Infosessie projecten fundamenteel onderzoek - 30 januari 2019

03/12/2018 15:58

In de loop van januari en februari 2019 zullen er aan de vijf Vlaamse universiteiten infosessies over de aanvraagronde voor projecten fundamenteel onderzoek 2019 plaatsvinden. Deze oproep gaat open op 14 januari 2019 a.s. en verloopt volgens de nieuwe regelgeving en procedures. Aanvragen worden verwacht op uiterlijk 1 april 2019.

Voor wie aan deze infosessies niet kan deelnemen, organiseert het FWO op 30 januari 2019, van 10 tot 12 u., in de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB) (Hertogstraat 1, 1000 Brussel) een bijkomende infosessie over dit programma. Iedereen die geïnteresseerd is, is welkom. De aanvraag wordt in principe gegeven in het Engels (tenzij het publiek integraal Nederlandstalig is).

Om te bepalen voor wie deze sessie relevant is, volgt hieronder een overzicht van wie als promotor of copromotor van een onderzoeksproject fundamenteel onderzoek van het FWO in aanmerking komt. Voor specifieke bepalingen wordt verwezen naar het reglement.

 

WIE KAN EEN PROJECT AANVRAGEN?

De aanvragers van een project fundamenteel onderzoek vervullen één van volgende rollen:

  1. promotor-woordvoerder: de hoofdaanvrager van het project
  2. promotor: de hoofdaanvrager van de partner-hoofdonthaalinstelling binnen het project
  3. copromotor: de mede-aanvrager binnen dezelfde hoofdonthaalinstelling of een andere ontvankelijke onthaalinstelling binnen het project.

Een PROMOTOR(-WOORDVOERDER) moet beschikken over één van volgende posities:

  • een ZAP-aanstelling of een equivalente aanstelling met doctoraat van minimaal 50 procent aan ten minste één van volgende hoofdonthaalinstellingen
    • een universiteit van de Vlaamse Gemeenschap
    • Evangelische Theologische Faculteit in Leuven
    • Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel
    • Hogere Zeevaartschool
    • Vlerick Business School
    • Antwerp Management School
    • Instituut voor Tropische Geneeskunde
  • een aanstelling als onderzoeksdirecteur van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen
  • een ERC Grant aan één van de hierboven vermelde hoofdonthaalinstellingen
  • een Odysseus II-toelage met een universiteit van de Vlaamse gemeenschap als hoofdonthaalinstelling.

Een PROMOTOR(-WOORDVOERDER) die geen van deze aanstellingen geniet en een ZAP-aanstelling of een equivalente aanstelling met doctoraat van minimaal 10 procent aan één van de vermelde hoofdonthaalinstellingen, kan als promotor-woordvoerder of promotor van een onderzoeksproject optreden in het kader van dit reglement, indien hij/zij

  • houder is van een onderzoeksmandaat van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen;

of aangesteld is aan een van de volgende instellingen:

  • een hoofdonthaalinstelling, zoals hierboven vermeld;
  • een Vlaams academisch ziekenhuis;
  • een Vlaams ziekenhuis met academisch karakter;
  • een erkende Vlaamse of federale onderzoeksinstelling;
  • een Strategisch Onderzoekscentrum (SOC);
  • een academische opleiding van een Vlaamse School of Arts.

Een PROMOTOR(-WOORDVOERDER) met zowel een ZAP-aanstelling van minimum 5 procent als een aanstelling van kliniekhoofd of adjunct-kliniekhoofd of een gelijkgestelde functie in een Vlaams Academisch Ziekenhuis kan eveneens als promotor-woordvoerder of promotor optreden.

Alle COPROMOTOREN zijn onderzoekers op ten minste postdoctoraal niveau.

Zij dienen een bezoldigde aanstelling te hebben aan een van de volgende instellingen: 

  • een hoofdonthaalinstelling zoals hierboven vermeld
  • een academische opleiding van een Vlaamse School of Arts
  • een andere erkende Vlaamse onderzoeksinstelling
  • een erkende federale wetenschappelijke instelling, waarbij de copromotor behoort tot het Nederlands taalkader
  • een niet-Vlaamse universiteit (maar wel met budgettaire beperkingen).

POSTDOCTORALE ANCIËNNITEIT

De projecten fundamenteel onderzoek worden voortaan opgesplitst in JUNIOR- en SENIOR-projecten.

Voor JUNIOR geldt dat geen van de (co)promotoren zijn/haar eerste doctoraatsdiploma mag verworven hebben maximum 12 jaar voor de uiterste indiendatum van de aanvraag (1 april 2019). (Voor verlengingen van deze termijn zie het reglement, art. 10, §5.)

Van zo gauw deze limiet voor één van de (co)promotoren is overschreden, wordt de aanvraag behandeld als een type SENIOR.

De aanvraag- en evaluatieprocedures zijn voor junior en senior verder identiek, maar door deze opsplitsing worden aanvragen wel beoordeeld binnen een meer homogene competitie.