Reglement voor de Pegasus Marie Curie mandaten

Algemeen reglement

Het algemeen reglement is van toepassing.

Uitgebreide informatie, volledige reglementen en formulieren zijn on line beschikbaar
Alle aanvullende inlichtingen kunnen worden verkregen op het secretariaat van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen, Egmontstraat 5 te 1000 BRUSSEL, telefoon 02 512 91 10.

Toepassingsgebied

Art. 1.

§1 Dit reglement geldt voor de Pegasus Marie Curie mandaten van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO).

§2 Binnen het Pegasus-programma zijn er twee types mandaten:

-         “Pegasus-long”: reguliere postdoctorale mandaten met een duur van drie jaar, waarbij een arbeidsovereenkomst gesloten wordt tussen het FWO en de mandaathouder;

-         “Pegasus-short”: visiting fellowships met een duur van één jaar, waarbij in principe een arbeidsovereenkomst gesloten wordt tussen het FWO en de mandaathouder, maar waarbij de kandidaat ook kan kiezen voor een beurs.

Kandidaatstellingen en anciënniteit

Art. 2.

§1 De kandidaat dient houder te zijn van een doctoraat of een graad die wettelijk erkend is als equivalent in toepassing van de richtlijnen van de Europese Unie of bij bilateraal akkoord met de Europese Unie, overeenkomstig de voorschriften van het Decreet aangaande de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap d.d. 12 juni 1991, art. 60 (Belgisch Staatsblad, 4 juli 1991). Het doctoraat of de equivalente graad mogen behaald zijn in elk wetenschapsgebied.

§2 Indien het mandaat start op 1 oktober, dan dient het doctoraat ten laatste op 1 juni van hetzelfde jaar behaald te zijn. Indien het mandaat start op 1 januari, dan dient het doctoraat ten laatste op 1 november van het jaar voordien behaald te zijn.

Art. 3.

De kandidaten dienen hun aanvraag in te dienen in het Engels en zullen verbonden zijn aan een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap of aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven of de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel, eventueel in samenwerking met een Vlaamse of Federale wetenschappelijke instelling, waar ze hun onderzoek uitvoeren. Zo het onderzoek gebeurt in samenwerking met een hogeschool zal het worden uitgevoerd onder de leiding en de verantwoordelijkheid van een Vlaamse universiteit.

Art. 4.

§1 Kandidaten die bij de aanvang van het mandaat de volle leeftijd van 36 jaar zullen bereikt hebben, kunnen zich kandidaat stellen voor een Pegasus-long mandaat tijdens de eerste zes jaar na het behalen van hun doctoraat, gerekend op de ingangsdatum van het mandaat. Deze grens wordt met één jaar opgeschoven per zwangerschap of ouderschapsverlof, geteld op het ogenblik van de aanvraag.

§2 De maximale postdoctorale anciënniteit die geldt voor kandidaten voor een Pegasus-short mandaat is tien jaar, waarbij voor het overige dezelfde voorwaarden gelden als in §1 hierboven.

§3 De voorwaarde vooropgesteld in §1 hierboven, is niet van toepassing indien de kandidaat bij de aanvang van het mandaat de volle leeftijd van 36 jaar niet heeft bereikt.

§4 Het Bureau van het FWO kan uitzonderlijk van de limiet vooropgesteld in §1 hierboven afwijken in die gevallen waar omwille van sociale en medische redenen ofwel in het voortraject een onderbreking voorkomt, ofwel zich een verminderd arbeidsrendement heeft voorgedaan.

Art. 5.

§1 Het programma staat open voor alle nationaliteiten.

§2 Kandidaten kunnen enkel postuleren indien zij gedurende de laatste drie jaar voorafgaand aan de start van het mandaat niet langer dan 12 maanden hun hoofdactiviteit (werk of studies) in België hebben uitgeoefend.

Art. 6.

§1 Men kan zich niet kandidaat stellen voor een mandaat dat men, zelfs gedeeltelijk, reeds vroeger genoten heeft. Men kan zich evenmin gelijktijdig kandidaat stellen voor een Pegasus-mandaat en een regulier postdoctoraal mandaat bij FWO.

§2 Pegasus-long-mandaten gelden daarbij als reguliere postdoctorale mandaten. Wie een Pegasus-long fellowship heeft genoten kan niet meer postuleren voor een initieel postdoctoraal mandaat van het FWO. Omgekeerd geldt dat wie een initieel postdoctoraal mandaat heeft gehad, zich niet langer kandidaat kan stellen voor een Pegasus-mandaat. Deze bepaling geldt niet voor de eerste hernieuwing van een postdoctoraal mandaat.

§3 Pegasus-short-mandaten gelden daarbij als equivalent aan de bestaande “visiting postdoctoral fellowships”. Kandidaten die eerder een visiting postdoctoral mandaat verworven hebben, komen niet meer in aanmerking voor een Pegasus-short-mandaat. Wel komen zij, met inachtneming van de andere bepalingen in onderhavig reglement, in aanmerking voor een Pegasus-long-mandaat.

§4 Eenzelfde kandidaat kan maximaal twee keer hetzelfde type mandaat aanvragen. Ook hier gelden de in §2 en §3 van dit artikel gestelde equivalenties.

Art. 7.

§1 De aanvragen worden in drie stappen beoordeeld en geselecteerd

§2 In een eerste stap wordt advies gevraagd aan minstens 2 externe referenten, uit hetzelfde vakgebied als dat van de kandidaat. Voor de specifieke regelgeving betreffende deze externe referenten wordt verwezen naar het ‘Reglement interne en externe peer review’.

§3 In een tweede stap worden de aanvragen voorgelegd aan het relevante expertpanel. De keuze van het panel gebeurt door de kandidaat en dient gemotiveerd te worden, rekening houdende met de specifieke scope van het betreffende panel. Het expertpanel beoordeelt de Pegasus-aanvragen conform de procedure voor reguliere postdoctorale mandaten, maar rekening houdend met de specifieke selectiecriteria van het Pegasus-programma, en stelt een onderlinge rangschikking van de aanvragen op.

§4 In de derde en laatste stap rapporteren de vakspecifieke panels aan de Commissie Internationale Samenwerking, die twee globale rangschikkingen, één voor de Pegasus-long-mandaten en één voor de Pegasus-short-mandaten, van alle kandidaten uit alle expertpanels opstelt. Deze rangschikking mag echter niet strijdig zijn met de individuele rangschikkingen door de vakspecifieke expertpanels. De Commissie Internationale Samenwerking brengt vervolgens verslag uit aan de Raad, die beslist over de aanstelling van de Pegasusmandaathouders.

Aanstelling

Art. 8.

§1 Mandaathouders van het type “Pegasus-long” genieten een arbeidsovereenkomst met een duur van drie jaar.

§2 Mandaathouders van het type “Pegasus-short” genieten in principe een arbeidsovereenkomst met een duur van één jaar, maar kunnen, indien aan de wettelijke voorwaarden ter zake wordt voldaan, aanspraak maken op een beurs van dezelfde duur, ten belope van 1.650 euro netto per maand, onderworpen aan de sociale zekerheid krachtens art. 15, 2° van het Koninklijk Besluit van 28 november 1969 en vrijgesteld van personenbelasting steunend op het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992.

Art. 9.

Het al dan niet ondergaan van  een medisch onderzoek  door de mandaathouders in de bedrijfsgeneeskundige dienst van de instelling waar ze hun onderzoek doorvoeren is afhankelijk van de eigen reglementering van hun onthaalinstelling. Indien er volgens de reglementering van hun onthaalinstelling een medisch onderzoek noodzakelijk is,  zal hun aanstelling slechts ingaan zo het attest van dat geneeskundig onderzoek gunstig is.

Art. 10.

Iedere toekenning van een mandaat met bepaalde duur wordt vastgelegd in een individuele (arbeids)overeenkomst tussen het Fonds en de titularis.

Art. 11.

§1 Met uitzondering van de bepalingen van artikel 14 mogen de titularissen van het onderhavige mandaat geen deel uitmaken van het Assisterend of Zelfstandig Academisch Personeel van de Vlaamse universiteiten of hiermee gelijkgestelde instellingen, en evenmin van aan het Vlaamse ZAP-statuut equivalente personeelscategorieën aan buitenlandse universiteiten en wetenschappelijke instellingen.

§2 Bij onenigheid over de al dan niet geldende equivalentie van buitenlandse aanstellingen, zoals aangegeven in de vorige paragraaf, wordt een beslissing ter zake genomen door het Bureau, met beroepsmogelijkheid bij de Raad van Bestuur.

Rechten en plichten van de houders van een mandaat Postdoctoraal Onderzoeker

Art. 12.

§1 De titularissen van onderhavig mandaat zijn administratief en juridisch afhankelijk van de Raad van Bestuur van het FWO, vertegenwoordigd door zijn voorzitter en zijn secretaris-generaal. Disciplinair zijn zij afhankelijk van de academische overheid van de universiteit. Zij verbinden er zich bovendien toe het reglement van het FWO en dit van de academische overheden van de universiteit na te leven.

§2 Alle Pegasus Marie Curie Fellows hebben recht op geïndividualiseerd carrièreadvies en 
-begeleiding door de personeelsdienst van hun onthaalinstelling.

Art. 13.

De titularissen van een Pegasus Marie Curie-mandaat kunnen op basis van degelijk verantwoorde motieven, mits het advies van het hoofd van hun onderzoekseenheid en na goedkeuring door het FWO, hun onderzoeksproject aanpassen. Zij kunnen niet van onthaalinstelling veranderen. Onthaalinstellingen kunnen een onderlinge afspraak maken over samenwerking en de plaats van tewerkstelling.

Art. 14

§1 De onthaalinstelling kan de titularissen van een mandaat van het type “Pegasus-long” belasten met opdrachten waarvan de totale werklast maximaal 8 uur per week bedraagt. Deze bepaling vervalt tijdens periodes van langdurige ziekte, zwangerschaps- en borstvoedingsverlof, buitenlands verblijf, voltijds ouderschapsverlof en palliatief verlof. De opdrachten kunnen zijn:

  • administratieve of klinische taken;
  • begeleiding van oefeningen, practica of seminaria, waarvoor de werklast dubbel wordt geteld (1 uur oefeningen, practica of seminaria staat daarbij gelijk aan 2 uur werklast);
  • een onbezoldigde onderwijsopdracht aan een universiteit of aan een hogeschool (academische opleidingen) waarnemen die de limiet van twee jaaruur niet mag overschrijden tijdens het eerste mandaat en de limiet van drie jaaruur tijdens het tweede en het derde mandaat. In geval van een opdracht aan een hogeschool of andere universiteit moet de toestemming gevraagd worden aan de rector van de universiteit die optreedt als onthaalinstelling.

Bij een deeltijdse titularis wordt het maximum van 8 uur per week gereduceerd in verhouding tot het deeltijdse mandaat.

§2 Houders van een Pegasus-long-mandaat kan bijkomend een deeltijdse bezoldigde opdracht toevertrouwd worden aan een instelling van hoger onderwijs, op voorwaarde dat hun aanstelling als mandaathouder gereduceerd wordt in verhouding tot deze procentuele aanstelling, met inbegrip van 50% aanstellingen in het tenure track-stelsel ten laste van de universitaire werkingsmiddelen.

§3 De bepalingen in §1-2 van dit artikel gelden niet voor de houders van een mandaat van het type “Pegasus-short”. Deze worden verondersteld zich voltijds aan hun onderzoeksopdracht te wijden en mogen geen enkele andere opdracht aanvaarden.

Art. 15.

§1 De cumulatie van het mandaat met iedere andere bezoldigde activiteit is uitgesloten, behoudens de in volgende paragrafen van dit artikel bepaalde uitzonderingen. Voor het Pegasus-short-mandaat kan echter nooit een uitzondering worden toegestaan; houders van dit mandaat worden verondersteld zich voltijds aan hun onderzoeksopdracht te wijden en mogen geen enkele andere bezoldigde opdracht aanvaarden.

§2 Het cumulatieverbod zoals bepaald in §1 houdt m.b.t. doctors in de Rechten of in de Rechtsgeleerdheid die een Pegasus-mandaat genieten in dat zij niet ingeschreven mogen zijn aan de balie. Geen van de hieronder vermelde uitzonderingen kan een afwijking op deze bepaling met zich mee brengen.

§3 Houders van een Pegasus-long-mandaat kan een gehele of gedeeltelijke cumulatie met toelagen voor studieverblijven in het buitenland worden toegestaan. Titularissen van een reisbeurs van het FWO, de Vlaamse Gemeenschap, de Federale Regering of in het kader van de Culturele Akkoorden, mogen deze met hun mandaat cumuleren. Ze worden verzocht het FWO hiervan in kennis te stellen.

§4 Het FWO kan houders van een Pegasus-long-mandaat toestemming verlenen om een nevenactiviteit uit te oefenen binnen de beperkingen van de decretale bepalingen inzake de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap en binnen de beperkingen die de als onthaalinstelling optredende universiteit haar eigen personeel oplegt. Dit houdt onder meer in dat een nevenactiviteit kan worden toegekend die cumuleerbaar is tot maximum 20% van de tijd. De betrokkene dient bovendien een verklaring af te leggen dat hij of zij de onderzoekstaak behorend bij het Pegasus-mandaat voltijds uitvoert.

Art. 16.

§1 De titularissen van een Pegasus-long-mandaat dienen op het einde van ieder academiejaar een verslag over hun wetenschappelijke activiteiten aan het FWO voor te leggen. Een kopie van dit verslag moet gestuurd worden aan het hoofd van de instelling waaraan ze verbonden zijn.

§2 De titularissen van een Pegasus-short-mandaat dienen binnen de drie maanden na afloop van hun mandaateen verslag over hun wetenschappelijke activiteiten aan het FWO voor te leggen. Een kopie van dit verslag moet gestuurd worden aan het hoofd van de instelling waaraan ze verbonden zijn.

Art. 17.

De titularissen van een Pegasus-mandaat moeten bij al hun publicaties, overdrukken en bijdragen in andere communicatiemedia hun titel van ‘FWO Pegasus Marie Curie Fellow’ vermelden.

Art. 18.

De titularissen van een Pegasus-long-mandaat die een studieverblijf in het buitenland wensen door te voeren, dienen de toestemming van het FWO te vragen.  Het buitenlands studieverblijf kan enkel toegestaan worden, indien de titularis van een Pegasus-long-mandaat  tijdens het buitenlands verblijf onderworpen kan blijven aan de Belgische sociale zekerheid.  Bijgevolg dient deze mandaathouder minstens 30 kalenderdagen voor zijn vertrek onder de Belgische sociale zekerheid te hebben geressorteerd. De secretaris-generaal kan uitzonderlijk beslissen, op basis van een gemotiveerd verzoek, om van de voorwaarde om onderworpen te blijven aan de Belgische sociale zekerheid af te wijken.

Deze bepaling geldt niet voor de houders van een mandaat van het type “Pegasus-short”. Deze worden verondersteld zich voltijds aan hun onderzoeksopdracht te wijden aan hun onthaalinstelling. De secretaris-generaal kan uitzonderlijk, op basis van een gemotiveerd verzoek, toelating geven voor een buitenlands studieverblijf aan de houders van een mandaat type “Pegasus-short”.

Art. 19.

De titularissen van onderhavig mandaat dienen het FWO zo spoedig mogelijk in kennis te stellen van elke tijdelijke werkonderbreking, ongeacht de oorzaak daarvan.

Art. 20.

De titularissen van onderhavig mandaat dienen als verplicht verzekerde aan te sluiten bij een ziekenfonds naar keuze. Bij ziekte dient de titularis binnen de 48 uur aan het FWO de medische attesten te bezorgen waarin de periode van de werkonbekwaamheid vermeld is, een dubbel ervan dient aan de bevoegde dienst van de universiteit waarvan de mandaathouder afhankelijk is, door bemiddeling van zijn diensthoofd, gericht te worden.

Art. 21.

Om strafrechtelijke gevolgen te vermijden, dient bij een arbeidsongeval de personeelsdienst van het FWO binnen de 24 uur telefonisch op de hoogte gebracht te worden. De officiële verklaring dient, samen met een medisch attest van vaststelling, zo spoedig mogelijk naar het FWO gestuurd te worden. De bedrijfsgeneeskundige dienst van de instelling, evenals het diensthoofd, dienen hiervan op de hoogte gebracht te worden.

Art. 22.

De titularissen van onderhavig mandaat dienen het FWO zo vlug mogelijk schriftelijk op de hoogte te brengen van om het even welke wijziging in hun situatie (burgerlijke stand, geboorte, adresverandering e.a.).

Schorsing

Art. 23.

§1 Het mandaat wordt geschorst tijdens de periode van langdurig ziekteverlof, zwangerschaps- en borstvoedingsverlof, ouderschapsverlof, palliatief verlof en verlof voor medische bijstand. In deze gevallen wordt het mandaat verlengd met de periode tijdens dewelke het niet werd uitgekeerd.

Verlengingen van minder dan twee weken worden niet in aanmerking genomen.

§2 Volgens de ter zake geldende wettelijke bepalingen kan drie maanden op voorhand een tijdskrediet worden aangevraagd. Dit geeft géén aanleiding tot verlenging van het mandaat.

§3 De mandaathouders dienen het FWO zo snel mogelijk van deze onderbrekingen van hun werkzaamheden op de hoogte te brengen.

§4 Het mandaat kan om geen enkele andere reden worden geschorst of verdaagd.

Bezoldiging

Art. 24.

§1 De salarisschaal van titularissen van een Pegasus-mandaat is de salarisschaal Doctor-Assistent volgens het Besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2001 (Belgisch Staatsblad, 9 januari 2002).

(Op datum van 1/07/2016 en aan 100% - Huidige index: 1.6406)

Minimaal 3.974.35 en maximaal 6.195,63 euro

  • 3 jaarlijkse verhogingen van 689,03 EUR
  • 11 tweejaarlijkse verhogingen van 1.289,13 EUR

§2 Bijdrage in de verplaatsingskosten: mandaathouders van het FWO kunnen aanspraak maken op een bijdrage in hun verplaatsingskosten van en naar het werk (zo gebruik wordt gemaakt van het openbaar vervoer of de fiets) in dezelfde mate als bepaald voor het academisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 25.

§ 1 De inschalinganciënniteit van de titularissen van een Pegasus-mandaat wordt berekend rekening houdend met de verworven wetenschappelijke anciënniteit en met de hiernavolgende bepalingen:

1° - de duur van de aanstelling in een dienstverband van ten minste 50% aan een universiteit of wetenschappelijke instelling, met dien verstande dat het gaat om een opdracht die onderzoeksactiviteiten omvat;

2° - de duur van de vrijwillig verrichte onderzoeksactiviteiten in een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap voor zover de omvang van deze activiteiten ten minste 50% bedraagt van een normale voltijdse taakvervulling;

3° - de helft van de duur van de aanstelling bedoeld in 1° en 2° indien het een dienstverband van minder dan 50% betreft.

§ 2 De duur van de aanstelling wordt berekend per kalendermaand: onvolledige maanden worden niet meegerekend. De totale omvang van de inschalinganciënniteit kan nooit de nominale duur van de in aanmerking komende periodes overschrijden.

§ 4 Elke periode van voorafgaande tewerkstelling die in aanmerking kan genomen worden, wordt gestaafd aan de hand van een tewerkstellingsattest.

Art. 26.

Het salaris is gekoppeld aan de gezondheidsindex zoals toepasselijk op het academisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 27.

De bepalingen van artikel 25 en 26 hierboven, zijn niet van toepassing voor de Pegasus-short-mandaathouders die kiezen voor een beurs.

Art. 28.

Het salaris of de beurs wordt maandelijks, na het verstrijken van de maand, op een Belgische financiële rekening gestort.

Arbeidsongevallen en aansprakelijkheid

Art. 29.

§1 De titularissen van een Pegasus-mandaat zijn krachtens een door de wet vereist verzekeringscontract gedekt tegen risico's van het normale seminarie- en/of laboratoriumwerk, alsmede tegen ongevallen die zich zouden kunnen voordoen op de weg van en naar het werk. Dit contract dekt eveneens de tijdelijke buitenlandse opdrachten waarvoor door het FWO voorafgaandelijk toestemming gegeven werd. Voor hun verplaatsingen mogen de mandaathouders alle gebruikelijke transportmiddelen, toegelaten voor personenvervoer over water, in de lucht of langs de weg, gebruiken, op voorwaarde dat ze geen deel uitmaken van de bemanning.

§2 De burgerlijke aansprakelijkheid van de mandaathouders is door een collectieve verzekering, aangegaan door het FWO, gedekt.

Kinderbijslag

Art. 30.

Elke geboorte moet aan het FWO gemeld worden. Het Fonds levert dan aan betrokkene de vereiste formulieren tot het bekomen van zowel kinderbijslag als kraamgeld af. Dit kan vanaf de zesde maand van de zwangerschap aangevraagd worden. Om hun recht op kinderbijslag te vrijwaren, worden de mandaathouders met kinderen ten laste verzocht het FWO in kennis te stellen van elke buitenlandse reis. Tevens dienen ze tijdens dit verblijf in het buitenland een domicilie in België te behouden.

Jaarlijkse vakantie

Art. 31.

§1 De vakantieperioden zijn dezelfde als deze bepaald in het reglement van de onthaalinstelling en worden in gemeenschappelijk overleg met het diensthoofd vastgesteld.

§2 De titularissen van een Pegasus-mandaat dienen aan het secretariaat van het FWO de data van hun jaarlijkse vakantie op te geven. Het vakantiegeld, berekend op basis van de wedde of de beurs van de maand juni, wordt in de loop van de maand mei op de rekening van de titularis gestort.

Algemene beschikking

Art. 32.

De bij het FWO doorgebrachte jaren worden erkend als anciënniteit bij het bepalen van de wedde van de titularissen die vast benoemd worden in Gemeenschaps- of gesubventioneerde instellingen voor secundair en hoger onderwijs met volledig leerplan, evenals in de Vlaamse en Federale wetenschappelijke instellingen en ministeries.

Eindbeschikking

Art. 33.

De titularissen van onderhavig mandaat kunnen, voor zover ze het hoofd van de onthaalinstelling, het hoofd van hun onderzoekseenheid en het FWO hiervan in kennis hebben gesteld, om het even wanneer van hun mandaat afstand doen.

27/06/2017