Hoe stereotypes de promotie van plantaardige voeding beïnvloeden

Onderzoekers vertellen: Hoe stereotypes de promotie van plantaardige voeding beïnvloeden

Het vlees op ons bord krijgt steeds vaker een veeg uit de pan. Niet alleen gaat het intensief telen van dieren voor consumptie gepaard met heel wat dierenleed en een verhoogd risico op de verspreiding van zoönoses (ziektes overdraagbaar van dier op mens)1,2; onze wijdverbreide consumptie van dierlijke producten hangt ook samen met tal van milieuproblemen (bv. de klimaatcrisis, de uitputting van land en het uitsterven van dier- en plantsoorten) en chronische welvaartziekten (bv. hart- en vaatziekten en type 2 diabetes).1,3,4

Illustratie: Plantaardige voeding aanbevolen voor de gezondheid heeft doorgaans ook een lagere milieu-impact
Bron: BCFN, Recommendations for a sustainable diet, 2016

Hoewel rood en verwerkt vlees vaak als boosdoeners worden beschouwd voor de gezondheid, veroorzaakt het eten van kip en vis mogelijks meer dierenleed.5

Een efficiënte manier om de problemen verbonden aan dierlijke consumptie aan te pakken is door meer plantaardig te eten.4 Toch ondervinden zij die geen vlees eten (vegetariërs) of elk dierlijk product mijden (veganisten), vaak weerstand of wekken ze dubbele gevoelens op bij de meerderheid in onze maatschappij die  vlees eet (soms “omnivoren” genoemd). In mijn FWO-doctoraatsonderzoek onderzocht ik de rol van stereotypes tegenover vegetariërs en veganisten bij de promotie van plantaardige voeding.6

Stereotypes en groepsdenken

Stereotypes zijn algemeen gedeelde percepties van een groep individuen.7 Hoewel stereotypes soms overdreven negatief zijn, kunnen ze ook neutraal, positief en/of accuraat zijn. Stereotypes kunnen helpen om in een bepaalde situatie het gedrag van individuen snel te verklaren en te voorspellen, maar ook om het gedrag van de groep waartoe men behoort te legitimeren. Een belangrijk fenomeen hierbij is de in-group bias: mensen hebben vaak de neiging om zichzelf en de groep waartoe ze behoren – de “in-group” – relatief meer positieve kwaliteiten toe te kennen dan de “out-group”, vooral in geval van een dreigend conflict.7 Aangezien vegetariërs en veganisten hun gedrag contrasteert met de omnivore meerderheid, kan er verwacht worden dat ze als minder sociaal aantrekkelijk worden beschouwd door negatieve stereotypes. Tegelijk kunnen ze geassocieerd worden met morele motivaties, wat net inspirerend kan zijn. In een eerste onderzoek ging ik bijgevolg na welke kenmerken omnivoren vrij associëren met vegetariërs en veganisten in vergelijking met de “eigen” omnivore groep.8

Positieve en negatieve stereotypering van vegetariërs en veganisten

Hoewel er veel variatie zit in de percepties van deelnemers, blijkt uit mijn onderzoek dat vegetariërs en veganisten een vrij positief imago hebben: vaak worden ze als moreel en geëngageerd gezien en hun (gepercipieerde) inzet voor dierenwelzijn, milieu en gezondheid wordt geapprecieerd. Tegelijk is er ook sprake van negatieve stereotypering: ze worden vaker als minder normaal, minder sociaal en moraliserend gezien (prekerig, arrogant, té geëngageerd). Vooral deze moralistische impressies worden als sociaal onaantrekkelijk beschouwd en treden op de voorgrond bij veganisten. De omnivore groep wordt als het meest sociaal aantrekkelijk gezien (overeenkomstig de in-group bias) en veeleer als normaal en sociaal flexibel beschouwd. In vervolgonderzoek spitste ik mij toe op de vraag waarom veganisten enerzijds als moreel geëngageerd worden gezien en anderzijds als moralistisch.9

Waarom worden veganisten vaak als moralistisch gezien?

Een mogelijke verklaring voor het preachy vegan-stereotype is dat mensen al ervaringen hebben gehad met prekerige veganisten. Uit interviews met veganisten blijkt echter ook dat ze hun identiteit en motieven vaak voor zich houden om negatieve stereotypes te vermijden. Anderzijds suggereert mijn onderzoek dat de ambivalente perceptie van veganisten als moreel geëngageerd en moralistisch ook verband houdt met de zogenoemde vleesparadox: veel mensen hechten belang aan dierenwelzijn, maar eten tegelijk ook dieren.9 Morele argumenten voor veganisme die betrekking hebben op vermijdbaar dierenleed kunnen inspireren tot moreel engagement en gedragsverandering, maar kunnen ook de (morele) identiteit van niet-veganisten bedreigen, waardoor morele argumenten genegeerd of weggeredeneerd worden (bv. het dierenleed is verwaarloosbaar of onvermijdelijk) en gevoelens van morele veroordeling gemakkelijker op veganisten geprojecteerd kunnen worden. In mijn doctoraat6 worden individuele verschillen binnen de omnivore, vegetarische en veganistische groep verder besproken en bied ik suggesties voor toekomstig onderzoek om moralistische impressies te verklaren, polarisering te omzeilen en om plantaardige voeding succesvol te promoten als bijdrage aan het planetair welzijn.

Contactgegevens

Ben De Groeve verdedigde zijn doctoraat op 8 september 2021 als lid van de onderzoeksgroep CEPEC (Center for Persuasive communication) aan de vakgroep Communicatiewetenschappen van Universiteit Gent i.s.m. promotor Prof. Dr. Liselot Hudders en co-promotor Prof. Dr. Brent Bleys. Voor meer info kan je hem contacteren via volgende kanalen:
- E-mail: Ben.DeGroeve@UGent.be; Ben.De.Groeve@gmail.com
- ResearchGate: (11) Ben De Groeve (researchgate.net)
- Twitter: @BenDeGroeve

Referenties

  1. Graça J. Towards an integrated approach to food behaviour: Meat consumption and substitution, from context to consumers. Psychol Community Heal. 2016;5(2):152–169. doi:10.5964/pch.v5i2.169
  2. Morse SS, Mazet JAK, Woolhouse M, et al. Prediction and prevention of the next pandemic zoonosis. Lancet. 2012;380(9857):1956-1965. doi:10.1016/S0140-6736(12)61684-5
  3. Clark MA, Springmann M, Hill J, Tilman D. Multiple health and environmental impacts of foods. Proc Natl Acad Sci U S A. 2019;116(46):23357-23362. doi:10.1073/pnas.1906908116
  4. Willett W, Rockström J, Loken B, et al. Food in the Anthropocene: the EAT–Lancet Commission on healthy diets from sustainable food systems. Lancet. 2019;393(10170). doi:10.1016/S0140-6736(18)31788-4
  5. Fleischman DS. Animal ethics and evolutionary psychology. In: Shackelford TK, ed. The SAGE Handbook of Evolutionary Psychology: Applications of Evolutionary Psychology. SAGE Publications Ltd; 2020:144-162.
  6. De Groeve B. You are what you eat or shouldn’t you? Considering omnivores’ perceptions of veg*ns in promoting plant-based diets. 2021. You are what you eat or shouldn’t you? Considering omnivores' perceptions of veg*ns in promoting plant-based diets | Request PDF (researchgate.net)
  7. McKeown S, Haji R, Ferguson N. Understanding Peace and Conflict through Social Identity Theory: Contemporary Global Perspectives. (McKeown S, Haji R, Ferguson N, eds.). Switzerland: Springer; 2016. doi:10.1007/978-3-319-29869-6
  8. De Groeve B, Hudders L, Bleys B. Moral rebels and dietary deviants: How moral minority stereotypes predict the social attractiveness of veg*ns. Appetite. April 2021:105284. doi:10.1016/j.appet.2021.105284
  9. De Groeve B, Rosenfeld DL. Morally admirable or moralistically deplorable? A theoretical framework for understanding character judgments of vegan advocates. Appetite. 2022;168:105693. doi:https://doi.org/10.1016/j.appet.2021.105693