Reglement doctoraatsbeurzen strategisch basisonderzoek

ALGEMEEN REGLEMENT

Het algemeen reglement is van toepassing.

Uitgebreide informatie, volledige reglementen en formulieren zijn on line beschikbaar. 

Alle aanvullende inlichtingen kunnen worden bekomen op het secretariaat van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen, Egmontstraat 5 te 1000 BRUSSEL,  e-mail SB@fwo.be, telefoon +32 22 512 91 10. 

ACHTERGROND

Met een Doctoraatsbeurs Strategisch Basisonderzoek kunnen jonge onderzoekers zich bekwamen tot strategisch denkende en innovatiegerichte wetenschappers.

Strategisch basisonderzoek in de context van doctoraatsbeurs houdt (doctoraatswaardig) uitdagend en vernieuwend onderzoek in, dat (in geval van succes) op langere termijn kan leiden tot innovatieve toepassingen (producten, processen, diensten) met economische toegevoegde waarde voor specifieke bedrijven, een collectief van bedrijven of een sector, of aansluitend bij de VRWI-transitiegebieden.

Het financieringskanaal voor doctoraatsbeurzen strategisch basisonderzoek werd tot in 2015 beheerd door het IWT (Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie). Vanaf 1 januari 2016 ging het IWT op in het nieuwe Agentschap voor Innoveren en Ondernemen en werd het programma doctoraatsbeurzen strategisch basisonderzoek naar het FWO overgedragen.

Decreet en beluit ten grondslag van het programma:

*30 APRIL 2009 - Decreet betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid

**29 MEI 2009 — Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de toekenning van doctoraatsbeurzen voor de uitvoering van projecten van strategisch basisonderzoek

TOEPASSINGSGEBIED

Art. 1.

Dit reglement geldt voor doctoraatsbursalen strategisch basisonderzoek (SB)* van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen (FWO).

*Engelse nomenclatuur: Ph.D. fellowship strategic basic research of the Research Foundation - Flanders (FWO).

KANDIDATUREN EN ANCIËNNITEIT

Art. 2.

Bij de start van het mandaat dient de kandidaat houder te zijn van een masterdiploma dat aansluit op een bachelordiploma (*) en uitgereikt werd in één van de landen van de Europese Economische Ruimte (**) of Zwitserland.

Buitenlandse diploma's dienen als gelijkwaardig te worden erkend met een Vlaams Master diploma overeenkomstig de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, de Europese richtlijnen of een bilateraal akkoord.

* met uitsluiting van master-na-masterdiploma’s zoals omschreven in het Hoger Onderwijsregister (www.hogeronderwijsregister.be)

** Dit zijn de EU-landen en IJsland, Noorwegen en Liechtenstein.

Art. 3.

De kandidaten dienen hun aanvraag in te dienen en te verdedigen in het Engels.

Aanvragen moeten uiterlijk op 15 september voorafgaand aan de periode waarop ze betrekking hebben ingediend worden om 17.00u., via de online tool in het e-loket. Als deze datum op een zaterdag of een zondag valt, dan wordt de indienlimiet verdaagd tot de daaropvolgende maandag om 17.00u.

De kandidaten zullen verbonden zijn aan een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap eventueel in samenwerking met een Vlaamse of Federale wetenschappelijke instelling alwaar ze hun onderzoek uitvoeren.

Een deel van het onderzoek kan ook in een Vlaams bedrijf worden uitgevoerd voor een periode van maximum 12 maanden per beurstermijn van 2 jaar, op voorwaarde dat deze samenwerking significant bijdraagt tot het doctoraatsproject en dat er een schriftelijke overeenkomst tussen de onthaalinstelling en het bedrijf wordt opgesteld waarin een aantal afspraken worden vastgelegd m.b.t. de intellectual property rights (IPR). Bij een dergelijke samenwerking met een bedrijf blijft de onthaalinstelling eigenaar van de IPR en dient elke transfer naar het bedrijf op marktconforme wijze te gebeuren.

Van kandidaten wier masterdiploma werd afgeleverd door een universiteit buiten de Vlaamse Gemeenschap wordt verondersteld dat zij het Nederlands dermate beheersen om de inschakeling in de onderzoeksgroep mogelijk te maken.

Art. 4.

Het master-diploma of daarmee gelijkwaardig diploma moet minstens met de vermelding onderscheiding behaald zijn, of anders met een dergelijke vermelding als evenwaardig verklaard worden door de universiteit, en is maximaal 5 jaar voor de beursaanvraag behaald.

Indien een kandidaat over meer dan één masterdiploma beschikt, zijn beide bepalingen van toepassing op het diploma dat inhoudelijk het meest aansluit bij het doctoraatsonderzoek, uit hetzelfde studiegebied als het doctoraatsvoorstel voor zover dit diploma behaald werd binnen een termijn van maximaal vijf jaar na het behalen van het eerste Master-diploma.

De maximum termijn van 5 jaar wordt met één jaar opgeschoven per periode van minstens 3 maanden moederschapsverlof  of per aaneensluitende periode van minstens 3 maanden voltijds ouderschapsverlof die genomen werd tussen de datum van het betrokken masterdiploma en de aanvraag.

Het FWO kan uitzonderlijk afwijken van de maximum termijn van vijf jaar in die gevallen waar omwille van sociale en medische redenen ofwel in het voortraject een onderbreking voorkomt, ofwel een verminderd arbeidsrendement zich heeft voorgedaan.

Art. 5.

Er kan niet gepostuleerd worden voor een mandaat dat men, zelfs gedeeltelijk, reeds vroeger genoten heeft.

Kandidaten waarvan de aanvraag voor een eerste termijn door het IWT werd geweigerd (in 2015 of eerder), kunnen slechts één maal een nieuwe aanvraag voor een doctoraatsbeurs SB indienen bij een volgende oproep. Zij moeten steeds voldoen aan de voorwaarden van de oproep waaraan zij deelnemen.

Art. 6.

De beoordeling van de ingediende en ontvankelijke beursaanvragen voor de 1ste beurstermijn gebeurt door commissies van deskundigen. Deze commissies worden door de raad van bestuur van het FWO samengesteld op basis van de ontvangen aanvraagdossiers.

De raad van bestuur van het FWO draagt zorg voor een regelmatige vernieuwing en een optimale samenstelling van deze commissies. Ten minste een derde van het aantal leden dient rechtstreeks betrokken te zijn bij onderzoek en ontwikkeling in het bedrijfsleven. Ten minste een derde van het aantal leden is verbonden aan een hoger onderwijsinstelling of een onderzoekscentrum.

De commissies brengen op grond van de lectuur van de aanvraag en het interview met de kandidaat een beoordeling uit die gebaseerd is op de volgende evaluatiecriteria:

1° de wetenschappelijke vakkennis van de kandidaat-bursaal en zijn/haar potentiële bekwaamheid tot het zelfstandig uitvoeren van doctoraatsonderzoek;

2° de wetenschappelijke kwaliteit en relevantie van het onderzoeksproject, en de realiseerbaarheid ervan binnen een periode van vier jaar;

3° de strategische aard van het onderzoeksproject m.b.t. het lange termijn potentieel voor innovatieve toepassingen met economisch toegevoegde waarde.

De commissies van deskundigen adviseren de raad van bestuur van het FWO voor zijn beslissing over elke beursaanvraag.-De aanstelling gebeurt door de raad van bestuur.

De nadere modaliteiten voor de samenstellingen werking van deze commissies wordt beschreven in het Reglement voor interne en externe peer review.

Art. 7.

De wetenschappelijke ervaring van kandidaat-SB-bursalen mag bij de aanvang van het mandaat de periode van 18 maanden met geen dag overschreden hebben.

Voor kandidaten met meer dan één masterdiploma worden de maanden wetenschappelijke ervaring enkel meegerekend vanaf de datum van het behalen van het masterdiploma dat tot hetzelfde studiegebied behoort als het beoogde doctoraat.

Bij de bepaling van deze periode wordt rekening gehouden met het tewerkstellingspercentage. De periode gepresteerd als arts-specialist of apotheker-specialist in opleiding of als dierenarts-resident wordt voor de helft in rekening gebracht.

Onder voorafgaande wetenschappelijke ervaring worden alle soorten wetenschappelijke activiteiten verstaan, ook als ze inhoudelijk niet aansluiten bij het doctoraatsvoorstel of als ze niet omschreven kunnen worden als doctoraatswaardig onderzoek (bv. toepassings- of beleidsgericht, dienstbetoon…). Aanstellingen bij universiteiten of hogescholen worden steeds meegerekend (Tetra, BOF, IWT/VLAIO projecten, SBO, assistentenmandaten…), tenzij de kandidaat is aangesteld in een niet-onderzoeksgerelateerd statuut (bijvoorbeeld als praktijk- of onderwijsassistent, administratief of technisch personeel of via het Leonardo da Vinci programma…). Indien de kandidaat werkzaam was in een bedrijf, is de functieomschrijving mee bepalend.

AANSTELLING

Art. 8.

Het mandaat Strategisch Basisonderzoek (SB) is een beurs (*), onderworpen aan de Rijks-Sociale Zekerheid krachtens art. 15, 2° van het Koninklijk Besluit van 28 november 1969, vrijgesteld van personenbelasting steunend op art. 90, 2° van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 (**) die aanvangt op 1 januari volgend op het jaar van de oproep, met een duur van twee jaar, eventueel één maal met twee jaar verlengbaar. Deze tweede periode dient bij de eerste aan te sluiten. De hernieuwing dient steeds tijdens het tweede mandaatjaar te worden aangevraagd, ongeacht eventuele schorsingen.

De doctoraatsbeurzen voor strategisch basisonderzoek worden toegekend als twee aaneensluitende beurstermijnen van twee jaar. In de loop van de eerste beurstermijn dient de bursaal bij de raad van bestuur van het FWO een beursaanvraag voor een 2e beurstermijn in, samen met een voortgangsverslag en het advies van de promotor over de aangevraagde verlenging van de beurs. Op basis van deze documenten beslist de raad van bestuur van het over de toekenning van de tweede beurstermijn. Bij deze beslissing volgt de raad van bestuur van het FWO het advies van de promotor maar heeft ze het recht om promotor en/of bursaal op gelijk welk ogenblik op te roepen om toelichtingen te verschaffen over het verloop van de doctoraatswerkzaamheden.

De bursaal heeft het recht, ongeacht het advies van de promotor, om de raad van bestuur van het FWO te verzoeken voor een commissie van externe deskundigen te kunnen verschijnen voor de verdediging van haar/zijn beursaanvraag. Het oordeel over al dan niet toekenning van de beursverlenging van de commissie heeft steeds voorrang op het advies van de promotor.

De beursaanvraag voor een 2e beurstermijn dient vóór 30 april om 17u00, van het tweede mandaatjaar te worden aangevraagd. Zo deze datum op een zaterdag of een zondag valt, dan wordt de indienlimiet verdaagd tot de daaropvolgende maandag om 17u00.

De SB-bursalen die een doctoraat op proefschrift behalen gedurende hun eerste mandaat kunnen geen verlenging van hun mandaat aanvragen.

* Beurzen worden niet beschouwd als bestaansmiddelen en bijgevolg kunnen SB-bursalen als fiscaal ten laste worden beschouwd (art. 143 van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 en Com. I.B. 136/27)

** Com. I.B. 41/22, eerste lid en circulaire van Directie II/6 Ci. RH 241/430.824 van Inspecteur-generaal G.A. DE GROOTE.

Art. 9.

Het al dan niet ondergaan van  een medisch onderzoek  door de mandaathouders in de bedrijfsgeneeskundige dienst van de instelling waar ze hun onderzoek doorvoeren is afhankelijk van de eigen reglementering van hun onthaalinstelling. Indien er volgens de reglementering van hun onthaalinstelling een medisch onderzoek noodzakelijk is,  zal hun aanstelling slechts ingaan zo het attest van dat geneeskundig onderzoek gunstig is.

Art 10

Alle SB bursalen ontvangen de aangepaste modaliteiten van hun beurs van het FWO

Art. 11.

Met uitzondering van de bepalingen van artikel 16 mogen de titularissen van een SB-beurs geen deel uitmaken van het Assisterend of Zelfstandig Academisch Personeel van de universiteiten of hiermee gelijkgestelde instellingen.

Art. 11 bis.

Behoudens de gemeenrechtelijke regels van beëindiging, neemt de SB-beurs, en derhalve de beursovereenkomst, in de regel een einde bij afloop van de termijn van 2 jaar.

De beursovereenkomst wordt van rechtswege onmiddellijk ontbonden, zonder enige vergoeding, indien de SB bursaal niet langer verbonden is aan een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap eventueel in samenwerking met een Vlaamse of federale wetenschappelijke instelling, of indien de promotor niet langer tenminste één van volgende posities bekleedt:

1°     een ZAP-lid met een bezoldigde aanstelling van meer dan 10% aan een Vlaamse universiteit;

2°     een ZAP-lid dat een bezoldigde aanstelling van 10% heeft aan een Vlaamse universiteit met een onderzoeksopdracht;

3°     een ZAP-lid dat een bezoldigde aanstelling van 5% heeft aan een Vlaamse universiteit én kliniekhoofd of adjunct-kliniekhoofd is of een gelijkgestelde functie heeft in een Universitair Ziekenhuis;

4°     een onderzoeksdirecteur van het FWO;

5°     een nominatieve beneficiant van een ERC Starting Grant, een ERC Consolidator Grant, een Advanced Grant of een Odysseus II toelage, met een Vlaamse universiteit als onthaalinstelling.

De SB bursaal heeft in voorkomend geval wel het recht om een alternatieve promotor, die aan minimaal één van de vereiste criteria voldoet, voor te stellen in overleg met de onthaalinstelling en zo ontbinding van de overeenkomst te vermijden.

Ook indien een ernstige integriteitsinbreuk bij de promotor van de SB bursaal wordt vastgesteld die volgens de onthaalinstelling ernstig genoeg is om niet meer op te kunnen treden als promotor, kan de SB-bursaal een alternatieve promotor voorstellen in overleg met de onthaalinstelling.

Art. 11 ter.

Daarnaast wordt de beursovereenkomst van rechtswege ontbonden, zonder vergoeding of opzeg aan de onderzoeker in geval deze een integriteitsinbreuk heeft begaan die elke professionele samenwerking tussen het FWO en de onderzoeker onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt.

Art. 11 quater.

Van zodra het FWO kennis krijgt van inbreuken op de wetenschappelijke integriteit van een van zijn onderzoekers hoort het FWO de onderzoeker.

De onderzoeker kan zich laten bijstaan door een raadsman.

Nadat de onderzoeker werd gehoord, kan het FWO de volgende beslissingen nemen:

a. het dossier zonder gevolg klasseren;

b. de feiten die zich hebben voorgedaan formeel vaststellen en deze vaststelling opnemen in het persoonlijk dossier van de SB-bursaal bij het FWO;

c. een formele verwittiging geven en deze verwittiging opnemen in het persoonlijk dossier van de SB-bursaal bij het FWO;

d. de overeenkomst van rechtswege ontbinden zoals voorzien in artikel 11ter van het reglement.

De bovenvermelde gevolgen b) en c) kunnen bovendien in aanmerking genomen worden bij een latere beoordeling van de aanvraag tot verlenging van het mandaat door de bevoegde wetenschappelijke commissie.

Rechten en plichten van de houders van een SB-beurs

Art. 12.

De SB-bursalen hangen administratief en juridisch af van de raad van bestuur van het FWO, vertegenwoordigd door zijn Voorzitter en zijn secretaris-generaal. Disciplinair hangen zij af van de academische overheid van de universiteit.

Zij verbinden er zich bovendien toe het reglement van het FWO en dit van de academische overheden van de universiteit na te leven.

Art. 13.

§ 1.  Het onderzoeksproject, door de SB bursalen voorgesteld, dient te worden doorgevoerd onder de leiding van een promotor, eventueel in samenwerking met copromotoren. 

§ 2. De promotor is ofwel:

1°     een ZAP-lid met een bezoldigde aanstelling van meer dan 10% aan een Vlaamse universiteit;

2°     een ZAP-lid dat een bezoldigde aanstelling van 10% heeft aan een Vlaamse universiteit met een onderzoeksopdracht;

3°     een ZAP-lid dat een bezoldigde aanstelling van 5% heeft aan een Vlaamse universiteit én kliniekhoofd of adjunct-kliniekhoofd is of een gelijkgestelde functie heeft in een Universitair Ziekenhuis;

4°     een onderzoeksdirecteur van het FWO;

5°     een nominatieve beneficiant van een ERC Starting Grant, een ERC Consolidator Grant, een Advanced Grant of een Odysseus II toelage, met een Vlaamse universiteit als onthaalinstelling.

§ 3. Alle copromotoren zijn onderzoekers op minstens postdoctoraal niveau. De copromotoren zijn in een bezoldigde aanstelling verbonden aan een Vlaamse universiteit, of een academische opleiding van een Vlaamse School of Arts, of de Hogere Zeevaartschool, of een Vlaamse onderzoeksinstelling, of een Vlaams universitair ziekenhuis, of  de Transnationale universiteit Limburg, , of een federale wetenschappelijke instelling, waarbij de copromotor behoort tot het Nederlands taalkader

Art. 14.

De beneficianten van een SB beurs mogen slechts om degelijk verantwoorde motieven en mits de toestemming van hun promotor en van het FWO, het onderwerp van hun onderzoek aanpassen. Zij kunnen niet van onthaalinstelling veranderen. Onthaalinstellingen kunnen een onderlinge afspraak maken over samenwerking en plaats van tewerkstelling.

Art. 15.

De SB-bursalen gaan de verbintenis aan een doctoraat op proefschrift voor te bereiden.

Art. 16.

De SB-bursalen kunnen een doctoraatsopleiding volgen. Daarnaast kunnen zij andere cursussen volgen in relatie tot hun onderzoek, voor zover de afwerking van het doctoraatsproefschrift binnen de duur van het mandaat niet in het gedrang komt. De totale werklast, zowel voor het volgen van andere cursussen als voor opdrachten waarmee ze door hun promotor worden belast, bedraagt maximaal  8 uur per week. Deze opdrachten kunnen zijn: begeleiding van oefeningen, practica of seminaries, waarvoor de werklast dubbel wordt geteld (bvb. 1 uur seminarie = 2 uur werklast),  ofwel administratieve of klinische taken. Er mogen geen leeropdrachten worden waargenomen en er mag geen lerarenopleiding worden gevolgd.

Art. 17.

De cumulatie van het mandaat met iedere andere bezoldiging of vergoeding is uitgesloten. Het FWO kan nochtans op aanvraag van betrokkene, een gehele of gedeeltelijke cumulatie met toelagen voor studieverblijven in het buitenland toestaan. Titularissen van een reisbeurs van het FWO, de Vlaamse Gemeenschap, de Federale Regering of in het kader van de Culturele Akkoorden, mogen deze met hun mandaat cumuleren. Ze worden verzocht het FWO hiervan in kennis te stellen.

De Licentiaten in de Rechten, beneficianten van een beurs van het FWO, mogen niet ingeschreven zijn aan de balie.

Art. 18.

De SB-bursalen dienen op het einde van hun derde en vierde mandaatjaar een verslag over hun wetenschappelijke activiteiten aan het FWO voor te leggen. Een kopie van dit verslag moet aan het hoofd van de instelling waaraan ze verbonden zijn gestuurd worden.

Art. 19.

De SB-bursalen moeten op al hun publicaties en overdrukken hun titel van SB-bursaal van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen vermelden.

Art. 20.

De titularissen van een SB-beurs die een studieverblijf in het buitenland wensen door te voeren, dienen de toestemming van het FWO te vragen.  Het buitenlands studieverblijf kan enkel toegestaan worden, indien de SB-bursaal tijdens het buitenlands verblijf onderworpen kan blijven aan de Belgische sociale zekerheid.  Bijgevolg dienen de SB-bursalen minstens 30 kalenderdagen voor hun vertrek onder de Belgische sociale zekerheid te hebben geressorteerd. De secretaris-generaal kan uitzonderlijk beslissen, op basis van een gemotiveerd verzoek, om van de voorwaarde om onderworpen te blijven aan de Belgische sociale zekerheid af te wijken.

Art. 21.

De titularissen van een mandaat dienen het FWO zo spoedig mogelijk in kennis te stellen van elke tijdelijke onderbreking van hun onderzoek, ongeacht de oorzaak ervan.

Art. 22.

De mandaathouders dienen als verplicht verzekerde aan te sluiten bij een ziekenfonds naar keuze. Bij ziekte dienen zij binnen de 48 uur aan het FWO de medische attesten te laten geworden waarin de periode van de ongeschiktheid vermeld is, een dubbel ervan dient aan de bevoegde dienst van de universiteit waar de mandaathouder zijn/haar onderzoek doorvoert, door bemiddeling van haar/zijn promotor, gericht te worden.

Art. 23.

Om strafrechtelijke gevolgen te vermijden, dient bij een arbeidsongeval de personeelsdienst van het FWO binnen de 24 uur telefonisch op de hoogte gebracht te worden. De officiële verklaring samen met een medisch attest van vaststelling dient zo spoedig mogelijk naar het FWO gestuurd te worden. De bedrijfsgeneeskundige dienst van de instelling, evenals de promotor dienen hiervan op de hoogte gebracht te worden.

Art. 24.

De mandaathouders dienen het FWO zo vlug mogelijk schriftelijk op de hoogte te brengen van om het even welke wijziging in hun situatie (burgerlijke stand, geboorte, adresverandering, enz...).

SCHORSING

Art. 25.

Het mandaat kan geschorst worden tijdens de periode van burgerdienst, langdurig ziekteverlof, zwangerschaps- en borstvoedingsverlof, ouderschapsverlof, palliatief verlof en verlof voor medische bijstand. In deze gevallen wordt het mandaat verlengd met de periode tijdens dewelke het niet werd uitgekeerd. Verlengingen van minder dan twee weken worden niet in aanmerking genomen. Indien voltijdse schorsingen van aaneensluitende periodes van 3 maanden hebben voorgedaan, waarbij het mandaat niet werd uitgekeerd, omwille van langdurig ziekteverlof, zwangerschaps- en borstvoedingsverlof, ouderschapsverlof, palliatief verlof en verlof voor medische bijstand, wordt het mandaat automatisch verlengd tot het einde van het kalenderjaar.  Deze administratieve verlenging  wordt slechts eenmaal  verleend, nl. op het einde van het 4de jaar van het mandaat. Schorsingen tijdens deze automatische verlenging van het mandaat geven géén aanleiding meer tot verdere verlenging van het mandaat. De hernieuwing van het mandaat moet in elk geval worden aangevraagd tijdens het tweede mandaatjaar.

Tevens kan het FWO uitzonderlijk een verlenging tot maximum vijf jaar toewijzen in die gevallen waar omwille van sociale en medische redenen een verminderd arbeidsrendement zich voordoet.

Volgens de ter zake geldende wettelijke bepalingen kan drie maanden op voorhand een tijdskrediet worden aangevraagd. Dit geeft geen aanleiding tot verlenging van bet mandaat.

De mandaathouders dienen het FWO ten spoedigste van deze onderbrekingen van hun werkzaamheden op de hoogte te brengen.

Het mandaat kan om geen enkele andere reden worden geschorst of verdaagd.

Berekening van de beurs

Art. 26.

Het bedrag van de SB-beurs is beperkt tot het nettoloon dat de begunstigde zou ontvangen als assistent aan een universiteit van de Vlaamse Gemeenschap (salarisschalen van toepassing op het Assisterend Academisch Personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap volgens het Besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2001 (BS 9 1 2002)).

Het netto beursbedrag per maand bedraagt minimum 1.897,76 euro (index 1.6734 op 1 juli 2017).

De beurs wordt aangepast aan de toegekende geldelijke anciënniteit van de betrokkene. De beurs houdt rekening met de gezinstoestand en is onderworpen aan de Sociale Zekerheid. Het vakantiegeld en de eindejaarstoelage is beperkt tot het vakantiegeld en de eindejaarstoelage dat de begunstigde zou ontvangen als assistent aan een universiteit van de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 27.

§ 1 De inschalinganciënniteit van kandidaat SB-bursalen wordt berekend rekening houdend met de verworven wetenschappelijke anciënniteit en met de hiernavolgende bepalingen:

1° - de duur van de aanstelling in een dienstverband van ten minste 50% aan een universiteit of wetenschappelijke instelling, met dien verstande dat het gaat om een opdracht die onderzoeksactiviteiten omvat;

2° - de duur van de vrijwillig verrichte onderzoeksactiviteiten in een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap voor zover de omvang van deze activiteiten ten minste 50% bedraagt van een normale voltijdse taakvervulling;

3° - de helft van de duur van de aanstelling bedoeld in 1 ° en 2° indien het een dienstverband van minder dan 50% betreft.

§ 2 De duur van de aanstelling wordt berekend per kalendermaand: onvolledige maanden worden niet meegerekend. De totale omvang van de inschalinganciënniteit kan nooit de nominale duur van de in aanmerking komende periodes overschrijden.

§ 3 Elke periode van voorafgaande tewerkstelling die in aanmerking kan genomen worden, wordt gestaafd aan de hand van een verklaring op erewoord.

Art. 28.

De beurs is gekoppeld aan de gezondheidsindex in de mate als toepasselijk op het academisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 29.

De beurs wordt maandelijks, na het verstrijken van de maand, op een Belgische financiële rekening gestort.

Arbeidsongevallen en aansprakelijkheid

Art. 30.

De SB-bursalen zijn krachtens een door de wet vereist verzekeringscontract gedekt tegen risico's van het normale seminarie- en/of laboratoriumwerk, alsmede tegen ongevallen die zich zouden kunnen voordoen op de weg van en naar het werk. Dit contract dekt eveneens de tijdelijke buitenlandse opdrachten waarvoor door het FWO voorafgaandelijk toestemming gegeven werd. Voor hun verplaatsingen mogen de mandaathouders alle gebruikelijke transportmiddelen, toegelaten voor personenvervoer over water, in de lucht of langs de weg, gebruiken, op voorwaarde dat ze geen deel uitmaken van de bemanning.

De burgerlijke aansprakelijkheid van de mandaathouders is door een collectieve verzekering, aangegaan door het FWO, gedekt.

Kinderbijslag

Art. 31.

Elke geboorte moet aan het FWO gemeld worden. Het FWO levert dan aan betrokkene de vereiste formulieren tot het bekomen van zowel kinderbijslag (*) als kraamgeld af, dit kan vanaf de 6de maand van de zwangerschap aangevraagd worden.

Om hun recht op kinderbijslag te vrijwaren, worden de mandaathouders met kinderen ten laste verzocht het FWO in kennis te stellen van elke buitenlandse reis. Tevens dienen ze tijdens dit verblijf in het buitenland een domicilie in België te behouden.

* Krachtens art. 51 van de Wet op de Kinderbijslag verlenen personen die onderworpen zijn aan de volledige regeling van de sociale zekerheidsbijdrage geen recht meer op kinderbijslag voor zichzelf.

JAARLIJKSE VAKANTIE

Art. 32.

De vakantieperioden zijn dezelfde als deze bepaald in het reglement van de onthaalinstelling en worden in gemeenschappelijk overleg met de promotor vastgesteld.

De SB-bursalen dienen aan het secretariaat van het FWO de data van hun jaarlijkse vakantie op te geven. Het vakantiegeld, berekend op basis van de beurs van de maand mei, wordt in de loop van de maand mei op de rekening van de titularis gestort.

ALGEMENE BESCHIKKING

Art. 33.

De bij het FWO doorgebrachte jaren, worden erkend als anciënniteit bij het bepalen van de wedde van de titularissen die aangesteld worden in Gemeenschaps- of gesubventioneerde instellingen voor secundair en hoger onderwijs met volledig leerplan, evenals in de Vlaamse en Federale wetenschappelijke instellingen en ministeries.

EINDBESCHIKKING

Art. 34.

De SB-bursalen kunnen, voor zover ze het hoofd van de onthaalinstelling, hun promotor en het FWO hiervan in kennis hebben gesteld, om het even wanneer van hun mandaat afstand doen.

27/06/2017