Hoe kan de komende Vlaamse regering het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek beter ondersteunen?

10/04/2009

FWO memorandum zet krachtlijnen uit

Brussel,  3 juni 2009Het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen heeft, naar aanleiding van deze verkiezingen, een memorandum uitgebracht. De toegenomen inspanningen van de afgelopen jaren werpen hun vruchten af; maar het is nu de zaak om ook de komende vijf jaar op de ingeslagen weg verder te gaan en bijkomende initiatieven te nemen. In het memorandum formuleert het FWO de strategie en de middelen die de komende vijf jaar hun weerslag zouden moeten krijgen, opdat het Vlaams wetenschappelijk talent alle kansen krijgt om zich optimaal te ontplooien en de concurrentie op wereldvlak aan te kunnen.

De overheidsinvesteringen in Onderzoek en Ontwikkeling moeten, volgens de Lissabon-doelstellingen, 1% van het BBP bedragen. Dit is een belangrijke doelstelling, omdat zij de innovatie-motor blijft stuwen. Tevens erkent het FWO dat is langetermijninvesteringen in de onderzoekswereld en een aantrekkelijk onderzoeksklimaat (om brain-drain te voorkomen en braingain te stimuleren) als even belangrijke objectieven.

In haar memorandum formuleert het FWO drie pijlers om deze doelstellingen te realiseren. Vooreerst wenst het FWO het fundamenteel onderzoek aantrekkelijk te houden voor vorsers door het slaagcijfer voor onderzoeksmandaten en –projecten te verhogen, met extra aandacht voor het biomedisch en klinisch onderzoek.

In tweede instantie, wil het FWO de hoogste kwaliteit van het onderzoek blijven waarborgen door toponderzoekers verder aan te trekken (onder meer met het Odysseus-programma) en niet enkel korte, maar ook langetermijnprogamma’s te financieren. Voor een betere wetenschappelijke evaluatie, wil het FWO een nieuwe en betere structuur van wetenschappelijke commissies realiseren. Tevens is het belangrijk in een globale onderzoeksomgeving een volledige Vlaamse, Europese en internationale connectiviteit van gegevensbanken na te streven.

Tot slot wil het FWO de internationalisering versterken door onder meer in ERC-opvangmandaten te voorzien en de participatie aan internationale onderzoeksprojecten te verhogen (zoals CERN en ESRF).

De realisatie van deze doelstellingen vergen bijkomende financiële middelen van gemiddeld 57 miljoen euro per jaar tot 2014. Op deze manier krijgt het Vlaams wetenschappelijk talent alle kansen om zich optimaal te ontplooien en de concurrentie op wereldvlak aan te kunnen.