Reglement van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen tot regeling van het mandaat postdoctoraal onderzoeker

25 oktober 2017

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen en toepassingsgebied

Art. 1.

Krachtens artikel 18 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid en het besluit van de Vlaamse regering van 10 november 2011 betreffende de subsidiëring door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen verleent de Vlaamse Regering het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen een toelage ter ondersteuning van individuele onderzoekers.

Art. 2.

§1. Dit reglement regelt de ontvankelijkheid van de kandidatuur, de aanstelling, schorsing en beëindiging van het mandaat postdoctoraal onderzoeker junior en senior van het Fonds  Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen, de berekening en storting van het salaris en de rechten en plichten, arbeidsongevallen, aansprakelijkheid, kinderbijslag en jaarlijkse vakantie van houders van de beurs.

§2. De interne en externe peer review met betrekking tot de evaluatie van de onderzoeksaanvragen in het kader van het mandaat wordt geregeld door het reglement FWO – interne en externe peer review.

§3. Onderhavig reglement geldt onverminderd het algemeen reglement van het Fonds  Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen.

§4. Uitgebreide informatie, volledige reglementen en formulieren zijn online beschikbaar.

Hoofdstuk 2. Ontvankelijkheid kandidaturen

Art. 3.

§1. De mandaathouders postdoctoraal onderzoek dienen verbonden te zijn aan minstens een van de volgende hoofdonthaalinstellingen:

  • een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap of aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven of de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel voor zover het onderzoek in godsdienstwetenschappen of godgeleerdheid betreft;
  • de Hogere Zeevaartschool voor zover het wetenschappelijk onderzoek in de nautische wetenschappen betreft;
  • de Vlerick Management School of de Antwerp Management School voor zover het onderzoek in de managementwetenschappen betreft;
  • het Instituut voor Tropische Geneeskunde voor zover het onderzoek in tropische geneeskunde, dierengeneeskunde of in de gezondheidszorg van in ontwikkelingslanden betreft;

eventueel in samenwerking met een Vlaamse of federale wetenschappelijke instelling of een Vlaamse hogere onderwijsinstelling waar de mandaathouder zijn onderzoek uitvoert.

§2. De mandaathouders ressorteren in de hoofdonthaalinstelling onder een diensthoofd of gelijkgesteld daaraan.

Art. 4.

De kandidaten dienen hun aanvraag in te dienen en te verdedigen in het Engels met het oog op de internationale peer review.

Art. 5.

De kandidaat dient houder te zijn van een diploma van doctor op proefschrift of van een diploma of certificaat dat, in toepassing van de richtlijnen van de Europese Unie of een bilateraal akkoord, hiermee als gelijkwaardig wordt erkend, conform de bepalingen van Artikel V 20 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot codificatie van de decretale bepalingen betreffende het hoger onderwijs van 11 oktober 2013.

Art. 6.

§1. Onderzoekers kunnen een aanvraag indienen voor een junior of een senior postdoctoraal mandaat.

§2. Onderzoekers kunnen zich kandidaat stellen voor een junior postdoctoraal mandaat indien hun doctoraatsdiploma, met referentiepunt de datum vermeld op het doctoraatsdiploma, behaald is maximum drie jaar voor 1 oktober van het jaar waarin het mandaat een aanvang neemt.

§3. Ten laatste op 1 juni voorafgaand aan de start van het mandaat dient de openbare verdediging te hebben plaatsgevonden.

§4. Onderzoekers kunnen zich kandidaat stellen voor een senior postdoctoraal mandaat indien hun doctoraatsdiploma, met referentiepunt de datum vermeld op het doctoraatsdiploma, behaald is minimum drie jaar en maximum zes jaar voor 1 oktober van het jaar waarin het mandaat een aanvang neemt.

De kandidaat dient door middel van een verklaring van zijn onthaalinstelling, getekend door het diensthoofd of gelijkgestelde en het hoofd van de onthaalinstelling, ontegensprekelijk aan te tonen dat hij of zij over minimum twee jaar postdoctorale onderzoekservaring beschikt.

§5. Kandidaten die onmiddellijk voorafgaand aan het senior postdoctoraal mandaat een junior postdoctoraal mandaat van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen hebben genoten, kunnen steeds een senior postdoctoraal mandaat aanvragen.  Daarbij geldt als voorwaarde dat het senior postdoctoraal mandaat onmiddellijk moet aansluiten op het junior postdoctoraal mandaat. Een tweede aanvraag voor een senior postdoctoraal mandaat kunnen deze kandidaten indienen tegen dezelfde voorwaarden als de andere kandidaten.

§6 De in de paragrafen 2 en 4 bepaalde maximumgrenzen worden met één jaar verlengd per periode van minstens 3 maanden moederschapsrust of per aaneensluitende periode van minstens 3 maanden voltijds ouderschapsverlof of per aaneensluitende periode van minstens 3 maanden voltijds ziekteverlof die genomen werd tussen de datum van het doctoraatsdiploma en de aanvraag.

§7. Indien de kandidaat over meer dan één doctoraatsdiploma beschikt, zijn de regels van dit artikel enkel van toepassing op het diploma uit hetzelfde studiegebied als het postdoctoraal onderzoeksvoorstel. Ongeacht het studiegebied of de discipline mag het eerste doctoraatsdiploma in geen enkel geval langer dan 10 jaar geleden zijn behaald, te rekenen vanaf de uiterste indiendatum van de aanvraag.

§8. Het directiecomité van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen kan uitzonderlijk van de limieten bepaald in dit artikel afwijken in die gevallen waar omwille van sociale en medische redenen, ofwel in het voortraject een onderbreking voorkomt, ofwel een verminderd arbeidsrendement zich heeft voorgedaan.

Art. 7.

Een kandidaat kan per aanvraagronde slechts één mandaataanvraag indienen. Er kan maximaal tweemaal gepostuleerd worden voor eenzelfde mandaat, waarbij postdoctorale mandaten van het type junior respectievelijk senior gelden als twee verschillende soorten mandaat, zoals ook bepaald door artikel 6 van het algemeen reglement van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen. 

Art. 8.

De aanvragen worden aan expertpanels, die de kandidaten beoordelen, voorgelegd. De expertpanels brengen verslag uit aan de raad van bestuur van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen. De aanstelling gebeurt door de raad van bestuur van het FWO.

Hoofdstuk 3. Aanstelling

Art. 9.

Aan de postdoctoraal onderzoeker wordt een arbeidsovereenkomst voor een duur van drie jaar aangeboden.

Art. 10.

Het al dan niet ondergaan van een medisch onderzoek door de mandaathouder in de bedrijfsgeneeskundige dienst van de instelling waar ze hun onderzoek doorvoeren is afhankelijk van de eigen reglementering van hun onthaalinstelling. Indien er volgens de reglementering van hun onthaalinstelling een medisch onderzoek noodzakelijk is, zal hun aanstelling slechts ingaan zo het attest van dat geneeskundig onderzoek gunstig is.

Hoofdstuk 4. Rechten en plichten van de houders van een mandaat postdoctoraal onderzoeker

Art. 11.

Met uitzondering van de bepalingen van artikel 12 mogen de titularissen van een mandaat postdoctoraal onderzoeker geen deel uitmaken van het Assisterend of Zelfstandig Academisch Personeel van de universiteiten of van:

  • groep 1 tot en met 3 van het Onderwijzend Personeel van de Hogere Zeevaartschool;
  • de ‘Career Faculty’ en ‘Faculty of Management Practice’ van de Vlerick Management School;
  • de faculteit van de Antwerp Management School;
  • het academisch kader van het Instituut voor Tropische Geneeskunde als gewoon hoogleraar, hoogleraar, hoofddocent of docent.

Art. 12.

§1. De onthaalinstelling kan de titularissen van een postdoctoraal mandaat belasten met opdrachten waarvan de totale werklast maximaal 8 uur per week bedraagt, behalve tijdens periodes van langdurige ziekte, zwangerschaps- en borstvoedingsverlof, buitenlands verblijf, voltijds ouderschapsverlof of palliatief verlof.

De opdrachten kunnen de volgende zijn:

  • administratieve of klinische taken;
  • begeleiding van oefeningen, practica of seminaries, waarvoor de werklast dubbel wordt geteld;
  • een onbezoldigde onderwijsopdracht waarnemen aan een universiteit of aan een hogeschool in het kader van een academische opleidingen  die de limiet van gemiddeld twee uur per week voor junior postdoctorale onderzoekers en van gemiddeld drie uur per week voor senior postdoctorale onderzoekers niet mag overschrijden.

Bij een deeltijdse titularis wordt het maximum van 8 uur per week gereduceerd in verhouding tot het deeltijdse mandaat.

De werklast voor oefeningen, practica seminaries wordt dubbel geteld. Een uur van dergelijke opdrachten wordt gelijkgesteld aan twee uur werklast.

§2. Aan houders van een postdoctoraal mandaat kan bijkomend een deeltijdse bezoldigde opdracht toevertrouwd worden aan een instelling van hoger onderwijs, op voorwaarde dat hun aanstelling als mandaathouder gereduceerd wordt in verhouding tot deze procentuele aanstelling, met inbegrip van 50%-aanstellingen in het tenure track-stelsel ten laste van de universitaire werkingsmiddelen.

Art. 13.

§1. De postdoctorale onderzoekers vallen onder de administratieve en juridische bevoegdheid van de raad van bestuur van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen, vertegenwoordigd door zijn voorzitter en zijn secretaris-generaal. De onderzoekers vallen onder de disciplinaire bevoegdheid van de academische overheid van de universiteit.

§2. De onderzoekers verbinden zich ertoe de reglementen van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen en die van de academische overheden van de universiteit na te leven.

§3. Van kandidaten met een doctoraatsdiploma afgeleverd door een universiteit buiten de Vlaamse Gemeenschap wordt verondersteld dat zij het Nederlands dermate beheersen om de inschakeling in de onderzoeksomgeving mogelijk te maken.

Art. 14.

De mandaathouders mogen slechts omwille van behoorlijke en verantwoorde motieven, mits advies van hun diensthoofd of gelijkgesteld en na goedkeuring van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen, hun onderzoeksproject aanpassen.

De mandaathouders kunnen niet van onthaalinstelling veranderen, tenzij de betrokken onthaalinstellingen dat formeel toestaan.

Art. 15.

De concrete plaats waar de mandaathouder zijn werkzaamheden uitvoert, kan in overleg met de onthaalinstelling worden bepaald.

Art. 16.

§1. De cumulatie van het mandaat met iedere andere bezoldigde activiteit is uitgesloten, behoudens de in volgende paragrafen van dit artikel bepaalde uitzonderingen.

§2. Het cumulatieverbod, zoals bepaald in de eerste paragraaf, houdt, met betrekking tot doctors in de rechten of in de rechtsgeleerdheid die een postdoctoraal mandaat genieten, in dat zij niet ingeschreven mogen zijn aan de balie. Geen van de hieronder vermelde uitzonderingen kan een afwijking op deze bepaling met zich mee brengen.

§3. Aan houders van een postdoctoraal mandaat kan een gehele of gedeeltelijke cumulatie met toelagen voor studieverblijven in het buitenland worden toegestaan. Titularissen van een reisbeurs van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen, de Vlaamse Gemeenschap, de federale regering of in het kader van de culturele akkoorden, mogen deze met hun mandaat cumuleren. Ze dienen het FWO hiervan in kennis te stellen.

§4. Het FWO kan houders van een postdoctoraal mandaat toestemming verlenen om een nevenactiviteit uit te oefenen binnen de beperkingen van de toepasselijke decretale bepalingen  en binnen de beperkingen zoals opgelegd door de als onthaalinstelling optredende universiteit aan haar eigen personeel. Een nevenactiviteit kan worden toegekend die cumuleerbaar is tot maximum 20 procent van de tijd. De onderzoeker dient een verklaring af te leggen dat hij de onderzoekstaak behorend bij het postdoctoraal mandaat voltijds uitvoert.

Art. 17.

De postdoctoraal onderzoekers dienen op het einde van ieder academiejaar een verslag over hun wetenschappelijke activiteiten aan het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen voor te leggen.

Art. 18.

§1. De mandaathouders dienen op al hun publicaties en overdrukken hun titel van postdoctoraal onderzoeker fundamenteel onderzoek van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen en het FWO-dossiernummer van hun mandaat te vermelden.

§2. Bij alle communicatie met betrekking tot hun onderzoek dient de  FWO-affiliatie vermeld te worden.

Art. 19.

§1. De titularissen van een mandaat postdoctoraal onderzoeker die een onderzoeksverblijf in het buitenland wensen door te voeren, dienen de toestemming van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen te vragen.

§2. Het buitenlands studieverblijf kan enkel worden toegestaan indien de postdoctoraal onderzoeker tijdens het buitenlands verblijf onderworpen kan blijven aan de Belgische sociale zekerheid. Bijgevolg dient de postdoctoraal onderzoeker minstens 30 kalenderdagen voor zijn vertrek onder de Belgische sociale zekerheid te hebben geressorteerd.

De secretaris-generaal kan uitzonderlijk beslissen, op basis van een gemotiveerd verzoek, om van de voorwaarde om onderworpen te blijven aan de Belgische sociale zekerheid af te wijken.

Art. 20.

De titularissen van een mandaat dienen het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen zo spoedig mogelijk in kennis te stellen van elke tijdelijke onderbreking van hun onderzoek, ongeacht de oorzaak ervan.

Art. 21.

§1. De mandaathouders dienen als verplicht verzekerde aan te sluiten bij een Belgisch ziekenfonds naar keuze.

§2. Bij ziekte dient de mandaathouder binnen de 48 uur aan het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen de medische attesten te laten geworden waarin de periode van de ongeschiktheid vermeld is.

Een dubbel van het medisch attest dient, met tussenkomst van zijn diensthoofd of gelijkgestelde, aan de bevoegde dienst van de onthaalinstelling, waarvan de mandaathouder afhangt, te worden overgemaakt.

Art. 22.

De mandaathouder dient het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen zo snel mogelijk schriftelijk op de hoogte te brengen van om het even welke wijziging in zijn situatie, zoals de wijziging in zijn burgerlijke stand, een geboorte, een adresverandering of andere.

Hoofdstuk 5. Schorsing

Art. 23.

§1. Aan een postdoctoraal onderzoeker van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen kan een schorsing van zijn mandaat worden toegestaan tijdens de periode van het opnemen van een bezoldigd voltijds onderzoeksmandaat of –beurs aan een niet-Vlaamse universiteit of een niet-Vlaamse wetenschappelijke instelling of in een onderneming. 

In dit geval kan het mandaat minimaal zes maanden en maximaal twee jaar worden verlengd met de periode tijdens dewelke het niet werd uitgevoerd. Het maximum van twee jaar geldt voor het junior postdoctoraal mandaat en het eventuele senior postdoctoraal mandaat dat daarop volgt samen.

§2. Voor de schorsing vermeld in de eerste paragraaf dient de mandaathouder vooraf een verzoek tot verlenging te richten aan de secretaris-generaal van het FWO.

§3. Om in aanmerking te komen voor de schorsing dienen de postdoctorale mandaathouders minstens een aanstelling van 80 procent te hebben en dient hun mandaat reeds minimum zes maanden te lopen.

§4. Wanneer het buitenlands onderzoeksmandaat of –beurs wordt opgenomen voor onderzoek, in een onderzoeksgroep of een onderzoeksconsortium waarvoor directe of indirecte financiering wordt ontvangen van een Vlaams financieringskanaal, kan geen verlenging van het postdoctoraal mandaat worden toegekend.

Art. 24.

§1. Het mandaat kan geschorst worden tijdens langdurig ziekteverlof, zwangerschaps- en borstvoedingsverlof, ouderschapsverlof, palliatief verlof en verlof voor medische bijstand. In deze gevallen wordt het mandaat verlengd met de periode tijdens dewelke het mandaat niet werd uitgevoerd.

Verlengingen van minder dan twee weken worden niet in aanmerking genomen.

§2. Volgens de toepasselijke wettelijke bepalingen kan drie maanden op voorhand een tijdskrediet worden aangevraagd. Een dergelijk tijdskrediet geeft geen aanleiding tot verlenging van het mandaat. De mandaathouders dienen het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen zo snel als mogelijk van deze onderbrekingen van hun werkzaamheden op de hoogte te brengen.

§3. Indien zich voltijdse schorsingen van aaneensluitende periodes van drie maanden hebben voorgedaan, waarbij het mandaat niet werd uitgevoerd, omwille van langdurig ziekteverlof, zwangerschaps- en borstvoedingsverlof, ouderschapsverlof en palliatief verlof, wordt het mandaat automatisch verlengd met één jaar, waarbij die verlenging ingaat vanaf de oorspronkelijke einddatum van het mandaat. Deze administratieve verlenging wordt slechts eenmaal  verleend en schorsingen tijdens deze automatische verlenging van het mandaat geven geen aanleiding meer tot verdere verlenging van het mandaat.

Hoofdstuk 6. Beëindiging

Art. 25.

In geval de postdoctoraal onderzoeker niet meer verbonden is aan een onthaalinstelling genoemd in artikel 3, §1 van dit reglement wordt de arbeidsovereenkomst van rechtswege ontbonden.

Art. 26.

§1. Behoudens de gemeenrechtelijke regels van beëindiging, neemt het mandaat van postdoctoraal onderzoeker, en derhalve de arbeidsovereenkomst, in de regel een einde bij de afloop van de termijn van 3 jaar.

§2. Daarnaast wordt de arbeidsovereenkomst om dringende reden beëindigd, zonder vergoeding of opzeg aan de onderzoeker, in geval deze een integriteitsinbreuk heeft begaan die elke professionele samenwerking tussen het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen en de onderzoeker onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt.

Art. 27.

§1. Van zodra het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen kennis krijgt van inbreuken op de wetenschappelijke integriteit van een van zijn onderzoekers, hoort het de onderzoeker.

§2. De onderzoeker kan zich laten bijstaan door een raadsman.

§3. Na de onderzoeker te hebben gehoord, kan het FWO de volgende beslissingen nemen:

  1. het dossier zonder gevolg klasseren;
  2. de feiten die zich hebben voorgedaan formeel vaststellen en deze vaststelling opnemen in het persoonlijk dossier van de postdoctoraal onderzoeker bij het FWO;
  3. een formele verwittiging geven en deze verwittiging opnemen in het persoonlijk dossier van de postdoctoraal onderzoeker bij het FWO;
  4. de onderzoeker ontslaan mits betaling van de wettelijk bepaalde vergoeding;
  5. de onderzoeker om dringende reden ontslaan.

§4. Bij de beoordeling van een nieuwe aanvraag voor een mandaat als postdoctoraal onderzoeker bij het FWO kunnen bovenvermelde gevolgen b) en c) in aanmerking genomen worden door het bevoegde expertpanel.

Art. 28.

De postdoctoraal onderzoekers kunnen, voor zover ze het hoofd van de onthaalinstelling, het hoofd van hun onderzoekseenheid en het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen hiervan in kennis hebben gesteld, om het even wanneer van hun mandaat afstand doen.

Hoofdstuk 8. Berekening van het salaris en storting

Art. 29.

§1. De salarisschaal van postdoctoraal onderzoeker is de salarisschaal Doctor-Assistent, zoals bepaald door het Besluit van de Vlaamse regering van 4 mei 2001 tot vaststelling van de salarisschalen van het assisterend academisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.

§2. Het brutobedrag per maand bedraagt minimaal 4.053,81 en maximaal 6.319,49 euro, geïndexeerd met 1.6734 zoals bepaald op 1 juli 2017.

Art. 30.

Indien zij gebruik maken van het openbaar vervoer of de fiets voor hun verplaatsing van en naar het werk in België kunnen mandaathouders van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen aanspraak maken op een bijdrage in de kosten, in dezelfde mate zoals bepaald voor het academisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 31.

§1. De inschalinganciënniteit van kandidaat-postdoctoraal onderzoekers wordt berekend aan de hand van de verworven wetenschappelijke anciënniteit en rekening houdend met de hiernavolgende bepalingen:

  • de duur van de aanstelling in een dienstverband van ten minste 50% aan een universiteit of wetenschappelijke instelling, met dien verstande dat het gaat om een opdracht die onderzoeksactiviteiten omvat;
  • de duur van de vrijwillig verrichte onderzoeksactiviteiten aan een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap voor zover de omvang van deze activiteiten ten minste 50% bedraagt van een normale voltijdse taakvervulling;
  • de helft van de duur van de aanstelling bedoeld in het eerste en het tweede streepje van de huidige paragraaf, indien het een dienstverband van minder dan 50% betreft.

§2. De duur van de aanstelling wordt berekend per kalendermaand. Onvolledige maanden worden niet meegerekend. De totale omvang van de inschalinganciënniteit kan nooit de nominale duur van de in aanmerking komende periodes overschrijden.

§3. Elke periode van voorafgaande tewerkstelling die in aanmerking kan genomen worden, wordt gestaafd aan de hand van een tewerkstellingsattest.

Art. 32.

Het salaris is gekoppeld aan de gezondheidsindex in de mate dat zij toepasselijk is op het academisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 33.

Het salaris wordt maandelijks, na het verstrijken van de maand, op een Belgische financiële rekening gestort.

Hoofdstuk 9. Arbeidsongevallen en aansprakelijkheid

Art. 34.

§1. De postdoctoraal onderzoekers zijn krachtens een door de wet vereist verzekeringscontract gedekt tegen risico's van het normale seminarie- en/of laboratoriumwerk, alsmede tegen ongevallen die zich zouden kunnen voordoen op de weg van en naar het werk. Het door de wet vereist verzekeringscontract dekt eveneens de risico’s van het normale seminarie- en/of laboratoriumwerk, alsmede de ongevallen die zich zouden kunnen voordoen op de weg van en naar het werk gedurende de tijdelijke buitenlandse opdrachten waarvoor door het Fonds  Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen voorafgaandelijk toestemming gegeven werd.

§ 2.. De burgerlijke aansprakelijkheid van de mandaathouders is gedekt door een collectieve verzekering, aangegaan door het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen.

Art. 35.

§1. Bij een arbeidsongeval dient de personeelsdienst van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen binnen de 24 uur telefonisch op de hoogte te worden gebracht.

§2. De officiële verklaring samen met een medisch attest van vaststelling dient zo spoedig mogelijk naar het FWO te worden gestuurd.

§3. De bedrijfsgeneeskundige dienst van de onthaalinstelling waaraan het mandaat is geaffilieerd, evenals het diensthoofd of gelijkgestelde, dienen van het arbeidsongeval op de hoogte te worden gebracht.

Hoofdstuk 10. Kinderbijslag

Art. 36.

§1. Elke geboorte van een kind van de mandaathouder dient aan het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen gemeld te worden.

§2.Het FWO bezorgt de betrokkene de vereiste formulieren tot het bekomen van kinderbijslag en kraamgeld.

§3. Er wordt herinnerd aan de bepalingen van de Algemene Kinderbijslagwet van 19 december 1939, zoals bijvoorbeeld de regeling dat personen die onderworpen zijn aan de volledige regeling van de sociale zekerheidsbijdrage geen recht op kinderbijslag hebben voor zichzelf.

Art. 37.

Om hun recht op kinderbijslag te vrijwaren, dienen de mandaathouders met kinderen ten laste het FWO in kennis te stellen van elke buitenlandse reis in dienstverband. Tevens dienen de mandaathouders tijdens dit verblijf in het buitenland een domicilie in België te behouden.

Hoofdstuk 11. Jaarlijkse vakantie

Art. 38.

§1. De vakantieperioden voor mandaathouders zijn dezelfde als deze bepaald in het reglement van de onthaalinstelling en worden in gemeenschappelijk overleg met het diensthoofd of gelijkgestelde vastgesteld.

§2. De postdoctoraal onderzoekers dienen aan het secretariaat van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen de data van hun jaarlijkse vakantie op te geven.

§3.Het vakantiegeld, berekend op basis van het salaris van de maand juni, wordt in de loop van de maand mei op de rekening van de mandaathouder gestort.