Reglement inzake ICM-FWO Fellowship

ALGEMEEN REGLEMENT

Het algemeen reglement is van toepassing.

Uitgebreide informatie, volledige reglementen en formulieren zijn on line beschikbaar
Alle aanvullende inlichtingen kunnen worden bekomen op het secretariaat van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen, Egmontstraat 5 te 1000 BRUSSEL, telefoon 02 512 91 10. 

TOEPASSINGSGEBIED

Art. 1.

Dit reglement geldt voor houders van een ICM-FWO Fellowship van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO).

KANDIDATUREN EN ANCIËNNITEIT

Art. 2.

De kandidaat dient een masterdiploma (*) te bezitten uitgereikt door één van de landen van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte (**) of Zwitserland. De kandidaat dient het bewijs voor te leggen waarbij het universiteitsbestuur betrokkene toelaat een doctoraatsproefschrift voor te bereiden (enkel vereist als het diploma niet uitgereikt is of niet zal worden uitgereikt door een Vlaamse universiteit).

* met uitsluiting van master-na-masterdiploma’s zoals omschreven in het Hoger Onderwijsregister

** Dit zijn de EU-landen en IJsland, Noorwegen en Liechtenstein.

Art. 3.

De kandidaten dienen hun aanvraag in te dienen in het Engels en zullen verbonden zijn aan een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap of aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven of de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel, eventueel in samenwerking met een Vlaamse of Federale wetenschappelijke instelling alwaar ze hun onderzoek uitvoeren. Van kandidaten wier academisch diploma (tweede cyclus) werd afgeleverd door een universiteit buiten de Vlaamse Gemeenschap wordt verondersteld dat zij het Nederlands dermate beheersen om de inschakeling in de onderzoeksgroep mogelijk te maken.

Art. 4.

Kandidaten voor een ICM-FWO Fellowship komen slechts in aanmerking tijdens de eerste vijf jaar na het behalen van hun masterdiploma, gerekend op de ingangsdatum van het mand aat (1 oktober). Indien een kandidaat over meer dan één masterdiploma beschikt, is deze regel enkel van toepassing op het diploma uit hetzelfde studiegebied als het doctoraatsvoorstel. Ongeacht het studiegebied, mag het 1ste masterdiploma in geen enkel geval langer dan 10 jaar geleden zijn behaald, te rekenen vanaf de ingangsdatum van het mandaat (1 oktober). Deze grens wordt met één jaar opgeschoven per zwangerschap of ouderschapsverlof, geteld op het ogenblik van de aanvraag. Deze grenzen zijn niet van toepassing voor kandidaten die bij de aanvang van het mandaat (1 oktober) de volle leeftijd van 31 jaar niet hebben bereikt.

Het directiecomité van het FWO kan uitzonderlijk hiervan afwijken in die gevallen waar omwille van sociale en medische redenen ofwel in het voortraject een onderbreking voorkomt, ofwel een verminderd arbeidsrendement zich heeft voorgedaan.

Art. 5.

Er kan niet gepostuleerd worden voor een mandaat dat men, zelfs gedeeltelijk, reeds vroeger genoten heeft.

Art. 6.

FWO organiseert een verplichte schriftelijke toelatingsproef voor de kandidaten voor een ICM-FWO Fellowship. Tijdens deze toelatingsproef worden de kandidaten gevraagd enkele transversale vragen te beantwoorden; kandidaten kunnen zich hierop voorbereiden aan de hand van een lijst met papers die FWO bekend maakt bij de opening  van de oproep. De toelatingsproef wordt opgesteld en beoordeeld door leden van de ICM-FWO jury.

De aanvragen van kandidaten die geslaagd zijn in de toelatingsproef worden aan de ICM-FWO jury van het FWO voorgelegd; de kandidaten lichten hun aanvraag mondeling toe ten overstaan van de jury.

De ICM-FWO jury stelt een rangschikking op en geeft een voorstel tot financiering. De raad van bestuur van het FWO beslist over de aanstelling.

Art. 7.

De wetenschappelijke anciënniteit van kandidaat-ICM-FWO Fellows mag bij de aanvang van het mandaat de drie jaar met geen dag overschreden hebben. De periode gepresteerd als Arts- of Apotheker-specialist-in opleiding wordt voor de helft in rekening gebracht.

AANSTELLING

Art. 8.

Het ICM-FWO Fellowship is een beurs (*), onderworpen aan de Rijks-Sociale Zekerheid krachtens art. 15, 2° van het Koninklijk Besluit van 28 november 1969, vrijgesteld van personenbelasting steunend op art. 90, 2° van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 (**) met een duur van één jaar, eventueel tweemaal met één jaar verlengbaar. Deze tweede en derde periode dienen bij respectievelijk de eerste en de tweede aan te sluiten. De hernieuwing dient steeds tijdens het lopende mandaatjaar te worden aangevraagd, ongeacht eventuele schorsingen.

Om deze hernieuwing aan de bevoegde jury te kunnen voorleggen dient de ICM-FWO Fellow in ieder mandaatjaar vóór 1 mei de verlenging van zijn mandaat aan te vragen. 

De begunstigde van een ICM-FWO Fellowship die een doctoraat op proefschrift behaalt gedurende zijn eerste of tweede mandaatjaar kan geen verlenging(en) van zijn mandaat aanvragen.

* Beurzen worden niet beschouwd als bestaansmiddelen en bijgevolg kunnen houders van een ICM Fellowship als fiscaal ten laste worden beschouwd (art. 143 van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 en Com. I.B. 136/27)

** Com. I.B. 41/22, eerste lid en circulaire van Directie II/6 Ci. RH 241/430.824 van Inspecteur-generaal G.A. DE GROOTE.

Art. 9.

Het al dan niet ondergaan van een medisch onderzoek door de mandaathouders in de bedrijfsgeneeskundige dienst van de instelling waar ze hun onderzoek doorvoeren is afhankelijk van de eigen reglementering van hun onthaalinstelling. Indien er volgens de reglementering van hun onthaalinstelling een medisch onderzoek noodzakelijk is, zal hun aanstelling slechts ingaan zo het attest van dat geneeskundig onderzoek gunstig is.

Art. 10.

Iedere ICM-FWO Fellow ontvangt de aangepaste modaliteiten van zijn beurs van het FWO.

Art. 11.

Met uitzondering van de bepalingen van artikel 16 mogen de titularissen van een ICM-FWO Fellowship geen deel uitmaken van het Assisterend of Zelfstandig Academisch Personeel van de universiteiten of hiermee gelijkgestelde instellingen.

Art. 11 bis.

Behoudens de gemeenrechtelijke regels van beëindiging, neemt het mandaat, en derhalve de beursovereenkomst, in de regel een einde bij afloop van elk toegekend jaar.

De beursovereenkomst wordt van rechtswege onmiddellijk ontbonden, zonder enige vergoeding, indien de beurshouder  niet langer verbonden is aan een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap of aan de Evangelische Protestantse Faculteit in Leuven of de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel, eventueel in samenwerking met een Vlaamse of federale wetenschappelijke instelling, of indien de promotor niet langer tenminste één van volgende posities bekleedt:

1°     een ZAP-lid met een bezoldigde aanstelling van meer dan 10% aan een Vlaamse universiteit;

2°     een ZAP-lid dat een bezoldigde aanstelling van 10% heeft aan een Vlaamse universiteit met een onderzoeksopdracht;

3°     een ZAP-lid dat een bezoldigde aanstelling van 5% heeft aan een Vlaamse universiteit én kliniekhoofd of adjunct-kliniekhoofd is of een gelijkgestelde functie heeft in een Universitair Ziekenhuis;

4°     een academisch personeelslid, met een bezoldigde aanstelling aan de Evangelische Protestantse Faculteit in Leuven en de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel;

5°     een onderzoeksdirecteur van het FWO;

6°     een nominatieve beneficiant van een ERC Starting Grant, een ERC Consolidator Grant, een Advanced Grant of een Odysseus II toelage, met een Vlaamse universiteit als onthaalinstelling.

De beurshouder heeft in voorkomend geval wel het recht om een alternatieve promotor, die aan minimaal één van de vereiste criteria voldoet, voor te stellen in overleg met de onthaalinstelling en zo ontbinding van de overeenkomst te vermijden.

Ook indien een ernstige integriteitsinbreuk bij de promotor van de beurshouder wordt vastgesteld die volgens de onthaalinstelling ernstig genoeg is om niet meer op te kunnen treden als promotor, kan de beurshouder een alternatieve promotor voorstellen in overleg met de onthaalinstelling.

Art. 11 ter.

Daarnaast wordt de beursovereenkomst van rechtswege ontbonden, zonder vergoeding of opzeg aan de onderzoeker in geval deze een integriteitsinbreuk heeft begaan die elke professionele samenwerking tussen het FWO en de onderzoeker onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt.

Art. 11 quater.

Van zodra het FWO kennis krijgt van inbreuken op de wetenschappelijke integriteit van een van zijn onderzoekers hoort het FWO de onderzoeker.

De onderzoeker kan zich laten bijstaan door een raadsman.

Nadat de onderzoeker werd gehoord, kan het FWO de volgende beslissingen nemen:

  • het dossier zonder gevolg klasseren;
  • de feiten die zich hebben voorgedaan formeel vaststellen en deze vaststelling opnemen in het persoonlijk dossier van de beurshouder bij het FWO;
  • een formele verwittiging geven en deze verwittiging opnemen in het persoonlijk dossier van de beurshouder bij het FWO;
  • de overeenkomst van rechtswege ontbinden zoals voorzien in artikel 11ter van het reglement.

De bovenvermelde gevolgen b) en c) kunnen bovendien in aanmerking genomen worden bij een latere beoordeling van de aanvraag tot verlenging van het mandaat door de bevoegde wetenschappelijke commissie.

RECHTEN EN PLICHTEN VAN DE HOUDERS VAN EEN MANDAAT ICM-FWO FELLOW

Art. 12.

De houders van een ICM-FWO Fellowship hangen administratief en juridisch af van de raad van bestuur van het FWO, vertegenwoordigd door zijn Voorzitter en zijn secretaris-generaal. Disciplinair hangen zij af van de academische overheid van de universiteit.

Zij verbinden er zich bovendien toe het reglement van het FWO en dit van de academische overheden van de universiteit na te leven.

Art. 13.

§ 1. Het onderzoeksproject, door de houders van een ICM-FWO Fellowship voorgesteld, dient te worden doorgevoerd onder de leiding van een promotor, eventueel in samenwerking met copromotoren. 

§ 2. De promotor is ofwel:

1° een ZAP-lid met een bezoldigde aanstelling van meer dan 10% aan een Vlaamse universiteit;

2° een ZAP-lid dat een bezoldigde aanstelling van 10% heeft aan een Vlaamse universiteit met een onderzoeksopdracht;

3° een ZAP-lid dat een bezoldigde aanstelling van 5% heeft aan een Vlaamse universiteit én kliniekhoofd of adjunct-kliniekhoofd is of een gelijkgestelde functie heeft in een Universitair Ziekenhuis;

4° een academisch personeelslid, met een bezoldigde aanstelling aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven en de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel;

5° een onderzoeksdirecteur van het FWO;

6° een nominatieve beneficiant van een ERC Starting Grant, een ERC Consolidator Grant, een Advanced Grant of een Odysseus II toelage, met een Vlaamse universiteit als onthaalinstelling.

§ 3. Alle copromotoren zijn onderzoekers op minstens postdoctoraal niveau. De copromotoren zijn in een bezoldigde aanstelling verbonden aan een Vlaamse universiteit, of een Vlaamse onderzoeksinstelling, of een Vlaams universitair ziekenhuis, of de Transnationale universiteit Limburg, of de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven, of de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel, of een federale wetenschappelijke instelling, waarbij de copromotor behoort tot het Nederlands taalkader.

Art. 14.

De ICM-FWO Fellows mogen slechts om degelijk verantwoorde motieven en mits de toestemming van hun promotor en van het FWO, het onderwerp van hun onderzoek aanpassen. Zij kunnen niet van onthaalinstelling veranderen. Onthaalinstellingen kunnen een onderlinge afspraak maken over samenwerking en plaats van tewerkstelling.

Art. 15.

De houders van een ICM-FWO Fellowship gaan de verbintenis aan een doctoraat op proefschrift voor te bereiden.

Art. 16.

De houders van een ICM-FWO Fellowship kunnen een doctoraatsopleiding volgen. Daarnaast kunnen zij andere cursussen volgen in relatie tot hun onderzoek, voor zover de afwerking van het doctoraatsproefschrift binnen de duur van het mandaat niet in het gedrang komt. De totale werklast, zowel voor het volgen van andere cursussen als voor opdrachten waarmee ze door hun promotor worden belast, bedraagt maximaal 8 uur per week. Deze opdrachten kunnen zijn: begeleiding van oefeningen, practica of seminaries, waarvoor de werklast dubbel wordt geteld (bv. 1 uur seminarie = 2 uur werklast), ofwel administratieve of klinische taken. Er mogen geen leeropdrachten worden waargenomen en er mag geen lerarenopleiding worden gevolgd.

Art. 17.

De cumulatie van het mandaat met iedere andere bezoldiging of vergoeding is uitgesloten. Het Fonds kan nochtans op aanvraag van betrokkene, een gehele of gedeeltelijke cumulatie met toelagen voor studieverblijven in het buitenland toestaan. Titularissen van een reisbeurs van het FWO, de Vlaamse Gemeenschap, de Federale Regering of in het kader van de Culturele Akkoorden, mogen deze met hun mandaat cumuleren. Ze worden verzocht het FWO hiervan in kennis te stellen.

De Masters (Licentiaten) in de Rechten, beneficianten van een beurs van het FWO, mogen niet ingeschreven zijn aan de balie.

Art. 18.

De houders van een ICM-FWO Fellowship dienen op het einde van elk mandaatjaar een verslag over hun wetenschappelijke activiteiten aan het FWO voor te leggen. Een kopie van dit verslag moet aan het hoofd van de instelling waaraan ze verbonden zijn, gestuurd worden.

Art. 19.

De houders van een ICM-FWO Fellowship moeten op al hun publicaties en overdrukken hun titel van “ICM-FWO Fellow van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen” vermelden.

Art. 20.

De titularissen van een ICM-FWO Fellowship dienen verplicht een voltijds studieverblijf van één jaar aan een buitenlandse universiteit op te nemen, rekening houdend met hun persoonlijke en familiale situatie en met de financiële steun die door FWO wordt toegezegd. Het FWO betaalt de inschrijvingskosten  (“tuition fee”) tot max. €20.000 voor dit studieverblijf. De reiskosten van de ICM-FWO Fellow naar het buitenlandse instituut worden eenmaal vergoed (heen- en terugreis). Indien de inschrijvingskosten het aangeduide maximumbedrag van €20.000 overschrijden, zal de ICM-FWO Fellow zelf voor bijkomende financiering zorgen.

De kandidaat is zelf verantwoordelijk voor het bekomen van toelating om in te schrijven aan een buitenlandse instelling, evenals voor het behalen van de eventueel vereiste attesten of certificaten hiertoe (bv. TOEFL-test, GMAT-test,…). Dit moet tijdig in orde gebracht worden gedurende het eerste jaar van het mandaat, en moet al ingepland zijn in het werkplan dat de kandidaat indient bij zijn aanvraag voor het ICM-FWO Fellowship.

Het FWO komt niet tussenbeide in de gerelateerde kosten voor dit buitenlands studieverblijf, zoals o.a. het aanvragen van een internationaal paspoort, visum, eventuele dossierkosten, lokale verplaatsingskosten e.d. ICM-FWO Fellows kunnen een aanvraag indienen voor een FWO Krediet voor lang verblijf in het buitenland om dit verplicht buitenlands studieverblijf te helpen financieren.

Voor elk studieverblijf in het buitenland dat ICM-FWO Fellows wensen uit te voeren, dient de toestemming van het FWO gevraagd te worden. Een buitenlands studieverblijf kan enkel toegestaan worden indien de Fellow tijdens het buitenlands verblijf onderworpen kan blijven aan de Belgische sociale zekerheid. Bijgevolg dient de ICM-FWO Fellow minstens 30 kalenderdagen voor zijn vertrek onder de Belgische sociale zekerheid te hebben geressorteerd. De secretaris-generaal kan uitzonderlijk beslissen, op basis van een gemotiveerd verzoek, om van de voorwaarde om onderworpen te blijven aan de Belgische sociale zekerheid af te wijken.

Art. 21.

De titularissen van een mandaat dienen het FWO zo spoedig mogelijk in kennis te stellen van elke tijdelijke onderbreking van hun onderzoek, ongeacht de oorzaak ervan.

Art. 22.

De mandaathouders dienen als verplicht verzekerde aan te sluiten bij een ziekenfonds naar keuze. Bij ziekte dienen zij binnen de 48 uur aan het FWO de medische attesten te laten geworden waarin de periode van de ongeschiktheid vermeld is, een dubbel ervan dient aan de bevoegde dienst van de universiteit waar de mandaathouder zijn onderzoek doorvoert, door bemiddeling van zijn promotor, gericht te worden.

Art. 23.

Om strafrechtelijke gevolgen te vermijden, dient bij een arbeidsongeval de personeelsdienst van het FWO binnen de 24 uur telefonisch op de hoogte gebracht te worden. De officiële verklaring samen met een medisch attest van vaststelling dient zo spoedig mogelijk naar het FWO gestuurd te worden. De bedrijfsgeneeskundige dienst van de instelling, evenals de promotor dienen hiervan op de hoogte gebracht te worden.

Art. 24.

De mandaathouder dient het FWO zo vlug mogelijk schriftelijk op de hoogte te brengen van om het even welke wijziging in zijn situatie (burgerlijke stand, geboorte, adresverandering, enz...).

SCHORSING

Art. 25.

Het mandaat kan geschorst worden tijdens de periode van burgerdienst, langdurig ziekteverlof, zwangerschaps- en borstvoedingsverlof, ouderschapsverlof, palliatief verlof en verlof voor medische bijstand. In deze gevallen wordt het mandaat verlengd met de periode tijdens dewelke het niet werd uitgekeerd. Verlengingen van minder dan twee weken worden niet in aanmerking genomen.

Indien voltijdse schorsingen van aaneensluitende periodes van 3 maanden hebben voorgedaan, waarbij het mandaat niet werd uitgekeerd, omwille van langdurig ziekteverlof, zwangerschaps- en borstvoedingsverlof, ouderschapsverlof en palliatief verlof, wordt het mandaat automatisch verlengd tot het einde van het academiejaar.  Deze administratieve verlenging  wordt slechts eenmaal  verleend, nl. op het einde van het 3de jaar van het mandaat. Schorsingen tijdens deze automatische verlenging van het mandaat geven géén aanleiding meer tot verdere verlenging van het mandaat. De hernieuwing van het mandaat moet in elk geval worden aangevraagd tijdens het tweede mandaatjaar.

Tevens kan de raad van bestuur van het FWO uitzonderlijk een verlenging tot maximum vier jaar toewijzen in die gevallen waar omwille van sociale en medische redenen een verminderd arbeidsrendement zich voordoet.

Volgens de ter zake geldende wettelijke bepalingen kan drie maanden op voorhand tijdskrediet worden aangevraagd. Dit geeft géén aanleiding tot verlenging van het mandaat.

De mandaathouders dienen het FWO ten spoedigste van deze onderbrekingen van hun werkzaamheden op de hoogte te brengen.

Het mandaat kan om geen enkele andere reden worden geschorst of verdaagd.

BEREKENING VAN DE BEURS

Art. 26.

Het bedrag van de beurs ICM-FWO Fellowship is beperkt tot het nettoloon dat de begunstigde zou ontvangen als assistent aan een universiteit van de Vlaamse Gemeenschap (salarisschalen van toepassing op het Assisterend Academisch Personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap volgens het Besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2001 (BS 9 1 2002)).

Het netto beursbedrag per maand bedraagtminimum 1.897,76 euro (index 1.6734 op 1 juli 2017).

De beurs wordt aangepast aan de toegekende geldelijke anciënniteit van de betrokkene. De beurs houdt rekening met de gezinstoestand en is onderworpen aan de Sociale Zekerheid. Het vakantiegeld en de eindejaarstoelage stemt overeen met het vakantiegeld en de eindejaarstoelage dat de begunstigde zou ontvangen als assistent aan een universiteit van de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 27.

§ 1 De inschalinganciënniteit van kandidaat-ICM-FWO Fellows wordt berekend rekening houdend met de verworven wetenschappelijke anciënniteit en met de hiernavolgende bepalingen:

1° - de duur van de aanstelling in een dienstverband van ten minste 50% aan een universiteit of wetenschappelijke instelling, met dien verstande dat het gaat om een opdracht die onderzoeksactiviteiten omvat;

2° - de duur van de vrijwillig verrichte onderzoeksactiviteiten in een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap voor zover de omvang van deze activiteiten ten minste 50% bedraagt van een normale voltijdse taakvervulling;

3° - de helft van de duur van de aanstelling bedoeld in 1 ° en 2° indien het een dienstverband van minder dan 50% betreft.

§ 2 De duur van de aanstelling wordt berekend per kalendermaand: onvolledige maanden worden niet meegerekend. De totale omvang van de inschalinganciënniteit kan nooit de nominale duur van de in aanmerking komende periodes overschrijden.

§ 3 Elke periode van voorafgaande tewerkstelling die in aanmerking kan genomen worden, wordt gestaafd aan de hand van een verklaring op erewoord.

Art. 28.

De beurs is gekoppeld aan de gezondheidsindex in de mate als toepasselijk op het academisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 29.

De beurs wordt maandelijks, na het verstrijken van de maand, op een Belgische financiële rekening gestort.

ARBEIDSONGEVALLEN EN AANSPRAKELIJKHEID

Art. 30.

De ICM-FWO Fellows zijn krachtens een door de wet vereist verzekeringscontract gedekt tegen risico's van het normale seminarie- en/of laboratoriumwerk, alsmede tegen ongevallen die zich zouden kunnen voordoen op de weg van en naar het werk. Dit contract dekt eveneens de tijdelijke buitenlandse opdrachten waarvoor door het FWO voorafgaandelijk toestemming gegeven werd. Voor hun verplaatsingen mogen de mandaathouders alle gebruikelijke transportmiddelen, toegelaten voor personenvervoer over water, in de lucht of langs de weg, gebruiken, op voorwaarde dat ze geen deel uitmaken van de bemanning.

De burgerlijke aansprakelijkheid van de mandaathouders is door een collectieve verzekering, aangegaan door het FWO, gedekt.

KINDERBIJSLAG

Art. 31.

Elke geboorte moet aan het FWO gemeld worden. Het Fonds levert dan aan betrokkene de vereiste formulieren tot het bekomen van zowel kinderbijslag (*) als kraamgeld af, dit kan vanaf de 6de maand van de zwangerschap aangevraagd worden.

Om hun recht op kinderbijslag te vrijwaren, worden de mandaathouders met kinderen ten laste verzocht het FWO in kennis te stellen van elke buitenlandse reis. Tevens dienen ze tijdens dit verblijf in het buitenland een domicilie in België te behouden.

* Krachtens art. 51 van de Wet op de Kinderbijslag verlenen personen die onderworpen zijn aan de volledige regeling van de sociale zekerheidsbijdrage geen recht meer op kinderbijslag voor zichzelf.

JAARLIJKSE VAKANTIE

Art. 32.

De vakantieperioden zijn dezelfde als deze bepaald in het reglement van de onthaalinstelling en worden in gemeenschappelijk overleg met de promotor vastgesteld.

De ICM-FWO Fellows dienen aan het secretariaat van het FWO de data van hun jaarlijkse vakantie op te geven. Het vakantiegeld, berekend op basis van de beurs van de maand juni, wordt in de loop van de maand mei op de rekening van de titularis gestort.

ALGEMENE BESCHIKKING

Art. 33.

De bij het FWO doorgebrachte jaren, worden erkend als anciënniteit bij het bepalen van de wedde van de titularissen die aangesteld worden in Gemeenschaps- of gesubsidieerde instellingen voor secundair en hoger onderwijs met volledig leerplan, evenals in de Vlaamse en Federale wetenschappelijke instellingen en ministeries.

EINDBESCHIKKING

Art. 34.

De ICM-FWO Fellows kunnen, voor zover ze het hoofd van de onthaalinstelling, hun promotor en het FWO hiervan in kennis hebben gesteld, om het even wanneer van hun mandaat afstand doen.

27/06/2017