Chantal Mathieu

Help, de (academische) dokter verzuipt…

Arts zijn in een academisch ziekenhuis is wat ik mij voor ogen hield van in het begin van mijn geneeskunde studies, ondertussen vele jaren geleden. Niet alleen mensen genezen, maar ook nieuwe manieren ontdekken om mensen te genezen, via onderzoek naar de oorzaak van ziekten. Dat was mijn aspiratie…. Het was dankzij het FWO dat ik mij ‘tijd kon kopen’ tijdens mijn opleiding tot internist, door een mooie regeling die toelaat om je klinische opleiding een aantal jaren te onderbreken en het labo in te duiken als PhD student, zonder je klinische opleiding al te lang te maken. Via allerlei negotiaties hebben een aantal visionaire voorgangers er immers voor gezorgd dat de klinische erkenningscommissies die de artsenberoepen moeten erkennen aanvaard hebben dat onderzoek waardevol is in een opleiding tot specialist. Zo laten de commissies toe om de jaren waarin men tijdens de opleiding in een laboratorium onderzoek doet, in het kader van een doctoraatsopleiding, partieel kan inbrengen als klinische opleiding- er zijn enkele voorwaarden zoals ondertussen nog een zekere klinische activiteit behouden, zoals raadpleging doen of wachten doen. Waarom is dit zo belangrijk? Wel, stel je voor: je wordt arts op je 25e en dan begin je aan een specialisatie van typisch 6 jaar. Als je daarbinnen nog eens 4 jaar zou onderbreken om in een laboratorium te werken, ben je 10 jaar in opleiding…. Geef toe….

Ikzelf heb dankzij een FWO aspirantschap zo samen met een opleiding tot internist en endocrinoloog onderzoek gedaan in het laboratorium van Roger Bouillon en Marc Waer naar de pathogenese van type 1 diabetes. Basisonderzoek, maar ‘with a twist’. Zowel Marc als Roger waren clinici en dachten zoals ik over onderzoek: het moest een klinische implicatie hebben: we wilden verstaan hoe de ziekte ontstond om ze ooit te kunnen voorkomen of genezen…. Verre dromen, maar wel de fil rouge in het onderzoek toen en ook nu. Want na het aspirantschap, heb ik weer een ander FWO mandaat opgenomen: een postdoctoraal mandaat om verder in het labo te duiken. Echter, ik ben een clinicus- ik wil met patiënten werken en koos dus ook resoluut voor een klinische carrière. Wel een academisch klinische carrière: ik wil blijven onderzoek doen, zelfs basisonderzoek. En weer heeft het FWO mij die mogelijkheid gegeven: opnieuw een schitterende formule: het klinisch fundamenteel onderzoeksmandaat. Weer een formule waardoor de drempel voor artsen om onderzoek te blijven doen verlaagd wordt. Dankzij dit mandaat brengt de arts immers 50% van zijn loon binnen in het academisch ziekenhuis waar hij werkt en kan hij zich ‘tijd kopen’ om onderzoek te doen. Waarom is dit nodig? Kunnen niet alle artsen in een academisch ziekenhuis onderzoek doen? Wel… daar wringt het schoentje. Onze universitaire ziekenhuizen worden niet voldoende gefinancierd als ‘academische’ instellingen. Zij moeten het grootste deel van hun inkomen halen uit gewone RIZIV inkomsten, zoals alle andere ziekenhuizen. Het kleine supplementje dat ze krijgen om hun academische taak te verrichten is veel te klein om toe te laten dat de specialisten ruime tijd aan onderzoek besteden. Momenteel moeten academische specialisten minstens even hard werken binnen de klinische routine dan specialisten in perifere ziekenhuizen…. Dat is niet stimulerend… want je blijft wel in een academisch centrum om niet alleen routine te doen, maar ook onderzoek! Als je natuurlijk zelf de helft van je loon meebrengt, dan kan je met de directie van het ziekenhuis afspreken om die tijd ‘te kopen’ en je te laten vervangen door andere artsen. Dat is in mijn geval nu al 15 jaar het geval. Vijftien jaar heb ik kunnen mijn klinische activiteit combineren met een mooie lab-activiteit, nog steeds rond pathogenese van type 1 diabetes. Dankzij deze formule van klinische fundamentele onderzoeksmandaten, heb ik ondertussen meer dan 10 PhD studenten en meer dan 10 postdoctorale onderzoekers begeleid en is ons labo een vooraanstaande plaats voor onderzoek rond type 1 diabetes, met momenteel het coördinatorschap van een grootschalig FP7 programma (www.naimit.eu).

Maar er zijn donderwolken aan de horizon…. Je kan niet meer dan 3 maal 5 jaar zo een klinisch navorsermandaat krijgen en dus zal mijn ‘beschermde periode’ aflopen. Hoe gaan we dit oplossen? Ik weet het niet, want ondertussen is de klinische activiteit natuurlijk ook gegroeid en het wegvallen van de extra arts die mij verving zal een dramatische streep door de rekening zijn natuurlijk.

De bedoeling van deze blog is drieërlei: enerzijds mijn dankbaarheid naar FWO te tonen voor de ondertussen meer dan 25 jaar steun om basisonderzoek te kunnen combineren met klinische activiteit en ook mijn instelling KU Leuven en UZ Leuven te bedanken om echt de regels van het spel te volgen en mij echt vrij te stellen voor onderzoek, zodat ik mijn academische droom kon vervullen. Anderzijds, om jonge artsen het pad te wijzen van deze unieke formules in Vlaanderen: je kan als arts specialist tijd kopen om onderzoek te doen: DOEN! Zelfs al blijf je later niet in een universitair ziekenhuis, het zal je visie op patiënten en ziektes voor altijd veranderen. Tot slot, ook een hulpkreet om academische profielen mogelijk te blijven maken zal er echt een alternatieve financiering moeten komen, die het FWO overstijgt, die niet afhankelijk is van grants, maar die structurele, gestadige ondersteuning van de universitaire ziekenhuizen geeft zodat de academische artsen niet uitsterven maar groeien!

comments powered by Disqus