Diane De Neubourg

Van labo naar kliniek: de waarde van een sperma-DNA-test

De gezondheid van mannelijke zaadcellen kan met een moderne DNA-test in detail worden onderzocht. Maar of de tijdrovende en dure analyse ook een plaats verdient in de bestaande vruchtbaarheidsbehandelingen – en op welke manier – is een andere vraag. In het UZA bestudeert het team van Diane De Neubourg als eerste in de wereld de klinische toepassing van de techniek bij bepaalde behandelingen.

Bij vruchtbaarheidsbehandelingen wordt de kwaliteit van de mannelijke zaadcellen – althans in België – niet grondig genoeg onderzocht. Daardoor gebeurt het soms dat koppels een behandeling krijgen voorgeschreven die bij voorbaat kansloos is. De klassieve sperma-analyse beperkt zich immers tot het onderzoek van de zaadvloeistof en het aantal, de vorm en de beweeglijkheid van de zaadcellen – gezien onder een microscoop.

Helaas is die zaadanalyse, die standaard wordt uitgevoerd aan het begin van een behandelingstraject, niet voldoende om alle vormen van subfertifiliteit – sterk verminderde mannelijke vruchtbaarheid – te herkennen. Nochtans bestaat er een internationaal aanvaarde laboratoriumtest die ook de kwaliteit van het DNA in de kop van de spermacellen onder de loep neemt. En dus de échte gezondheid van het zaad, want uiteindelijk is het het DNA dat moet samensmelten met het genetische materiaal van de eicel om een zygote te vormen en te kunnen uitgroeien tot een embryo. In deze zogeheten DNA-fragmentatietest, die is goedgekeurd door de Wereldgezondheidsorganisatie WHO, wordt het percentage beschadigd (gefragmenteerd) DNA gemeten. Ligt dat hoger dan dertig procent, dan is de kans op bevruchting heel klein.

Deze sperma-DNA-test is echter arbeidsintensief en (dus) duur. Bovendien moet ze meteen na de verzameling van het zaad worden uitgevoerd. Aan het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) bekijkt het team van vruchtbaarheidsarts Diane De Neubourg welke klinische waarde de test kan hebben binnen het volledige traject van de bestaande vruchtbaarheidsbehandelingen. ‘We kijken na of we met deze test op voorhand een selectie kunnen maken van onze patiënten, waardoor we ze sneller kunnen doorsturen naar een gepaste behandeling’, zegt De Neubourg, die aan het hoofd staat van het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde van de UZA. ‘Hierdoor zou de duur tot zwangerschap kunnen verminderd worden, wat niet alleen gunstig is voor het financiële plaatje, maar wat de behandeling voor de koppels ook psychologisch minder zwaar maakt.’

Het klinische validatieonderzoek wordt ondersteund door het FWO-kanaal voor Toegepast Biomedisch onderzoek met Maatschappelijke Finaliteit (TBM), dat de omzetting van (geneeskundig) basisonderzoek stimuleert in concrete toepassingen in de kliniek. Toepassingen die bovendien maatschappelijk relevant zijn, iets waar de sperma-DNA-test een schoolvoorbeeld van kan zijn – als de validatie door De Neubourg en haar team positief uitpakt. ‘De commerciële bedrijven zijn niet geïnteresseerd in dit type van vruchtbaarheidstest. Dit is dus typisch iets wat de overheid zou kunnen aanbieden.’