Extra Nieuwsbrief

De krijtlijnen van de hervormingen van de steunprogramma’s voor mandaten en fundamentele projecten van het FWO zijn goedgekeurd. Een overzicht van de belangrijkste aanpassingen.

 

In het najaar van 2016 startte de raad van bestuur van het FWO de oefening op rond de hervorming van de evaluatieprocedure van de fundamentele financieringskanalen voor mandaten en projecten. Een dergelijke oefening raakt aan de kern van het FWO en de raad was er zich dan ook ten volle van bewust dat dit met de nodige ambitie én omzichtigheid moest aangepakt worden. Van bij het begin werden de stakeholders actief betrokken bij het uittekenen van de plannen. Enerzijds via een grootschalig stakeholdersoverleg met o.a. de FWO-panelleden, vertegenwoordigers van de (Jonge) Academie en de beleidsorganen van de Vlaamse onthaalinstellingen  eind oktober 2016 en anderzijds via gerichte sessies met vertegenwoordigers van “Onderzoekers voor een Sterker FWO”, werd elke stap in de hervorming afgetoetst. Het resultaat is een slagkrachtige en gedragen hervorming die de Vlaamse onderzoekswereld alle kansen biedt zich verder te ontplooien.

Het selecteren en het optimaal ondersteunen van de meest excellente onderzoekers is de centrale doelstelling. Het uitgangspunt van deze hervorming is daarnaast ook dat het FWO de onderzoekersvriendelijkheid wil behouden waar het van oudsher voor bekend staat. Dat betekent transparante en efficiënte procedures, waarbij de administratieve belasting voor de onderzoekers en aanvragers tot het noodzakelijke minimum beperkt blijft. Dit laatste vertaalt zich in beknopte aanvragen op basis van duidelijke onlineformulieren, gevolgd door een snelle evaluatie geënt op internationale best practices en in een kwaliteitsvolle feedback, waar onderzoekers hun voordeel mee kunnen doen.

De optimalisering van de aanvraagstroom en –druk moet voorkomen dat onderzoekers ontmoedigd raken om hun kans bij het FWO te wagen. Hieraan onlosmakelijk gekoppeld is een volgehouden pleidooi voor meer middelen vanuit de Vlaamse overheid naar de fundamentele kanalen van het FWO, zodat het vele excellente niet-gericht onderzoek ook een reële kans op financiering kan krijgen. Die extra middelen komen er nu overigens aan, via een eerste opstap van jaarlijks 30 miljoen euro extra middelen voor de FWO-begroting. Behalve voor de stijgende aanvraagdruk en bescheiden slaagkansen moesten er ook probleemgerichte oplossingen worden gevonden voor concrete aandachtspunten zoals mogelijke belangenconflicten bij panelleden, ongelijke competitie tussen aanvragers, een aangepaste evaluatie van de aanvragers en hun projecten, meer werkingsmiddelen voor postdoctorale onderzoekers, …

De hervormingen die uiteindelijk uit de bus kwamen, vatten we hier kort samen. Tijdens de komende maanden rollen we alles uit in aangepaste reglementen en procedures. Via infosessies, de FWO-website en de elektronische nieuwsbrief zullen we u van elke stap en aanpassing op de hoogte brengen. Het FWO legt op dit ogenblik de laatste hand aan een aantal overgangsmaatregelen die de hervormingen zullen flankeren wanneer ze vanaf de oproepen 2018-2019 zullen uitgerold worden.

Mandaten aspirant, SB-beurs en postdoctoraal onderzoeker

 

Onder de nieuwe regelgeving zullen er nog maximaal twee aanvraagpogingen voor eenzelfde mandaat kunnen worden gedaan en kan er voor de predoctorale mandaten per ronde maximaal 1 aanvraag worden ingediend, hetzij aspirant, hetzij SB-beurs.

Kandidaten voor een mandaat mogen niet langer dan drie jaar geleden hun masterdiploma of doctoraat hebben behaald. Voor predocs mag de wetenschappelijke anciënniteit ten hoogste 18 maanden bedragen.

De hernieuwing van het postdoctoraal mandaat (de tweede termijn) wordt vervangen door een senior postdoctoraal mandaat. Dat kanaal staat open voor iedereen met een maximale postdoctorale anciënniteit van 6 jaar, maximaal 4 jaar postdoctorale onderzoekservaring en minimaal twee jaar voorafgaande financiering als postdoc. Je hoeft dus niet langer al een eerste termijn als postdoctoraal onderzoeker van het FWO genoten te hebben om hiervoor te kandideren. Postdoctorale onderzoekers kunnen ook een hogere bench fee krijgen als ze kunnen aantonen dat die nodig is voor hun onderzoek. Die flexibele bench fee vervangt het Krediet aan Navorser, dat verdwijnt.

Alle kandidaat-mandaathouders worden beoordeeld in twee stappen: na een preselectie worden een aantal kandidaten, goed voor 200% van het aantal te financieren mandaten, doorgelaten naar een tweede ronde met interview door het expertpanel. De aanvraag- en evaluatieprocedure voor mandaten zullen in elk geval zo worden georganiseerd dat er geen kloof ontstaat tussen het moment van afstuderen en de start van het mandaat. Ook zal het FWO bij het inplannen van de interviews rekening houden met de examenperiode om de procedure voor de aanvragers zo haalbaar mogelijk te maken.

Projecten

 

De projecten voor fundamenteel onderzoek worden opgesplitst in de categorieën ‘junior’ en ‘senior’. Op die manier wil het FWO een meer gelijke competitie creëren en kansen scheppen voor jonge academici en nieuwe onderzoekslijnen. Voor beide types zullen de slaagkansen gelijk zijn en dat geldt ook voor de ontvankelijkheidsvoorwaarden voor promotoren van aanvragen in elk van beide kanalen. Het cruciale verschil bestaat in de verschillende definities van een promotor (of PI): onder junior-PI’s worden begrepen die promotoren die maximaal 12 jaar voorheen hun doctoraat hebben behaald.

Voor alle projectaanvragen geldt dat er nog maximum twee aanvragen per ronde per promotor en co-promotor kunnen worden ingediend en dat het totaal van het aantal aangevraagde en lopende projecten samen per promotor en co-promotor niet meer dan twee mag bedragen.

De éénstapsprocedure voor projecten blijft weliswaar behouden, maar er komt een ‘rebuttal’, een stap waarbij de aanvragers kunnen reageren op de externe reviewrapporten, door een en ander te verduidelijken, te corrigeren of extra informatie aan te bieden. De panelleden kunnen daarmee rekening houden tijdens het verdere verloop van de evaluatie.

Wat het panel zelf betreft houdt het FWO vast aan haar politiek om panels samen te stellen die in hoofdzaak bestaan uit internationale experts. Panelleden die eventueel betrokken zijn bij een aanvraag zullen in dergelijke situatie niet kunnen deelnemen aan de panelvergadering voor die ronde. De rol van de panelleden wordt nog duidelijker omschreven, om het evaluatieproces maximaal aan transparantie en controleerbaarheid te laten winnen. Op het vlak van samenstelling zal het duo voorzitter/ondervoorzitter steeds bestaan uit één expert verbonden aan een niet-Vlaamse instelling. De meerderheid van het panel zal ook bestaan uit experten verbonden aan niet-Vlaamse instellingen. Specifieke gebiedsraden, verdeeld over de grote wetenschapsgebieden en bestaande uit de voorzitters en ondervoorzitters van de betrokken panels worden verantwoordelijk voor de evenwichtige samenstelling van de panels, waarbij vanzelfsprekend de genderregels behouden blijven.

Aanvragers hoeven voortaan ook zelf geen referenten meer voor te stellen. Dit wordt een taak van het FWO, die voor de postdoctorale aanvragen, evenals voor de projectaanvragen, zelf op zoek zal gaan naar geschikte referenten om de aanvragen te evalueren. 

Aangezien het hier om een grondige hervorming gaat, zullen het FWO en haar raad van bestuur de implementatie nauwgezet opvolgen en op geregelde tijdstippen evalueren, ten einde bijsturing van de reglementen door te voeren wanneer dit nodig blijkt.