow’ vermelden. Bij elke verspreiding van resultaten dient het FWO, het EU-embleem en de volgende tekst opgenomen te worden:

Protection of results (including patent applications): ‘The project leading to this application has received funding from the European Union’s Horizon 2020 research and innovation programme under the Marie Skłodowska-Curie grant agreement No 665501 with the Research Foundation Flanders (FWO)’.

Results incorporated in a European or international standard: ‘Results incorporated in this standard have received funding from the European Union’s Horizon 2020 research and innovation programme under the Marie Skłodowska-Curie grant agreement No 665501 with the research Foundation Flanders (FWO)’.

Dissemination of results: ‘This project has received funding from the European Union’s Horizon 2020 research and innovation programme under the Marie Skłodowska-Curie grant agreement No 665501 with the research Foundation Flanders (FWO)’.

Art. 16.

De titularissen van een [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat die een studieverblijf in het buitenland wensen door te voeren, dienen de toestemming van het FWO te vragen. Het buitenlands studieverblijf kan enkel toegestaan worden, indien de titularis van een [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat tijdens het buitenlands verblijf onderworpen kan blijven aan de Belgische sociale zekerheid. Bijgevolg dient deze mandaathouder minstens 30 kalenderdagen voor zijn vertrek onder de Belgische sociale zekerheid te hebben geressorteerd. De secretaris-generaal kan uitzonderlijk beslissen, op basis van een gemotiveerd verzoek, om van de voorwaarde om onderworpen te blijven aan de Belgische sociale zekerheid af te wijken.

Art. 17.

De titularissen van onderhavig mandaat dienen het FWO zo spoedig mogelijk in kennis te stellen van elke tijdelijke werkonderbreking, ongeacht de oorzaak daarvan.

Art. 18.

De titularissen van onderhavig mandaat dienen als verplicht verzekerde aan te sluiten bij een ziekenfonds naar keuze. Bij ziekte dient de titularis binnen de 48 uur aan het FWO de medische attesten te bezorgen waarin de periode van de werkonbekwaamheid vermeld is, een dubbel ervan dient aan de bevoegde dienst van de universiteit waarvan de mandaathouder afhankelijk is, door bemiddeling van zijn diensthoofd, gericht te worden.

Art. 19.

Om strafrechtelijke gevolgen te vermijden, dient bij een arbeidsongeval de personeelsdienst van het FWO binnen de 24 uur telefonisch op de hoogte gebracht te worden. De officiële verklaring dient, samen met een medisch attest van vaststelling, zo spoedig mogelijk naar het FWO gestuurd te worden. De bedrijfsgeneeskundige dienst van de instelling, evenals het diensthoofd, dienen hiervan op de hoogte gebracht te worden.

Art. 20.

De titularissen van onderhavig mandaat dienen het FWO zo vlug mogelijk schriftelijk op de hoogte te brengen van om het even welke wijziging in hun situatie (burgerlijke stand, geboorte, adresverandering e.a.).

Schorsing

Art. 21.

Het mandaat wordt geschorst tijdens de periode van langdurig ziekteverlof, zwangerschaps- en borstvoedingsverlof, militaire en/of burgerdienstplicht, ouderschapsverlof, palliatief verlof en verlof voor medische bijstand. In deze gevallen wordt het mandaat verlengd met de periode tijdens dewelke het niet werd uitgekeerd.

Verlengingen van minder dan twee weken worden niet in aanmerking genomen.

Om competitief een aanvraag voor een volgend mandaat bij het FWO te kunnen indienen en er zonder onderbreking te kunnen op aansluiten zal het mandaat  worden verlengd tot het einde van het academiejaar, indien er zich tijdens het eerste mandaat voltijdse schorsingen hebben voorgedaan van aaneensluitende periodes van 3 maanden, waarbij het mandaat niet werd uitgekeerd, omwille van langdurig ziekteverlof, zwangerschaps- en borstvoedingsverlof, militaire en/of burgerdienstplicht, ouderschapsverlof en palliatief verlof.  Deze administratieve verlenging wordt slechts eenmaal verleend. Schorsingen tijdens deze automatische verlenging van het mandaat geven géén aanleiding meer tot verdere verlenging van het mandaat.

Volgens de ter zake geldende wettelijke bepalingen kan drie maanden op voorhand een tijdskrediet worden aangevraagd. Tijdskrediet geeft géén aanleiding tot verlenging van het mandaat.

De mandaathouders dienen het FWO zo snel mogelijk van deze onderbrekingen van hun werkzaamheden op de hoogte te brengen.

Het mandaat kan om geen enkele andere reden worden geschorst of verdaagd.

Bezoldiging

Art. 22.

§1 De salarisschaal van titularissen van een INKOMEND [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat is de salarisschaal Doctor-Assistent volgens het Besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2001 (Belgisch Staatsblad, 9 januari 2002).

(Op datum van 1/7/2017 en aan 100% - Huidige index: 1.6734)

Minimaal 4.053,81 euro en maximaal 6.319,49 euro

  • 3 jaarlijkse verhogingen van 689,03 EUR
  • 11 tweejaarlijkse verhogingen van 1.289,13 EUR

§2 Bijdrage in de verplaatsingskosten: mandaathouders van een INKOMEND [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat kunnen aanspraak maken op een bijdrage in hun verplaatsingskosten van en naar het werk (zo gebruik wordt gemaakt van het openbaar vervoer of de fiets) in dezelfde mate als bepaald voor het academisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.

§3 Bovenop het salaris ontvangt de INKOMENDE [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaathouder een mobiliteitstoelage van 600 EUR per maand. De mandaathouder dient het gebruik van deze mobiliteitstoelage jaarlijks in een financieel verslag bij het FWO te verantwoorden. De mobiliteitstoelage mag aangewend worden voor kosten met betrekking tot het verblijf in het buitenland .

§4 Het FWO komt eenmalig tussen in de verplaatsingsonkosten voor de mandaathouder, heen en terug, van de oorspronkelijke woon/werkplaats naar Brussel. 

Per vliegtuig: in economy class

Per trein: het voordeligste tarief

Het FWO betaalt de gemaakte verplaatsingsonkosten terug op voorleg van de officiële factuur en vliegtuigtickets.

Art. 23.

§1 De inschalinganciënniteit van de titularissen van een [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat wordt berekend rekening houdend met de verworven wetenschappelijke anciënniteit en met de hiernavolgende bepalingen:

1° - de duur van de aanstelling in een dienstverband van ten minste 50% aan een universiteit of wetenschappelijke instelling, met dien verstande dat het gaat om een opdracht die onderzoeksactiviteiten omvat;

2° - de duur van de vrijwillig verrichte onderzoeksactiviteiten in een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap voor zover de omvang van deze activiteiten ten minste 50% bedraagt van een normale voltijdse taakvervulling;

3° - de helft van de duur van de aanstelling bedoeld in 1° en 2° indien het een dienstverband van minder dan 50% betreft.

§2 De duur van de aanstelling wordt berekend per kalendermaand: onvolledige maanden worden niet meegerekend. De totale omvang van de inschalinganciënniteit kan nooit de nominale duur van de in aanmerking komende periodes overschrijden.

§3 Elke periode van voorafgaande tewerkstelling die in aanmerking kan genomen worden, wordt gestaafd aan de hand van een tewerkstellingsattest.

Art. 24.

Het salaris is gekoppeld aan de gezondheidsindex zoals toepasselijk op het academisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 25.

Het salaris of de beurs en de mobiliteitstoelage worden maandelijks, na het verstrijken van de maand, op een Belgische financiële rekening gestort.

Arbeidsongevallen en aansprakelijkheid

Art. 26.

§1 De titularissen van een INKOMEND [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat zijn krachtens een door de wet vereist verzekeringscontract gedekt tegen risico's van het normale seminarie- en/of laboratoriumwerk, alsmede tegen ongevallen die zich zouden kunnen voordoen op de weg van en naar het werk (arbeidsongevallenverzekering). Dit contract dekt eveneens de tijdelijke buitenlandse opdrachten waarvoor door het FWO voorafgaandelijk toestemming gegeven werd. Voor hun verplaatsingen mogen de mandaathouders alle gebruikelijke transportmiddelen, toegelaten voor personenvervoer over water, in de lucht of langs de weg, gebruiken, op voorwaarde dat ze geen deel uitmaken van de bemanning.

§2 De INKOMENDE [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaathouder is gedurende het volledige verblijf in België gedekt door een reisongevallenverzekering met repatriëring.

§3 De burgerlijke aansprakelijkheid van de mandaathouders is door een collectieve verzekering, aangegaan door het FWO, gedekt.

Kinderbijslag

Art. 27.

Elke geboorte moet aan het FWO gemeld worden. Het FWO levert dan aan betrokkene de vereiste formulieren tot het bekomen van zowel kinderbijslag als kraamgeld af. Dit kan vanaf de zesde maand van de zwangerschap aangevraagd worden. Om hun recht op kinderbijslag te vrijwaren, worden de mandaathouders met kinderen ten laste verzocht het FWO in kennis te stellen van elke buitenlandse reis. Tevens dienen ze tijdens dit verblijf in het buitenland een domicilie in België te behouden.

Jaarlijkse vakantie

Art. 28.

§1 De vakantieperioden zijn dezelfde als deze bepaald in het reglement van de Vlaamse onthaalinstelling en worden in gemeenschappelijk overleg met het diensthoofd vastgesteld.

§2 De titularissen van een [PEGASUS]² Marie Skłodowska-Curie mandaat dienen aan het secretariaat van het FWO de data van hun jaarlijkse vakantie op te geven. Het vakantiegeld, berekend op basis van de wedde of de beurs van de maand mei, wordt in de loop van de maand mei op de rekening van de titularis gestort.

Algemene beschikking

Art. 29.

De bij het FWO doorgebrachte jaren worden erkend als anciënniteit bij het bepalen van de wedde van de titularissen die vast benoemd worden in Gemeenschaps- of gesubventioneerde instellingen voor secundair en hoger onderwijs met volledig leerplan, evenals in de Vlaamse en Federale wetenschappelijke instellingen en ministeries.

Eindbeschikking

Art. 30.

De titularissen van onderhavig mandaat kunnen, voor zover ze het hoofd van de Vlaamse onthaalinstelling, het hoofd van hun onderzoekseenheid en het FWO hiervan in kennis hebben gesteld, om het even wanneer van hun mandaat afstand doen.

27/06/2017