Elise Lesage

De automatische piloot in ons brein

We werden gek als we continu zouden wikken en wegen over ons dagdagelijkse gedrag. Elise Lesage bestudeert hoe deze gewoonten zich ontwikkelen in ons brein, en hoe hardnekkig ze zijn. 

De mens is een gewoontedier. Als we een paar keer iets hebben gedaan waarvan we weten dat het loont of goed is, dan wordt het snel een automatisme. Kijk maar naar de vaste route die pendelaars nemen naar hun werk. Die prenten ze zich snel in hun geheugen. En dat is maar goed ook: stel je voor dat je je elke dag afvraagt welke treinverbinding de beste is, of welke afrit je moet nemen. Een ander voorbeeld van een automatisme is het tandenpoetsen ’s morgens en ’s avonds: terwijl we voor de spiegel staan, staan we er niet bij stil dat we dit doen voor een gezond gebit. Dat is wel anders bij jonge kinderen. Aan hen moeten we duidelijk uitleggen wat het precieze doel is van tandenpoetsen.

Het is precies die shift van doelgericht naar habitueel gedrag die Elise Lesage, postdoc aan de Universiteit Gent, bestudeert. ‘Bij onze dagelijkse gewoonten zien we de stimuli (de wegwijzers onderweg, de informatieschermen in het station) die ons leiden naar het gewenste doel (op tijd op het werk) natuurlijk wel, maar staan we er niet bewust bij stil. Dat verandert wanneer die stimuli worden verstoord, bijvoorbeeld door wegenwerken of een verandering van het perron. Dan is de kans groot dat we in de war geraken en fouten maken, doordat we het doel niet duidelijk voor ogen hebben. Kortom:  onze automatische piloot laat het afweten.’

Onderzoek op ratten heeft aangetoond dat de diertjes best snel kunnen schakelen in aangeleerd gedrag, bijvoorbeeld als de beloning wegvalt. Maar als dat gedrag echt ingebakken is (de ratten zijn ‘overgetraind’), dan gebeurt dit veel moeizamer. Bij mensen staat het onderzoek nog in de kinderschoenen, maar daar brengt Lesage nu verandering in. In een project ondersteund door met Pegasus Marie Curie Fellowship, waarmee het FWO beloftevolle postdoctorale onderzoekers vanuit het buitenland naar Vlaanderen haalt, bestudeert ze bij menselijke proefpersonen hoe gewoonten ontstaan in onze hersenen, welke gebieden daarbij betrokken zijn, en wat er gebeurt als de automatische piloot crasht. ‘Dagenlang laten we vrijwilligers in een spelomgeving keer op keer dezelfde beslissingen maken, totdat ze er niet meer bij nadenken. Aan het eind van het traject veranderen we de spelregels en kijken we wat er gebeurt in de hersenen.’

Daarbij onderzoekt Lesage of de shift van doelgericht naar habitueel gedrag – en omgekeerd – samenhangt met een verschuiving in de actieve hersengebieden. Ze gebruikt daarvoor zowel fMRI-scans (waarmee een 3D-beeld van de hersenactiviteit worden gemaakt) als TMS. ‘Bij die laatste techniek verstoren we de hersenactiviteit met magnetische pulsen, om te zien welk effect dit heeft.’

Lesages onderzoek is voor een groot stuk fundamenteel. Toch zijn er raakpunten met de klinisch-psyschologische praktijk. Lesage: ‘Compulsief gedrag kun je als een uit de hand gelopen gewoonte zien. Dit zien we bij mensen met een obsessief-compulsieve stoornis. Voor een stuk gaat dit ook op voor verslaving, al komen hier natuurlijk ook chemische processen kijken.’ Toch is niet alle compulsief gedrag problematisch of pathologisch. ‘Dit herkent wellicht iedereen bij zichzelf. Als  je op reis bent en je ontdekt ’s avonds in je hotelkamer dat je je tandenborstel vergeten bent, dan voel je je ongemakkelijk – terwijl het voor die ene keer weinig uitmaakt. Dat is een vorm van irrationeel gedrag met een compulsief trekje.’