Anja Declercq

Foto Anja De Clercq

Na mijn studies toegepaste economie en sociologie wou ik een doctoraat maken over de houdingen en attitudes van Belgen ten opzichte van belastingontduiking en belastingfraude. Ik bereidde een aanvraag bij het FWO voor. In afwachting van het indienen van dat voorstel en de evaluatie ervan, mocht ik een jaar op een project over het zorggebruik van mensen met dementie werken bij LUCAS, een toen nog jong interdisciplinair onderzoeksinstituut over zorg. Ik interviewde mantelzorgers, nam een survey af en ik bezocht woonzorgcentra. Het onderwerp raakte me. Ik was geïntrigeerd door de grote gelijkenissen in de architectuur van woonzorgcentra en hun gesloten afdelingen voor mensen met dementie en de grote verschillen in de sfeer die er hing en in de manier waarop de zorg in die afdelingen werd georganiseerd. Ik herschreef mijn voorstel en het FWO gaf me een aspirantenmandaat voor vier jaar onderzoek over de zorg voor mensen met dementie in woonzorgcentra. Het was het begin van veel moois. Vijfentwintig jaar later gaat mijn onderzoek nog steeds over de organisatie van en de innovatie in de zorg voor kwetsbare mensen. Het FWO heeft mijn onderzoekscarrière mogelijk gemaakt.

Ik heb bewust gekozen voor beleidsgericht onderzoek en ik ben sinds 2003 terug aan het werk bij LUCAS. De meeste beleidsgerichte onderzoeksprojecten worden gefinancierd door overheden. Dat heeft als voordeel dat de resultaten van onderzoek een grotere kans maken om te worden vertaald naar beleid. Onderzoek heeft zo meteen impact. Het nadeel is dat beleidsmakers een eigen agenda hebben en dat interessant en noodzakelijk onderzoek niet per se op die agenda staat. Onderzoekslijnen vallen zo stil of komen niet eens op gang.

Daarom is ook projectfinanciering door andere instanties belangrijk. De ontwikkeling van innovaties in zorg en de evaluatie van het beleid en de organisatie met betrekking tot zorg worden vaak als te ‘toegepast’ gezien voor de reguliere onderzoeksfinanciering. De EU en het Strategisch Basisonderzoek bij het FWO bieden wel mogelijkheden. Zo konden we via het EU FP7 IBenC-project de relatie tussen de kost van thuiszorg en de kwaliteit ervan onderzoeken.  De SBO-projecten FLIECE en INTEGRATE leiden niet alleen tot doctoraten en publicaties, maar ook tot aanbevelingen voor een betere palliatieve zorg. De EU-programma’s maken bovendien internationale samenwerking mogelijk, terwijl het Strategisch Basisonderzoek kansen biedt voor interuniversitaire samenwerking in Vlaanderen. Beleidsgericht onderzoek is vaak ook interdisciplinair van aard.

Er zijn dus mogelijkheden, maar de programma’s voor meer beleidsgericht onderzoek zijn beperkt in aantal. Dat is des te meer het geval als het om onderzoek met een maatschappelijke en niet-economische finaliteit gaat. Daarom voelen velen zich geroepen en zijn de slaagkansen beperkt. Ik durf geen berekening te maken van het aantal maanden dat ik al heb gewerkt aan projectvoorstellen die niet werden gehonoreerd. Soms is de kritiek terecht en kan ik ervan leren. Soms krijgt een voorstel ‘goede punten’, maar zijn er meer uitmuntende projecten dan er middelen zijn. In uitzonderlijke gevallen krijg je zelfs de expliciete boodschap dat het project aan alle voorwaarden voldoet, maar dat de middelen ontbreken. Daarom kijk ik vaak met enige afgunst naar bijvoorbeeld de Canadian Institutes for Health Research (CIHR) of het Nederlandse ZonMw. CIHR heeft verschillende programma’s. Sommige zijn geïnitieerd door de overheid, maar een groot deel ervan is ‘investigator initiated’. Interdisciplinariteit wordt beloond. Het FWO is uitstekend geplaatst om gelijkaardige programma’s op te zetten, uiteraard niet ter vervanging van het fundamenteel onderzoek, maar bijkomend. Nu alleen nog de middelen…