Eline Frison

Maakt Facebook jongeren (on)gelukkig?

De start, 20 juni 2012 - FWO maakt zijn lijst met nieuwe aspiranten bekend. En of ik die dag blij was: ik mocht namelijk datzelfde jaar nog starten aan een doctoraatsonderzoek. Is er een link tussen het gebruik van social media en hoe jongeren zich voelen? Op deze vraag wilde ik een antwoord vinden. Niet enkel omwille van de toegenomen populariteit van social media, maar in het bijzonder omwille van de bezorgdheid over de mentale gezondheid van jongeren en de interesse in factoren die het welzijn tijdens deze levensfase kunnen beïnvloeden.

“Social media is slecht voor je mentale gezondheid” – “Jongeren ongelukkig door Facebook” – “Jongeren depressief door Instagram”. Volgens krantenkoppen is er wel degelijk een link tussen het gebruik van social media en hoe jongeren zich voelen. Hoe kan het ook anders: jongeren gaan de dag van vandaag slapen met social media en staan er mee op. Tijd die jongeren vroeger doorbrachten met familie en vrienden in ‘real-life’ lijkt nu te zijn vervangen door tijd op Facebook, Instagram en Snapchat. Verschillende onderzoekers menen dan ook dat jongeren die veel tijd doorbrengen op social media zoals Facebook, zich minder goed gaan voelen. Maar is deze bezorgdheid terecht? Maakt Facebook jongeren echt ongelukkig?

Mijn doctoraatsonderzoek, waarin ik meer dan 1.000 Vlaamse jongeren tussen 12-18 jaar doorheen de adolescentie volgde, trachtte bij te dragen aan het wetenschappelijke antwoord op deze vraag. Wat blijkt: bepaalde typen Facebookgebruik kunnen onder bepaalde omstandigheden adolescenten ongelukkig maken. Andere typen Facebookgebruik kunnen onder andere omstandigheden, andere adolescenten gelukkig maken. Jongeren die zich bijvoorbeeld vergelijken met de zorgvuldig uitgekozen en bewerkte foto’s van anderen op Facebook, hebben een grotere kans om meer ontevreden te zijn over hun eigen leven. Jongeren die daarentegen een gesprek aangaan op Facebook kunnen meer het gevoel krijgen dat ze op steun van hun vrienden kunnen rekenen wanneer dit nodig zou zijn. Dit doet net de kans op het ontwikkelen van depressieve gevoelens afnemen. Een eenvoudig antwoord op de vraag of Facebook jongeren gelukkig of ongelukkig maakt, bestaat dus niet. Een complex antwoord dat rekening houdt met soorten Facebookgebruik, verschillende processen en type gebruikers des te meer.

Deze en nog vele andere inzichten uit mijn doctoraatsproefschrift zijnook de Children, Adolescents, and Media (CAM) Division van de International Communication Association (ICA) niet ontgaan. Tijdens de 67ste jaarlijkse ICA conferentie in San Diego heb ik namelijk niet enkel mijn bevindingen mogen presenteren, maar ook de CAM Top Dissertation Award en CAM Best Published Article Award in ontvangst mogen nemen.

Mede dankzij de steun van het FWO heb ik met mijn onderzoek - met de geapprecieerde waardering van andere onderzoekers - kunnen bijdragen aan het wetenschappelijke debat omtrent de impact van social media op het welzijn van jongeren. In de toekomst hoop ik dan ook dat niet enkel onderzoekers, maar ook ouders, leerkrachten en opvoeders zich eveneens bewust worden van de risico’s én kansen die social media jongeren de dag van vandaag bieden.

comments powered by Disqus