Internationale Dag van de Vrouwen en Meisjes in de Wetenschap

Tweeling Ilse en Sofie zijn allebei FWO-aspirant sinds 2019

Naar aanleiding van de Internationale Dag van de Vrouwen en Meisjes in de Wetenschap stelden wij enkele vragen aan deze straffe madammen. Zowel het onderzoek van Ilse als dat van Sofie richt zich op sociale media.

Vanwaar jullie interesse voor wetenschap? Werd dit met de paplepel ingegeven?

Sofie: “Mijn interesse voor onderzoek is voornamelijk ontstaan tijdens de opleiding communicatiewetenschappen aan de KU Leuven. Ik kreeg toen vakken waarin sterk werd ingezet op het uitvoeren van een eigen onderzoek. In een onderzoeksseminarie omtrent sociale media en alcoholgebruik, gedoceerd door mijn promotor Prof. Kathleen Beullens, merkte ik al vlug dat dit onderwerp mij enorm intrigeerde. Tijdens mijn masterproefonderzoek werd deze interesse verder aangewakkerd. Ik ontdekte welke leemtes er in het onderzoeksveld bestonden en werd getriggerd om deze verder te onderzoeken in een doctoraatsproject. Echter, ook mijn ouders hebben een belangrijke rol gespeeld.  Ze hebben zelf geen academische carrière, maar hebben me wel al zeer vroeg aangeleerd om te blijven doorzetten, om kritisch na de denken, nieuwsgierig te zijn en me volledig in te zetten voor passies die ik heb. Eigenschappen die me allemaal goed van pas komen in mijn doctoraatsonderzoek. Ik ben dan ook bijzonder blij dat het FWO mijn aspirantenaanvraag heeft goedgekeurd.“

Ilse: “Ik ben nieuwsgierig van aard en heb altijd al de neiging gehad om dingen uit te zoeken tot ik precies weet hoe iets in elkaar zit. Die nieuwsgierigheid deel ik niet alleen met mijn zus, maar ook met mijn mama. Zij beoefent ook een STEM-beroep uit en zorgde er samen met mijn vader voor dat we konden opgroeien in een omgeving waarbij we de steun kregen om iets te kiezen wat we graag doen.”

Jullie beide onderzoeken richten zich op sociale media. Vanwaar jullie interesse om dit domein te onderzoeken?

Sofie: “Sociale media fascineren me bijzonder. Ze zijn niet meer weg te denken uit het dagelijkse. Voor vele mensen is het checken van hun sociale media profielen (vb. Instagram, Snapchat, Facebook) het eerste wat ze doen wanneer ze opstaan en het laatste wat ze doen vooraleer ze gaan slapen. Bovendien zijn ook veel kinderen en jongeren verknocht aan sociale media. Dit heeft geleid tot een grote maatschappelijke bezorgdheid over de effecten van sociale media. In onze onderzoeksgroep, de Leuven School for Mass Communication Research, trachten wij een wetenschappelijk en genuanceerd antwoord te formuleren op deze bezorgdheid. We onderzoeken welke positieve en negatieve effecten (sociale) media hebben op verscheidene aspecten van welzijn van jongeren (vb. alcoholgebruik, body image, seksualiteit, slaap, mentaal welzijn). We gaan na wat de korte – en langetermijneffecten van mediagebruik zijn, hoe deze tot stand komen en bij wie ze het sterkst optreden. Dit is onderzoek is wetenschappelijk gezien bijzonder uitdagend om verschillende redenen. Sociale media veranderen snel, je kan ze op verschillende manieren gebruiken, en effecten worden beïnvloed door een hele reeks van individuele en maatschappelijke factoren. Het bestuderen van deze complexiteit vind ik bijzonder uitdagend, en ik vind het erg fijn dat ik op deze manier een gefundeerd antwoord kan bieden op de maatschappelijke bezorgdheid omtrent mediagebruik.”

“Bovendien ben ik ervan overtuigd dat je als onderzoeker een “impact” kan hebben, onze studies helpen om jongeren te wapenen in hun omgang met sociale media”

 

Ilse: “Sociale media zijn niet alleen ontzettend populair onder jongvolwassenen en adolescenten, er is ook een continue stroom van vernieuwingen in dit medium waardoor er steeds nieuwe vragen opduiken die mijn interesse prikkelen. Als onderzoeker wil ik dan ook graag op zoek gaan naar antwoorden. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat je als onderzoeker een “impact” kan hebben, onze studies helpen om jongeren te wapenen in hun omgang met sociale media en zelfs het bedrijf Facebook gebruikt dit type van onderzoek om wijzigingen in het platform aan te brengen die het welzijn van gebruikers kunnen verbeteren.”

“Ondanks het feit dat er al grote stappen vooruit gezet zijn, is het beeld dat mensen hebben van een wetenschapper nog erg stereotiep.”

 

Waarom is volgens jullie een internationale dag van vrouwen en meisjes in de wetenschap nog steeds belangrijk?

Sofie: “Ondanks het feit dat er al grote stappen vooruit gezet zijn, is het beeld dat mensen hebben van een wetenschapper, doctoraatsstudent of professor nog erg stereotiep. Dit valt voor een deel te verklaren door de rolmodellen die mensen zien. Initiatieven als de internationale dag van vrouwen en meisjes in de wetenschap kan helpen om deze beeldvorming bij te sturen en om mensen bewust te maken van de, vaak subtiele, processen die hier een rol in spelen. Op lange termijn kan dit een positief effect hebben op de genderbalans. Naast gender is het echter ook belangrijk om oog te hebben voor andere vormen van diversiteit. Als samenleving staan we vandaag voor enorme uitdagingen, om deze het hoofd te kunnen bieden kunnen we het ons niet veroorloven om talent verloren te laten gaan.”

Ilse: “Inspanningen rond gendergelijkheid zijn broodnodig en nog steeds (helaas!) hyperactueel. De beroepswereld is één van de velen domeinen waar genderongelijkheid zich manifesteert. Deze ongelijkheid en bovenal de complexiteit waarin het onevenwicht zich voordoet fascineert mij en staat ook centraal in mijn doctoraatsonderzoek (FWO aspirant). Mijn onderzoeksproject focust zich op hoe media verschillende beroepen voorstellen. Hierbij heb ik aandacht voor hoe stereotypen vormgeven aan de voorstelling van vrouwen in typische mannenberoepen, maar ook omgekeerd, hoe mannen zich gedragen in typische vrouwenberoepen. Bovendien plan ik te onderzoeken hoe interacties met media kunnen bijdragen tot professionele keuzes. Dit onderzoek focust op late adolescenten aangezien zij op het einde van hun middelbare schoolcarrière een professioneel pad moeten kiezen. We willen weten welke jongeren een gezonde beroepskeuze maken en dus een keuze gebaseerd op interesses en vaardigheden, en niet op basis van gender stereotypes. Zo hoop ik met mijn onderzoek ook informatie te geven over hoe media positief kunnen bijdragen tot de keuze van STEM-beroepen bij meisjes.”

Waar zien jullie jezelf binnen tien jaar?

Sofie: “Ik vind het zeer belangrijk dat ik dingen doe die ik graag doe, die mij gemotiveerd houden, die mij fascineren maar vooral ook dingen die betekenisvol zijn. Momenteel put ik enorm kracht uit onderzoek doen en mijn kennis door te geven aan zowel een wetenschappelijk publiek als aan mijn studenten. Uiteraard hoop ik dit ook te doen in de toekomst.”

Ilse:Ik hoop om binnen 10 jaar nog steeds te kunnen doen wat ik graag doe! Ik vermoed dat dit betekent dat ik dan nog steeds de kans krijg om de vragen die mij inspireren en belangrijk zijn in onze maatschappij kan beantwoorden door mijn onderzoek.”