Reglement inzake Mandaat Postdoctoraal Onderzoeker

ALGEMEEN REGLEMENT

Het algemeen reglement is van toepassing.

Uitgebreide informatie, volledige reglementen en formulieren zijn on line beschikbaar
Alle aanvullende inlichtingen kunnen worden bekomen op het secretariaat van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen, Egmontstraat 5 te 1000 BRUSSEL, telefoon 02 512 91 10.

TOEPASSINGSGEBIED

Art. 1.

Dit reglement geldt voor de Postdoctoraal Onderzoekers (*) van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO).

(*) Franse nomenclatuur: Chargé de Recherches du Fonds de la Recherche Scientifi que - Flandre (FWO). Duitse nomenclatuur: Oberassistent für Forschung des Fonds für Wissenschaftliche Forschung - Flandern (FWO). Engelse nomenclatuur: Postdoctoral Fellow of the Research Foundation - Flanders (FWO).

KANDIDATUREN EN ANCIËNNITEIT

Art. 2.

De kandidaat dient houder (ten laatste op 1 juni, het mandaat voorafgaand, dient de openbare verdediging te hebben plaatsgevonden) te zijn van een diploma van Doctor op proefschrift (*) of van een diploma of certificaat dat wettelijk of in toepassing van de richtlijnen van de Europese Unie of een bilateraal akkoord hiermee als gelijkwaardig wordt erkend, conform de bepalingen van Artikel V 20 van de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs van 1 oktober 2013.

* Een Aggregatie voor het Hoger Onderwijs of een Speciaal Doctoraat wordt met een doctoraat op proefschrift gelijkgesteld voor wat betreft het postuleren van een mandaat Postdoctoraal Onderzoeker.

Art. 3.

De kandidaten dienen hun aanvraag in te dienen in het Engels en zullen verbonden zijn aan ten minste één van de volgende onthaalinstellingen: een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap of aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven of de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel voor zover het onderzoek in godsdienstwetenschappen of godgeleerdheid betreft, de Hogere Zeevaartschool voor zover het wetenschappelijk onderzoek in de nautische wetenschappen betreft, de Vlerick Management School en de Antwerp Management School voor zover het onderzoek in de managementwetenschappen betreft, of het Instituut voor Tropische Geneeskunde voor zover het onderzoek in tropische geneeskunde en diergeneeskunde en in gezondheidszorg in ontwikkelingslanden betreft, eventueel in samenwerking met een Vlaamse of Federale wetenschappelijke instelling alwaar ze hun onderzoek uitvoeren. Zo het onderzoek gebeurt in samenwerking met een hogeschool zal het worden uitgevoerd onder de leiding en de verantwoordelijkheid van een Vlaamse universiteit. Van kandidaten wier academisch diploma (tweede cyclus) werd afgeleverd door een universiteit buiten de Vlaamse Gemeenschap wordt verondersteld dat zij het Nederlands dermate beheersen om de inschakeling in de onderzoeksploeg mogelijk te maken.

Art. 4. 

Onderzoekers kunnen zich kandidaat stellen voor een postdoctoraal mandaat tijdens de eerste 3 jaar na het behalen van hun doctoraat (datum doctoraatsdiploma), gerekend op 1 juni van het jaar van aanvraag. Deze grens wordt met één jaar opgeschoven per periode van minstens 3 maanden moederschapsrust  of per aaneensluitende periode van minstens 3 maanden voltijds ouderschapsverlof die genomen werd tussen de datum van het doctoraatsdiploma en de aanvraag.

Indien de kandidaat over meer dan één doctoraatsdiploma beschikt, is deze regel enkel van toepassing op het diploma uit hetzelfde studiegebied als het voorstel voor postdoc onderzoek. Ongeacht het studiegebied of discipline, mag het 1ste doctoraatsdiploma in geen enkel geval langer dan 10 jaar geleden zijn behaald, te rekenen vanaf 1 juni van het jaar van aanvraag.

Het directiecomité van het FWO kan uitzonderlijk van deze limiet afwijken in die gevallen waar omwille van sociale en medische redenen ofwel in het voortraject een onderbreking voorkomt, ofwel een verminderd arbeidsrendement zich heeft voorgedaan.

Art. 5.

Er kan niet gepostuleerd worden voor een mandaat dat men, zelfs gedeeltelijk, reeds vroeger genoten heeft.

Art. 6.

De aanvragen worden aan de wetenschappelijke commissies, die de kwalificaties van de kandidaten beoordelen, voorgelegd. De commissies brengen aan de Raad verslag uit. De aanstelling gebeurt door de raad van bestuur.

AANSTELLING

Art. 7.

§1. De Postdoctoraal Onderzoeker geniet een arbeidsovereenkomst met een duur van drie jaar, na selectie door de bevoegde wetenschappelijke commissie, eventueel eenmaal met een periode van drie jaar verlengbaar. De verlenging dient bij het vorig mandaat aan te sluiten. Om deze hernieuwingen aan de bevoegde wetenschappelijke commissies te kunnen voorleggen dienen deze vóór 1 februari om 17u00, van het laatste mandaatjaar te worden aangevraagd. Zo deze datum op een zaterdag of een zondag valt, dan wordt de indienlimiet verdaagd tot de daaropvolgende maandag om 17u00.

§2. Indien het eerste mandaat is opgeschort wegens het opnemen van een ander mandaat in een buitenlandse instelling of een bedrijf, zoals omschreven in artikel 23 van dit reglement, moet de hernieuwing aangevraagd worden in het laatste volledige mandaatjaar van het eerste mandaat inclusief de desbetreffende verlenging teneinde het eerste en tweede mandaat te laten aansluiten.

Art. 8.

Het al dan niet ondergaan van  een medisch onderzoek  door de mandaathouder in de bedrijfsgeneeskundige dienst van de instelling waar ze hun onderzoek doorvoeren is afhankelijk van de eigen reglementering van hun onthaalinstelling. Indien er volgens de reglementering van hun onthaalinstelling een medisch onderzoek noodzakelijk is,  zal hun aanstelling slechts ingaan zo het attest van dat geneeskundig onderzoek gunstig is.

Art. 9.

Iedere toekenning van een mandaat met bepaalde duur is opgenomen in een individuele arbeidsovereenkomst tussen het Fonds en de titularis.

Art. 10.

Met uitzondering van de bepalingen van artikel 13 mogen de titularissen van een mandaat Postdoctoraal Onderzoeker geen deel uitmaken van het Assisterend of Zelfstandig Academisch Personeel van de universiteiten of van:

  • groep 1 t/m 3 van het Onderwijzend Personeel van de Hogere Zeevaartschool;
  • de faculteiten (Career Faculty en Faculty of Management Practice) van de Vlerick Management School;
  • de faculteit van de Antwerp Management School;
  • het academisch kader van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (gewoon hoogleraar, hoogleraar, hoofddocent en docent).

Art. 10 bis.

In geval de postdoctoraal onderzoeker niet meer verbonden is aan een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap of aan de Evangelische Protestantse Faculteit in Leuven of de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel, de Hogere Zeevaartschool, de Vlerick Management School, de Antwerp Management School of het Instituut voor Tropische Geneeskunde, eventueel in samenwerking met een Vlaamse of federale wetenschappelijke instelling, wordt de arbeidsovereenkomst van rechtswege ontbonden.

Art. 10 ter.

Behoudens de gemeenrechtelijke regels van beëindiging, neemt het mandaat van postdoctoraal onderzoeker, en derhalve de arbeidsovereenkomst, in de regel een einde bij de afloop van de termijn van 3 jaar.

Daarnaast wordt de arbeidsovereenkomst om dringende reden beëindigd, zonder vergoeding of opzeg aan de onderzoeker, in geval deze een integriteitsinbreuk heeft begaan die elke professionele samenwerking tussen het FWO en de onderzoeker onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt.

Art. 10 quater.

Van zodra het FWO kennis krijgt van inbreuken op de wetenschappelijke integriteit van een van zijn onderzoekers, hoort het FWO de onderzoeker.

De onderzoeker kan zich laten bijstaan door een raadsman.

Na de onderzoeker te hebben gehoord, kan het FWO de volgende beslissingen nemen:

a. het dossier zonder gevolg klasseren;

b. de feiten die zich hebben voorgedaan formeel vaststellen en deze vaststelling opnemen in het persoonlijk dossier van de postdoctoraal onderzoeker bij het FWO;

c. een formele verwittiging geven en deze verwittiging opnemen in het persoonlijk dossier van de postdoctoraal onderzoeker bij het FWO;

d. de onderzoeker ontslaan mits betaling van de wettelijk bepaalde vergoeding;

e. de onderzoeker om dringende reden ontslaan.

De bovenvermelde gevolgen b) en c) kunnen bovendien in aanmerking genomen worden bij een latere beoordeling van de aanvraag tot hernieuwing van het mandaat door de bevoegde wetenschappelijke commissie.

RECHTEN EN PLICHTEN VAN DE HOUDERS VAN EEN MANDAAT POSTDOCTORAAL ONDERZOEKER

Art. 11.

De Postdoctoraal Onderzoekers hangen administratief en juridisch af van de raad van bestuur van het FWO, vertegenwoordigd door zijn Voorzitter en zijn secretaris-generaal. Disciplinair hangen zij af vanhet bestuur van de onthaalinstelling.

Zij verbinden er zich bovendien toe het reglement van het FWO en dit van de onthaalinstelling na te leven.

Art. 12.

De mandaathouders kunnen om degelijk verantwoorde motieven, mits het advies van het hoofd van hun onderzoekseenheid en na goedkeuring van het FWO, hun onderzoeksproject aanpassen. Zij kunnen niet van onthaalinstelling veranderen. Onthaalinstellingen kunnen een onderlinge afspraak maken over samenwerking en plaats van tewerkstelling.

Art. 13.

§1 De onthaalinstelling kan de titularissen van een postdoctoraalmandaat belasten met opdrachten waarvan de totale werklast maximaal 8 uur per week bedraagt. Deze bepaling vervalt tijdens periodes van langdurige ziekte, zwangerschaps- en borstvoedingsverlof, buitenlands verblijf, voltijds ouderschapsverlof en palliatief verlof. De opdrachten kunnen zijn:

•       administratieve of klinische taken;

•       begeleiding van oefeningen, practica of seminaria, waarvoor de werklast dubbel wordt geteld (1 uur oefeningen, practica of seminaria staat daarbij gelijk aan 2 uur werklast);

•       een onbezoldigde onderwijsopdracht aan een universiteit of aan een hogeschool (academische opleidingen) waarnemen die de limiet van twee jaaruur niet mag overschrijden tijdens het eerste mandaat en de limiet van drie jaaruur tijdens het tweede mandaat. In geval van een opdracht aan een hogeschool of andere universiteit moet de toestemming gevraagd worden aan de rector van de universiteit die optreedt als onthaalinstelling.

Bij een deeltijdse titularis wordt het maximum van 8 uur per week gereduceerd in verhouding tot het deeltijdse mandaat.

§2 Houders van een postdoctoraal mandaat kan bijkomend een deeltijdse bezoldigde opdracht toevertrouwd worden aan een instelling van hoger onderwijs, op voorwaarde dat hun aanstelling als mandaathouder gereduceerd wordt in verhouding tot deze procentuele aanstelling, met inbegrip van 50% aanstellingen in het tenure track-stelsel ten laste van de universitaire werkingsmiddelen.

Art. 14.

§1 De cumulatie van het mandaat met iedere andere bezoldigde activiteit is uitgesloten, behoudens de in volgende paragrafen van dit artikel bepaalde uitzonderingen.

§2 Het cumulatieverbod zoals bepaald in §1 houdt m.b.t. doctors in de Rechten of in de Rechtsgeleerdheid die een postdoctoraal mandaat genieten in dat zij niet ingeschreven mogen zijn aan de balie. Geen van de hieronder vermelde uitzonderingen kan een afwijking op deze bepaling met zich mee brengen.

§3 Houders van een postdoctoraal mandaat kan een gehele of gedeeltelijke cumulatie met toelagen voor studieverblijven in het buitenland worden toegestaan. Titularissen van een reisbeurs van het FWO, de Vlaamse Gemeenschap, de Federale Regering of in het kader van de Culturele Akkoorden, mogen deze met hun mandaat cumuleren. Ze worden verzocht het FWO hiervan in kennis te stellen.

§4 Het FWO kan houders van een postdoctoraal mandaat toestemming verlenen om een nevenactiviteit uit te oefenen binnen de beperkingen van de decretale bepalingen inzake de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap en binnen de beperkingen die de als onthaalinstelling optredende universiteit haar eigen personeel oplegt. Dit houdt onder meer in dat een nevenactiviteit kan worden toegekend die cumuleerbaar is tot maximum 20% van de tijd. De betrokkene dient bovendien een verklaring af te leggen dat hij of zij de onderzoekstaak behorend bij het postdoctoraal mandaat voltijds uitvoert.

Art. 15.

De Postdoctoraal Onderzoekers dienen op het einde van ieder academiejaar een verslag over hun wetenschappelijke activiteiten aan het FWO voor te leggen. Een kopie van dit verslag moet aan het hoofd van de instelling waaraan ze verbonden zijn gestuurd worden.

Art. 16.

De Postdoctoraal Onderzoekers moeten op al hun publicaties en overdrukken hun titel van Postdoctoraal Onderzoeker van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen vermelden.

Art. 17.

De titularissen van een mandaat postdoctoraal onderzoeker die een studieverblijf in het buitenland wensen door te voeren, dienen de toestemming van het FWO te vragen.  Het buitenlands studieverblijf kan enkel toegestaan worden, indien de postdoctoraal onderzoeker tijdens het buitenlands verblijf onderworpen kan blijven aan de Belgische sociale zekerheid.  Bijgevolg dient de postdoctoraal onderzoeker minstens 30 kalenderdagen voor zijn vertrek onder de Belgische sociale zekerheid te hebben geressorteerd. De secretaris-generaal kan uitzonderlijk beslissen, op basis van een gemotiveerd verzoek, om van de voorwaarde om onderworpen te blijven aan de Belgische sociale zekerheid af te wijken.

Art. 18.

De titularissen van een mandaat dienen het FWO zo spoedig mogelijk in kennis te stellen van elke tijdelijke werkonderbreking, ongeacht de oorzaak ervan.

Art. 19.

De mandaathouders dienen als verplicht verzekerde aan te sluiten bij een ziekenfonds naar keuze. Bij ziekte dient de titularis binnen de 48 uur aan het FWO de medische attesten te laten geworden waarin de periode van de werkonbekwaamheid vermeld is, een dubbel ervan dient aan de bevoegde dienst van de universiteit waarvan de mandaathouder afhangt, door bemiddeling van zijn diensthoofd, gericht te worden.

Art. 20.

Om strafrechtelijke gevolgen te vermijden, dient bij een arbeidsongeval de personeelsdienst van het FWO binnen de 24 uur telefonisch op de hoogte gebracht te worden. De officiële verklaring samen met een medisch attest van vaststelling, dient zo spoedig mogelijk naar het FWO gestuurd te worden. De bedrijfsgeneeskundige dienst van de instelling, evenals het diensthoofd, dienen hiervan op de hoogte gebracht te worden.

Art. 21.

De mandaathouder dient het FWO zo vlug mogelijk schriftelijk op de hoogte te brengen van om het even welke wijziging in zijn situatie (burgerlijke stand, geboorte, adresverandering enz...).

Art. 22.

Postdoctoraal Onderzoekers kunnen een Krediet aan Navorsers bij het FWO aanvragen.

SCHORSING

Art. 23.

Aan een postdoctoraal onderzoeker van het FWO kan een schorsing van zijn mandaat worden toegestaan tijdens de periode van het opnemen van een bezoldigd voltijds buitenlands onderzoeksmandaat of –beurs aan een universiteit in het buitenland of een buitenlandse wetenschappelijke instelling of een buitenlands bedrijf. 

In dit geval kan het mandaat minimaal zes maanden en maximaal twee jaar worden verlengd met de periode tijdens dewelke het niet werd uitgekeerd. Het maximum van twee jaar geldt voor het eerste mandaat en de eventuele hernieuwing die daarop volgt samen.

Voor een dergelijke schorsing dient de mandaathouder vooraf een verzoek tot verlenging te richten aan de secretaris-generaal van het FWO.

Postdoctorale mandaathouders van het FWO moeten minstens een 80% aanstelling hebben om in aanmerking te komen voor deze flexibiliseringsmaatregel.

Wanneer het buitenlands onderzoeksmandaat of –beurs wordt opgenomen voor onderzoek, in een onderzoeksgroep of een onderzoeksconsortium waarvoor directe of indirecte financiering wordt ontvangen van een Vlaams financieringskanaal (bv. Big Science projecten), kan geen verlenging van het postdocmandaat worden toegekend.

Art. 24.

Het mandaat wordt geschorst tijdens de periode van burgerdienst, langdurig ziekteverlof, zwangerschaps- en borstvoedingsverlof, ouderschapsverlof, palliatief verlof en verlof voor medische bijstand. In deze gevallen wordt het mandaat verlengd met de periode tijdens dewelke het niet werd uitgekeerd.

Verlengingen van minder dan twee weken worden niet in aanmerking genomen.

Volgens de terzake geldende wettelijke bepalingen kan drie maand op voorhand een tijdskrediet worden aangevraagd. Dit geeft géén aanleiding tot verlenging van het mandaat.

De mandaathouders dienen het FWO ten spoedigste van deze onderbrekingen van hun werkzaamheden op de hoogte te brengen.

Om competitief een aanvraag voor een volgend mandaat bij het FWO te kunnen indienen en er zonder onderbreking te kunnen op aansluiten zal een eerste mandaat  worden verlengd tot het einde van het academiejaar, indien er zich tijdens het eerste mandaat voltijdse schorsingen hebben voorgedaan van aaneensluitende periodes van 3 maanden, waarbij het mandaat niet werd uitgekeerd, omwille van langdurig ziekteverlof, zwangerschaps- en borstvoedingsverlof, ouderschapsverlof en palliatief verlof.  Deze administratieve verlenging wordt slechts eenmaal verleend. Schorsingen tijdens deze automatische verlenging van het mandaat geven géén aanleiding meer tot verdere verlenging van het mandaat. Er is géén administratieve verlenging voor een hernieuwing.

BEZOLDIGING

Art. 25.

De salarisschaal van Postdoctoraal Onderzoeker is de salarisschaal Doctor-Assistent volgens het Besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2001. (Belgisch Staatsblad 9/1/2002).

(Op datum van 1/7/2017 en aan 100% - Huidige index: 1.6734)

Minimaal 4.053,81 euro en maximaal 6.319,49 euro

  • 3 jaarlijkse verhogingen van 689,03 EUR
  • 11 tweejaarlijkse verhogingen van 1.289,13 EUR

Bijdrage in de verplaatsingskosten: mandaathouders van het FWO kunnen aanspraak maken op een bijdrage in hun verplaatsingskosten van en naar het werk (zo gebruik wordt gemaakt van het openbaar vervoer of de fiets) in dezelfde mate als bepaald voor het academisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 26.

§ 1 De inschalinganciënniteit van kandidaat-postdoctoraal onderzoekers wordt berekend rekening houdend met de verworven wetenschappelijke anciënniteit en met de hiernavolgende bepalingen:

1° - de duur van de aanstelling in een dienstverband van ten minste 50% aan een universiteit of wetenschappelijke instelling, met dien verstande dat het gaat om een opdracht die onderzoeksactiviteiten omvat;

2° - de duur van de vrijwillig verrichte onderzoeksactiviteiten in een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap voor zover de omvang van deze activiteiten ten minste 50% bedraagt van een normale voltijdse taakvervulling;

3° - de helft van de duur van de aanstelling bedoeld in 1° en 2° indien het een dienstverband van minder dan 50% betreft;

§ 2 De duur van de aanstelling wordt berekend per kalendermaand: onvolledige maanden worden niet meegerekend. De totale omvang van de inschalinganciënniteit kan nooit de nominale duur van de in aanmerking komende periodes overschrijden.

§ 4 Elke periode van voorafgaande tewerkstelling die in aanmerking kan genomen worden, wordt gestaafd aan de hand van een tewerkstellingsattest.

Art. 27.

Het salaris is gekoppeld aan de gezondheidsindex in de mate als toepasselijk op het academisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 28.

Het salaris wordt maandelijks, na het verstrijken van de maand, op een Belgische financiële rekening gestort.

ARBEIDSONGEVALLEN EN AANSPRAKELIJKHEID

Art. 29.

De Postdoctoraal Onderzoekers zijn krachtens een door de wet vereist verzekeringscontract gedekt tegen risico's van het normale seminarie- en/of laboratoriumwerk, alsmede tegen ongevallen die zich zouden kunnen voordoen op de weg van en naar het werk. Dit contract dekt eveneens de tijdelijke buitenlandse opdrachten waarvoor door het FWO voorafgaandelijk toestemming gegeven werd. Voor hun verplaatsingen mogen de mandaathouders alle gebruikelijke transportmiddelen, toegelaten voor personenvervoer over water, in de lucht of langs de weg, gebruiken, op voorwaarde dat ze geen deel uitmaken van de bemanning.

De burgerlijke aansprakelijkheid van de mandaathouders is door een collectieve verzekering, aangegaan door het FWO, gedekt.

KINDERBIJSLAG

Art. 30.

Elke geboorte moet aan het FWO gemeld worden. Het Fonds levert dan aan betrokkene de vereiste formulieren tot het bekomen van zowel kinderbijslag als kraamgeld af, dit kan vanaf de 6de maand van de zwangerschap aangevraagd worden. Om hun recht op kinderbijslag te vrijwaren, worden de mandaathouders met kinderen ten laste verzocht het FWO in kennis te stellen van elke buitenlandse reis. Tevens dienen ze tijdens dit verblijf in het buitenland een domicilie in België te behouden.

JAARLIJKSE VAKANTIE

Art. 31.

De vakantieperioden zijn dezelfde als deze bepaald in het reglement van de onthaalinstelling en worden in gemeenschappelijk overleg met het diensthoofd vastgesteld.

De Postdoctoraal Onderzoekers dienen aan het secretariaat van het FWO de data van hun jaarlijkse vakantie op te geven. Het vakantiegeld, berekend op basis van de wedde van de maand juni, wordt in de loop van de maand mei op de rekening van de titularis gestort.

ALGEMENE BESCHIKKING

Art. 32.

De bij het FWO doorgebrachte jaren, worden erkend als anciënniteit bij het bepalen van de wedde van de titularissen die vast benoemd worden in Gemeenschaps- of gesubventioneerde instellingen voor secundair en hoger onderwijs met volledig leerplan, evenals in de Vlaamse en Federale wetenschappelijke instellingen en ministeries.

EINDBESCHIKKING

Art. 33.

De Postdoctoraal Onderzoekers kunnen, voor zover ze het hoofd van de onthaalinstelling, het hoofd van hun onderzoekseenheid en het FWO hiervan in kennis hebben gesteld, om het even wanneer van hun mandaat afstand doen.

27/06/2017