Reglement inzake Mandaat Aspirant

ALGEMEEN REGLEMENT

Het algemeen reglement is van toepassing.

Uitgebreide informatie, volledige reglementen en formulieren zijn on line beschikbaar
Alle aanvullende inlichtingen kunnen worden bekomen op het secretariaat van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen, Egmontstraat 5 te 1000 BRUSSEL, telefoon 02 512 91 10. 

TOEPASSINGSGEBIED

Art. 1.

Dit reglement geldt voor Aspiranten (*) van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen (FWO).

* Franse nomenclatuur: Aspirant du Fonds de la Recherche Scientifique - Flandre (FWO).
Duitse nomenclatuur: Assistent für Forschung des Fonds für Wissenschaftliche Forschung - Flandern (FWO).
Engelse nomenclatuur: Ph. D. fellowship of the Research Foundation - Flanders (FWO).

KANDIDATUREN EN ANCIËNNITEIT

Art. 2.

De kandidaat dient houder te zijn van een masterdiploma (*) uitgereikt door één van de landen van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte (**) of Zwitserland, of laatstejaarsstudent te zijn van een dergelijke masteropleiding op het ogenblik van de aanvraag. De kandidaat dient het bewijs voor te leggen waarbij het universiteitsbestuur betrokkene toelaat een doctoraatsproefschrift voor te bereiden (enkel vereist als het diploma niet uitgereikt is of niet zal worden uitgereikt door een Vlaamse universiteit).

* met uitsluiting van master-na-masterdiploma’s zoals omschreven in het Hoger Onderwijsregister

** Dit zijn de EU-landen en IJsland, Noorwegen en Liechtenstein.

Art. 3.

De kandidaten dienen hun aanvraag in te dienen in het Engels en zullen verbonden zijn aan een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap of aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven of de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel, eventueel in samenwerking met een Vlaamse of Federale wetenschappelijke instelling alwaar ze hun onderzoek uitvoeren. Van kandidaten wier academisch diploma (tweede cyclus) werd afgeleverd door een universiteit buiten de Vlaamse Gemeenschap wordt verondersteld dat zij het Nederlands dermate beheersen om de inschakeling in de onderzoeksploeg mogelijk te maken.

Art. 4.

Kandidaten voor een aspirantenmandaat komen slechts in aanmerking tijdens de eerste vijf jaar na het behalen van hun masterdiploma, gerekend op de ingangsdatum van het mandaat (1 oktober). Indien een kandidaat over meer dan één masterdiploma beschikt, is deze regel enkel van toepassing op het diploma uit hetzelfde studiegebied als het doctoraatsvoorstel. Ongeacht het studiegebied, mag het 1ste masterdiploma in geen enkel geval langer dan 10 jaar geleden zijn behaald, te rekenen vanaf de ingangsdatum van het mandaat (1 oktober). Deze grens wordt met één jaar opgeschoven per periode van minstens 3 maanden moederschapsverlof  of per aaneensluitende periode van minstens 3 maanden voltijds ouderschapsverlof die genomen werd tussen de datum van het betrokken masterdiploma en de aanvraag. Deze grenzen zijn niet van toepassing voor kandidaten die bij de aanvang van het mandaat (1 oktober) de volle leeftijd van 31 jaar niet hebben bereikt.

Het directiecomité van het FWO kan uitzonderlijk hiervan afwijken in die gevallen waar omwille van sociale en medische redenen ofwel in het voortraject een onderbreking voorkomt, ofwel een verminderd arbeidsrendement zich heeft voorgedaan.

Art. 5.

Er kan niet gepostuleerd worden voor een mandaat dat men, zelfs gedeeltelijk, reeds vroeger genoten heeft.

Art. 6.

De aanvragen worden aan de wetenschappelijke commissies, die de kwalificaties van de kandidaten beoordelen, voorgelegd. De commissies brengen aan de Raad verslag uit. De aanstelling gebeurt door de raad van bestuur.

Art. 7.

De wetenschappelijke anciënniteit van kandidaat-aspiranten mag bij de aanvang van het mandaat de drie jaar met geen dag overschreden hebben. De periode gepresteerd als Arts- of Apotheker-specialist-in opleiding wordt voor de helft in rekening gebracht.

AANSTELLING

Art. 8.

Het mandaat Aspirant is een beurs (*), onderworpen aan de Rijks-Sociale Zekerheid krachtens art. 15, 2° van het Koninklijk Besluit van 28 november 1969, vrijgesteld van personenbelasting steunend op art. 90, 2° van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 (**) met een duur van twee jaar, eventueel één maal met twee jaar verlengbaar. Deze tweede periode dient bij de eerste aan te sluiten. De hernieuwing dient steeds tijdens het tweede mandaatjaar te worden aangevraagd, ongeacht eventuele schorsingen.

Om deze hernieuwing aan de bevoegde wetenschappelijke commissie te kunnen voorleggen dient deze vóór 1 februari om 17u00, van het tweede mandaatjaar te worden aangevraagd. Zo deze datum op een zaterdag of een zondag valt, dan wordt de indienlimiet verdaagd tot de daaropvolgende maandag om 17u00.

De Aspirant die een doctoraat op proefschrift behaalt gedurende zijn eerste mandaat kan geen verlenging van zijn mandaat aanvragen.

* Beurzen worden niet beschouwd als bestaansmiddelen en bijgevolg kunnen Aspiranten als fiscaal ten laste worden beschouwd (art. 143 van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 en Com. I.B. 136/27)

** Com. I.B. 41/22, eerste lid en circulaire van Directie II/6 Ci. RH 241/430.824 van Inspecteur-generaal G.A. DE GROOTE.

Art. 9.

Het al dan niet ondergaan van  een medisch onderzoek  door de mandaathouders in de bedrijfsgeneeskundige dienst van de instelling waar ze hun onderzoek doorvoeren is afhankelijk van de eigen reglementering van hun onthaalinstelling. Indien er volgens de reglementering van hun onthaalinstelling een medisch onderzoek noodzakelijk is,  zal hun aanstelling slechts ingaan zo het attest van dat geneeskundig onderzoek gunstig is.

Art. 10.

Iedere Aspirant ontvangt de aangepaste modaliteiten van zijn beurs van het FWO.

Art. 11.

Met uitzondering van de bepalingen van artikel 16 mogen de titularissen van een mandaat Aspirant geen deel uitmaken van het Assisterend of Zelfstandig Academisch Personeel van de universiteiten of hiermee gelijkgestelde instellingen.

Art. 11 bis.

Behoudens de gemeenrechtelijke regels van beëindiging, neemt het mandaat van aspirant, en derhalve de beursovereenkomst, in de regel een einde bij afloop van de termijn van 2 jaar.

De beursovereenkomst wordt van rechtswege onmiddellijk ontbonden, zonder enige vergoeding, indien de aspirant niet langer verbonden is aan een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap of aan de Evangelische Protestantse Faculteit in Leuven of de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel, eventueel in samenwerking met een Vlaamse of federale wetenschappelijke instelling, of indien de promotor niet langer tenminste één van volgende posities bekleedt:

1°     een ZAP-lid met een bezoldigde aanstelling van meer dan 10% aan een Vlaamse universiteit;

2°     een ZAP-lid dat een bezoldigde aanstelling van 10% heeft aan een Vlaamse universiteit met een onderzoeksopdracht;

3°     een ZAP-lid dat een bezoldigde aanstelling van 5% heeft aan een Vlaamse universiteit én kliniekhoofd of adjunct-kliniekhoofd is of een gelijkgestelde functie heeft in een Universitair Ziekenhuis;

4°     een academisch personeelslid, met een bezoldigde aanstelling aan de Evangelische Protestantse Faculteit in Leuven en de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel;

5°     een onderzoeksdirecteur van het FWO;

6°     een nominatieve beneficiant van een ERC Starting Grant, een ERC Consolidator Grant, een Advanced Grant of een Odysseus II toelage, met een Vlaamse universiteit als onthaalinstelling.

De aspirant heeft in voorkomend geval wel het recht om een alternatieve promotor, die aan minimaal één van de vereiste criteria voldoet, voor te stellen in overleg met de onthaalinstelling en zo ontbinding van de overeenkomst te vermijden.

Ook indien een ernstige integriteitsinbreuk bij de promotor van de aspirant wordt vastgesteld die volgens de onthaalinstelling ernstig genoeg is om niet meer op te kunnen treden als promotor, kan de aspirant een alternatieve promotor voorstellen in overleg met de onthaalinstelling.

Art. 11 ter.

Daarnaast wordt de beursovereenkomst van rechtswege ontbonden, zonder vergoeding of opzeg aan de onderzoeker in geval deze een integriteitsinbreuk heeft begaan die elke professionele samenwerking tussen het FWO en de onderzoeker onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt.

Art. 11 quater.

Van zodra het FWO kennis krijgt van inbreuken op de wetenschappelijke integriteit van een van zijn onderzoekers hoort het FWO de onderzoeker.

De onderzoeker kan zich laten bijstaan door een raadsman.

Nadat de onderzoeker werd gehoord, kan het FWO de volgende beslissingen nemen:

a. het dossier zonder gevolg klasseren;

b. de feiten die zich hebben voorgedaan formeel vaststellen en deze vaststelling opnemen in het persoonlijk dossier van de aspirant bij het FWO;

c. een formele verwittiging geven en deze verwittiging opnemen in het persoonlijk dossier van de aspirant bij het FWO;

d. de overeenkomst van rechtswege ontbinden zoals voorzien in artikel 11ter van het reglement.

De bovenvermelde gevolgen b) en c) kunnen bovendien in aanmerking genomen worden bij een latere beoordeling van de aanvraag tot verlenging van het mandaat door de bevoegde wetenschappelijke commissie.

Rechten en plichten van de houders van een mandaat Aspirant

Art. 12.

De Aspiranten hangen administratief en juridisch af van de raad van bestuur van het FWO, vertegenwoordigd door zijn Voorzitter en zijn secretaris-generaal. Disciplinair hangen zij af van de academische overheid van de universiteit.

Zij verbinden er zich bovendien toe het reglement van het FWO en dit van de academische overheden van de universiteit na te leven.

Art. 13.

§ 1.  Het onderzoeksproject, door de Aspiranten voorgesteld, dient te worden doorgevoerd onder de leiding van een promotor, eventueel in samenwerking met copromotoren. 

§ 2. De promotor is ofwel:

1°     een ZAP-lid met een bezoldigde aanstelling van meer dan 10% aan een Vlaamse universiteit;

2°     een ZAP-lid dat een bezoldigde aanstelling van 10% heeft aan een Vlaamse universiteit met een onderzoeksopdracht;

3°     een ZAP-lid dat een bezoldigde aanstelling van 5% heeft aan een Vlaamse universiteit én kliniekhoofd of adjunct-kliniekhoofd is of een gelijkgestelde functie heeft in een Universitair Ziekenhuis;

4°     een academisch personeelslid, met een bezoldigde aanstelling aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven en de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel;

5°     een onderzoeksdirecteur van het FWO;

6°     een nominatieve beneficiant van een ERC Starting Grant, een ERC Consolidator Grant, een Advanced Grant of een Odysseus II toelage, met een Vlaamse universiteit als onthaalinstelling.

§ 3. Alle copromotoren zijn onderzoekers op minstens postdoctoraal niveau. De copromotoren zijn in een bezoldigde aanstelling verbonden aan een Vlaamse universiteit, of een academische opleiding van een Vlaamse School of Arts, of de Hogere Zeevaartschool, of een Vlaamse onderzoeksinstelling, of een Vlaams universitair ziekenhuis, of  de Transnationale universiteit Limburg, of de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven, of de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel, of een federale wetenschappelijke instelling, waarbij de copromotor behoort tot het Nederlands taalkader.

Art. 14.

De beneficianten van een mandaat Aspirant mogen slechts om degelijk verantwoorde motieven en mits de toestemming van hun promotor en van het FWO, het onderwerp van hun onderzoek aanpassen. Zij kunnen niet van onthaalinstelling veranderen. Onthaalinstellingen kunnen een onderlinge afspraak maken over samenwerking en plaats van tewerkstelling.

Art. 15.

De Aspiranten gaan de verbintenis aan een doctoraat op proefschrift voor te bereiden.

Art. 16.

De Aspiranten kunnen een doctoraatsopleiding volgen. Daarnaast kunnen zij andere cursussen volgen in relatie tot hun onderzoek, voor zover de afwerking van het doctoraatsproefschrift binnen de duur van het mandaat niet in het gedrang komt. De totale werklast, zowel voor het volgen van andere cursussen als voor opdrachten waarmee ze door hun promotor worden belast, bedraagt maximaal  8 uur per week. Deze opdrachten kunnen zijn: begeleiding van oefeningen, practica of seminaries, waarvoor de werklast dubbel wordt geteld (bvb. 1 uur seminarie = 2 uur werklast),  ofwel administratieve of klinische taken. Er mogen geen leeropdrachten worden waargenomen en er mag geen lerarenopleiding worden gevolgd.

Art. 17.

De cumulatie van het mandaat met iedere andere bezoldiging of vergoeding is uitgesloten. Het Fonds kan nochtans op aanvraag van betrokkene, een gehele of gedeeltelijke cumulatie met toelagen voor studieverblijven in het buitenland toestaan. Titularissen van een reisbeurs van het FWO, de Vlaamse Gemeenschap, de Federale Regering of in het kader van de Culturele Akkoorden, mogen deze met hun mandaat cumuleren. Ze worden verzocht het FWO hiervan in kennis te stellen.

De Licentiaten in de Rechten, beneficianten van een beurs van het FWO, mogen niet ingeschreven zijn aan de balie.

Art. 18.

De Aspiranten dienen op het einde van hun derde en vierde mandaatjaar een verslag over hun wetenschappelijke activiteiten aan het FWO voor te leggen. Een kopie van dit verslag moet aan het hoofd van de instelling waaraan ze verbonden zijn gestuurd worden.

Art. 19.

De Aspiranten moeten op al hun publicaties en overdrukken hun titel van Aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen vermelden.

Art. 20.

De titularissen van een mandaat aspirant die een studieverblijf in het buitenland wensen door te voeren, dienen de toestemming van het FWO te vragen.  Het buitenlands studieverblijf kan enkel toegestaan worden, indien de aspirant tijdens het buitenlands verblijf onderworpen kan blijven aan de Belgische sociale zekerheid.  Bijgevolg dient de aspirant minstens 30 kalenderdagen voor zijn vertrek onder de Belgische sociale zekerheid te hebben geressorteerd. De secretaris-generaal kan uitzonderlijk beslissen, op basis van een gemotiveerd verzoek, om van de voorwaarde om onderworpen te blijven aan de Belgische sociale zekerheid af te wijken.

Art. 21.

De titularissen van een mandaat dienen het FWO zo spoedig mogelijk in kennis te stellen van elke tijdelijke onderbreking van hun onderzoek, ongeacht de oorzaak ervan.

Art. 22.

De mandaathouders dienen als verplicht verzekerde aan te sluiten bij een ziekenfonds naar keuze. Bij ziekte dienen zij binnen de 48 uur aan het FWO de medische attesten te laten geworden waarin de periode van de ongeschiktheid vermeld is, een dubbel ervan dient aan de bevoegde dienst van de universiteit waar de mandaathouder zijn onderzoek doorvoert, door bemiddeling van zijn promotor, gericht te worden.

Art. 23.

Om strafrechtelijke gevolgen te vermijden, dient bij een arbeidsongeval de personeelsdienst van het FWO binnen de 24 uur telefonisch op de hoogte gebracht te worden. De officiële verklaring samen met een medisch attest van vaststelling dient zo spoedig mogelijk naar het FWO gestuurd te worden. De bedrijfsgeneeskundige dienst van de instelling, evenals de promotor dienen hiervan op de hoogte gebracht te worden.

Art. 24.

De mandaathouder dient het FWO zo vlug mogelijk schriftelijk op de hoogte te brengen van om het even welke wijziging in zijn situatie (burgerlijke stand, geboorte, adresverandering, enz...).

SCHORSING

Art. 25.

Het mandaat kan geschorst worden tijdens de periode van burgerdienst, langdurig ziekteverlof, zwangerschaps- en borstvoedingsverlof, ouderschapsverlof, palliatief verlof en verlof voor medische bijstand. In deze gevallen wordt het mandaat verlengd met de periode tijdens dewelke het niet werd uitgekeerd. Verlengingen van minder dan twee weken worden niet in aanmerking genomen.

Indien voltijdse schorsingen van aaneensluitende periodes van 3 maanden hebben voorgedaan, waarbij het mandaat niet werd uitgekeerd, omwille van langdurig ziekteverlof, zwangerschaps- en borstvoedingsverlof, ouderschapsverlof en palliatief verlof, wordt het mandaat automatisch verlengd tot het einde van het academiejaar.  Deze administratieve verlenging  wordt slechts eenmaal  verleend, nl. op het einde van het 4de jaar van het mandaat. Schorsingen tijdens deze automatische verlenging van het mandaat geven géén aanleiding meer tot verdere verlenging van het mandaat. De hernieuwing van het mandaat moet in elk geval worden aangevraagd tijdens het tweede mandaatjaar.

Tevens kan de raad van bestuur van het FWO uitzonderlijk een verlenging tot maximum vijf jaar toewijzen in die gevallen waar omwille van sociale en medische redenen een verminderd arbeidsrendement zich voordoet.

Volgens de terzake geldende wettelijke bepalingen kan drie maanden op voorhand een tijdskrediet worden aangevraagd. Dit geeft geen aanleiding tot verlenging van bet mandaat.

De mandaathouders dienen bet FWO ten spoedigste van deze onderbrekingen van hun werkzaamheden op de hoogte te brengen.

Het mandaat kan om geen enkele andere reden worden geschorst of verdaagd.

Berekening van de beurs

Art. 26.

Het bedrag van de beurs Aspirant is beperkt tot het nettoloon dat de begunstigde zou ontvangen als assistent aan een universiteit van de Vlaamse Gemeenschap (salarisschalen van toepassing op het Assisterend Academisch Personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap volgens het Besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2001 (BS 9 1 2002)).

Het netto beursbedrag per maand bedraagt minimum € 1.897,76 (index 1.6734 op 1 juli 2017).

De beurs wordt aangepast aan de toegekende geldelijke anciënniteit van de betrokkene. De beurs houdt rekening met de gezinstoestand en is onderworpen aan de Sociale Zekerheid. Het vakantiegeld en de eindejaarstoelage stemt overeen met het vakantiegeld en de eindejaarstoelage dat de begunstigde zou ontvangen als assistent aan een universiteit van de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 27.

§ 1 De inschalinganciënniteit van kandidaat-aspiranten wordt berekend rekening houdend met de verworven wetenschappelijke anciënniteit en met de hiernavolgende bepalingen:

1° - de duur van de aanstelling in een dienstverband van ten minste 50% aan een universiteit of wetenschappelijke instelling, met dien verstande dat het gaat om een opdracht die onderzoeksactiviteiten omvat;

2° - de duur van de vrijwillig verrichte onderzoeksactiviteiten in een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap voor zover de omvang van deze activiteiten ten minste 50% bedraagt van een normale voltijdse taakvervulling;

3° - de helft van de duur van de aanstelling bedoeld in 1 ° en 2° indien het een dienstverband van minder dan 50% betreft.

§ 2 De duur van de aanstelling wordt berekend per kalendermaand: onvolledige maanden worden niet meegerekend. De totale omvang van de inschalinganciënniteit kan nooit de nominale duur van de in aanmerking komende periodes overschrijden.

§ 3 Elke periode van voorafgaande tewerkstelling die in aanmerking kan genomen worden, wordt gestaafd aan de hand van een verklaring op erewoord.

Art. 28.

De beurs is gekoppeld aan de gezondheidsindex in de mate als toepasselijk op het academisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 29.

De beurs wordt maandelijks, na het verstrijken van de maand, op een Belgische financiële rekening gestort.

Arbeidsongevallen en aansprakelijkheid

Art. 30.

De Aspiranten zijn krachtens een door de wet vereist verzekeringscontract gedekt tegen risico's van het normale seminarie- en/of laboratoriumwerk, alsmede tegen ongevallen die zich zouden kunnen voordoen op de weg van en naar het werk. Dit contract dekt eveneens de tijdelijke buitenlandse opdrachten waarvoor door het FWO voorafgaandelijk toestemming gegeven werd. Voor hun verplaatsingen mogen de mandaathouders alle gebruikelijke transportmiddelen, toegelaten voor personenvervoer over water, in de lucht of langs de weg, gebruiken, op voorwaarde dat ze geen deel uitmaken van de bemanning.

De burgerlijke aansprakelijkheid van de mandaathouders is door een collectieve verzekering, aangegaan door het FWO, gedekt.

Kinderbijslag

Art. 31.

Elke geboorte moet aan het FWO gemeld worden. Het Fonds levert dan aan betrokkene de vereiste formulieren tot het bekomen van zowel kinderbijslag (*) als kraamgeld af, dit kan vanaf de 6de maand van de zwangerschap aangevraagd worden.

Om hun recht op kinderbijslag te vrijwaren, worden de mandaathouders met kinderen ten laste verzocht het FWO in kennis te stellen van elke buitenlandse reis. Tevens dienen ze tijdens dit verblijf in het buitenland een domicilie in België te behouden.

* Krachtens art. 51 van de Wet op de Kinderbijslag verlenen personen die onderworpen zijn aan de volledige regeling van de sociale zekerheidsbijdrage geen recht meer op kinderbijslag voor zichzelf.

JAARLIJKSE VAKANTIE

Art. 32.

De vakantieperioden zijn dezelfde als deze bepaald in het reglement van de onthaalinstelling en worden in gemeenschappelijk overleg met de promotor vastgesteld.

De Aspiranten dienen aan het secretariaat van het FWO de data van hun jaarlijkse vakantie op te geven. Het vakantiegeld, berekend op basis van de beurs van de maand juni, wordt in de loop van de maand mei op de rekening van de titularis gestort.

ALGEMENE BESCHIKKING

Art. 33.

De bij het FWO doorgebrachte jaren, worden erkend als anciënniteit bij het bepalen van de wedde van de titularissen die aangesteld worden in Gemeenschaps- of gesubventioneerde instellingen voor secundair en hoger onderwijs met volledig leerplan, evenals in de Vlaamse en Federale wetenschappelijke instellingen en ministeries.

EINDBESCHIKKING

Art. 34.

De Aspiranten kunnen, voor zover ze het hoofd van de onthaalinstelling, hun promotor en het FWO hiervan in kennis hebben gesteld, om het even wanneer van hun mandaat afstand doen.

 

27/06/2017