Camilla Catarci Carteny

Bron: Credit: Camilla Carteny, UAntwerpen

Hoe zeevriendelijk is biodegradeerbaar plastic?

Steeds meer voedsel- en andere verpakkingen worden vervaardigd uit zogenaamd biodegradeerbaar plastic. Ook dat belandt in de ‘plasticsoep’ in de oceaan. Is de impact vergelijkbaar met die van gewoon plastic? Camilla Carteny zoekt naar antwoorden in een zo natuurlijk mogelijk nagebootste mariene omgeving.

De problematiek van de plasticvervuiling in oceanen en in kustwateren krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht. De mondiale ‘plasticsoep’ zit dan ook regelmatig in het nieuws. Het grootste deel van het afval bestaat uit gewoon plastic, maar ook bioafbreekbaar (of ‘biodegradeerbaar’) plastic dat een steeds groter aandeel vormt van het verpakkingsafval, belandt in zee. En ondanks het milieuvriendelijke imago is de impact ervan op mariene omgevingen en het zeeleven nog onbekend. Biodegradeerbare verpakkingen werden immers in hoofdzaak ontworpen om de plastic afvalberg (op het land) kleiner te maken, en om zwerfvuil tegen te gaan.

In het kader van haar bursaal Strategisch Basisonderzoek (SB-Bursaal) bestudeert FWO-onderzoeker Camilla Catarci Carteny aan de Universiteit Antwerpen het gedrag van biodegradeerbaar plastic in een natuurlijke mariene omgeving. ‘Daarvoor gebruik ik een watertank blootgesteld aan natuurlijk zonlicht’, vertelt Carteny. ‘Dat is nog niet eerder gedaan bij dit soort onderzoek, want eerder werd kunstmatig licht gebruikt. Het is een belangrijk verschil.’

In haar eerste experiment liet Carteny gedurende een half jaar verschillende plasticfilms – zowel biodegradeerbare als traditionele–in de tank ronddrijven en -zweven. Ze kwam tot een opmerkelijke conclusie: het biodegradeerbare plastic bleek minder goed af te breken dan het gewone plastic.

Maar dat is niet de enige reden waarom biodegradeerbaar (wellicht nog) slechter is voor het mariene milieu dan gewoon plastic. In een vervolgexperiment ontdekte Carteny dat het verpakkingspateriaal ook nog eens meer toxische stoffen en polluenten (bijvoorbeeld organische stoffen zoals pcb’s, die ook vaak aanwezig zijn in zeewater) aantrekt en opslorpt. ‘Hoe dit komt, weten we nog niet exact. Misschien heeft het ermee te maken dat biodegradeerbaar plastic poreuzer is, of mogelijk speelt de interactie met waterbacteriën een rol.’ In ieder geval kan dit extra problematisch zijn, want als het plastic alsnog uit elkaar valt in microscopisch kleine partikels (‘microplastics’) komen ze in de mariene voedselketen terecht.

Tot slot bestudeert Carteny daarom nog welke invloed microplastics afkomstig van biodegradeerbaar materiaal hebben op het zeeleven, weer ten opzichte van gewone microplastics. Op de resultaten van dit onderzoek, waarbij Carteny de toxiciteit bij vissen in kaart brengt, is het nog even wachten.

Hoewel haar onderzoek nog lopende is, blijkt uit de voorlopige conclusies al dat biodegradeerbaar plastic geen zin heeft als er geen adequaat ophalings- en sorteringsbeleid en een passende verwerkingsinfrastructuur tegenover staat. ‘Idealiter wordt biodegradeerbaar plastic verwerkt in een industriële composteerinstallatie, waar het veel gemakkelijker wordt afgebroken dan gewoon plastic (wat niet afbreekt). Het mag in ieder geval niet in zee belanden.’

Credit foto's: Camilla Carteny, UAntwerpen