De internationale verspreiding van Nederlandse literatuur

Groepsfoto - Dutch Literature & Translation Studies Bron: Elke Brems

 

Literatuur werd sinds de negentiende eeuw en tot ver in de twintigste (of zelfs eenentwintigste) eeuw vooral bestudeerd als een nationaal fenomeen, alsof een literair werk slechts binnen een bepaalde taal en binnen bepaalde landsgrenzen een rol speelt. Maar literatuur houdt zich helemaal niet aan die linguïstische of geografische grenzen, literaire teksten circuleren doorheen tijd en ruimte, vaak via vertalingen en bewerkingen. En dat geldt niet enkel voor literatuur in het hyperdominante Engels, maar ook voor kleinere literaturen. Vaak wordt beweerd dat taalgebieden zoals het Nederlandse vooral andere literatuur importeren, maar onderzoek toont aan dat ook de Nederlandse literatuur op allerlei manieren literair werk exporteert.

Dat wordt bestudeerd in het NWO-FWO-onderzoeksproject Eastbound: The Distribution and Reception of Translations and Adaptations of Dutch-Language Literature, 1850–1990 (2016–2020). De onderzoekers die betrokken zijn bij het project (Elke Brems & Theresia Feldmann (KU Leuven) and Orsolya Réthelyi & Ton van Kalmthout (Humanities Cluster KNAW) onderzoeken hoe, wanneer en via wie Nederlandse literatuur circuleert in het Duitse culturele veld en in de zogenaamde perifere cultuurgebieden van Centraal-Europa. Het project richt zich niet alleen op teksten (edities, hervertellingen, vertalingen, etc.), maar ook op bewerkingen in andere media (film, theater, muziek, strips etc.). De doelstellingen van het project zijn drieledig: inzicht verwerven in het complexe mechanisme waarmee literatuur in een transnationale context in omloop komt, de algemeen aanvaarde tweedeling en hiërarchie tussen centrum en periferie in het literaire veld ter discussie stellen en onderzoeken of en hoe literaire werken hun nationaliteit en culturele identiteit verliezen tijdens het circulatieproces.

In januari 2019 organiseerde Eastbound een expertenbijeenkomst in het Nederlands Instituut in Sint-Petersburg, in samenwerking met het onderzoeksnetwerk Cutting Edge, gecoördineerd door Eric Metz van de Universiteit van Amsterdam. Daaruit kwam een special issue van het tijdschrift Dutch Crossing voort, dat nu, in juni 2020, volledig in Open Access gepubliceerd is, zie https://www.tandfonline.com/toc/ydtc20/44/2.

De artikels richten zich op de oostwaartse trajecten van de Nederlandse literatuur (zowel uit Vlaanderen als uit Nederland): naar het dominante buurland Duitsland en naar andere Oost- en Midden-Europese landen en talen (Tsjechië, Slowakije, Servië, Hongarije, Polen). Duitsland is de belangrijkste markt voor vertaalde literatuur uit Vlaanderen en Nederland. Het is een belangrijke importeur van Nederlandse literatuur, maar ook, indirect, een belangrijke exporteur van Nederlandse literatuur: het Duits is al lang een cruciale tussentaal die de overgang van Nederlandse literatuur naar andere talen, met name die van Centraal-Europa, vergemakkelijkt.

In de inleiding bespreken de samenstellers (de onderzoekers van Eastbound) hoe vertaalwetenschap en wereldliteratuur samenhangen. Daarna laat Johan Heilbron zien hoe auteurs uit een perifere literatuur wereldfaam verwerven door drie opeenvolgende erkenningscircuits te doorlopen. Jack McMartin analyseert in zijn stuk een database van meer dan 11.000 vertalingen uit het Nederlands sinds 1998 om de recente uitgaande vertaalstromen in kaart te brengen. Hij bekijkt ook welke rol beurzen voor vertalers spelen in de vertaalstromen. Jan Ceuppens onderzoekt een specifieke casus, namelijk de Duitse vertaling van het dagboek dat de Nederlandse schrijver Nico Rost schreef tijdens zijn internering in het concentratiekamp Dachau in 1944-45. De controverses rond de ontvangst van het boek in de Duitse Democratische Republiek waren uiteindelijk bepalend voor de negatieve ontvangst ervan in Oost- en Midden-Europa. De effecten van de ideologie op de vertaalgeschiedenis van de Koude Oorlog is het hoofdthema van Orsolya Réthelyi's bijdrage. In haar artikel over het vertaalde oeuvre van Theun de Vries onderzoekt ze de tekstuele en contextuele sporen van het bedrog en de historische manipulatie tijdens de Koude Oorlog en werpt ze een licht op de mechanismen en de bemiddelaars die betrokken zijn bij de literaire overdracht onder een dictatuur. Ook Wilken Engelbrecht legt de mechanismen van literaire transferprocessen binnen een communistische dictatuur bloot. Hij gebruikt archiefbronnen om de instituties te beschrijven die verantwoordelijk zijn voor de beslissing of een buitenlands boek al dan niet in het communistische Tsjecho-Slowakije mocht worden vertaald. Bojana Budimir onderzoekt een grote hoeveelheid gegevens met behulp van analytische instrumenten uit de vertaalsociologie om basisvragen te beantwoorden over wat er van het Nederlands naar het Servisch is vertaald, wanneer, hoe en wie er verantwoordelijk was. Theresia Feldmann ten slotte onderzoekt de verspreiding van Stijfkopje als grootmoeder (1904) van Suze la Chapelle-Roobol, een van de meest succesvolle Duitse vertalingen van een werk van Nederlandse literaire fictie. Daarbij zet ze meteen ook de schijnwerper op twee vaak veronachtzaamde aspecten van het literaire veld: het genre van de jeugdliteratuur en de cruciale rol van vrouwelijke auteurs en vertalers.

http://www.codl.nl

Nieuwe publicatie: Transnational Trajectories of Dutch Literature. Dutch Crossing, 44 (2), 2020 (red. Elke Brems, Theresia Feldmann, Orsolya Réthelyi en Ton van Kalmthout).