Meer diversiteit in wetenschappelijk onderzoek

01/10/2006

PERSMEDEDELING VAN FIENTJE MOERMAN, VICEMINISTER-PRESIDENT EN VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, ONDERNEMEN, WETENSCHAP, INNOVATIE EN BUITENLANDSE HANDEL

Vanaf 2007 krijgen vakgroepen aan universiteiten die meer vrouwelijke hoogleraren tewerkstellen en de mobiliteit van onderzoekers bevorderen extra middelen. Met deze maatregelen wil Vlaams minister voor Wetenschap en Innovatie Fientje Moerman de diversiteit in het wetenschappelijk onderzoek stimuleren.

Er zijn nog steeds te weinig vrouwelijke onderzoekers verbonden aan Vlaamse universiteiten en onderzoekscentra. Vrouwen vertegenwoordigen de helft van het personeelsbestand van de Vlaamse universiteiten. Maar slechts 15,5% van de functies in het zelfstandig academisch personeel (ZAP) worden door vrouwen ingevuld. Het aantal vrouwelijke buitengewoon en gewoon hoogleraren ligt met 5,5% zelfs nog lager(*).

Vanaf vandaag, 1 oktober, zit er een diversiteitscoëfficiënt ingebouwd in de verdeelsleutel van het Bijzonder Onderzoeksfonds (BOF). Die coëfficiënt moet onder meer het aantal vrouwelijke onderzoekers in het ZAP-kader optrekken. Vakgroepen die meer vrouwelijke hoogleraars tewerkstellen, krijgen vanaf 2007 meer middelen uit het BOF.

Daarnaast stimuleert de minister ook de mobiliteit door het aantrekken van nieuw talent aan de universiteiten. De diversiteitscoëfficiënt houdt immers eveneens rekening met de aanstelling van onderzoekers die hun doctoraat behaalden aan een andere Vlaamse universiteit of die een tijdlang in het buitenland verbleven.

Jaarlijks stelt de Vlaamse Gemeenschap onderzoeksmiddelen ter beschikking aan de Bijzondere Onderzoeksfondsen (BOF) van de Vlaamse universiteiten. Deze worden onder de universiteiten verdeeld op basis van een jaarlijks te berekenen verdeelsleutel. 70% van deze BOF-sleutel wordt momenteel verdeeld op basis van drie deelparameters: het aantal tweedecyclusdiploma's, het aantal doctoraatsdiploma's en het aandeel in de werkingsuitkeringen. Vanaf 1 oktober wordt hieraan een vierde deelparameter toegevoegd: het relatieve gewicht van deze diversiteitscoëfficiënt stijgt van 2% in 2007 tot 6% in 2009. De diversiteitscoëfficiënt wordt voor het eerst toegepast bij de verdeling van de BOF-middelen in 2007.

Ook de evaluatiepanels van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en het Instituut voor Wetenschap en Technologie (IWT) worden gediversifieerd. Niet meer dan twee derde van de leden van deze panels mogen van hetzelfde geslacht zijn. Deze nieuwe maatregel wordt doorgevoerd binnen de nieuwe beheersovereenkomsten voor het IWT in 2007 en het FWO in 2008. En dezelfde regeling geldt ook binnen de Odysseus- en Methusalemprogramma's.

(*) Statistieken VLIR 2004

Persinfo:

Frank Beckx, woordvoerdervan minister Moerman

TEL:  02‑552 61 10