Mensenrechten en strafrecht: tussen zwaard en schild

Just when I thought I was out, they pull me back in! Elke postdoc komt wel eens in de verleiding om afgeleid te worden van zijn of haar eigenlijk postdoc project, in de vorm van een zijsprong naar een onderwerp dat verder bouwt op het doctoraat. Die verleiding is des te groter als die zijsprong ook nog eens toelaat om de banden aan te halen met een leuke collega die je in een ver verleden op een Summer School hebt ontmoet en met wie je bent blijven corresponderen, zeker in een vakgebied als de Rechten waar onderzoek nog vaak erg solitair gebeurt. Toen ik in de Engelse Midlands moest zijn voor een conferentie, nodigde mijn collega Natasa Mavronicola mij uit om dat te combineren met een korte presentatie van mijn toen net gepubliceerd doctoraat voor haar onderzoeksgroep aan de University of Birmingham. Tijdens de lunch achteraf kwamen we snel tot het idee om samen een expert seminar te organiseren over een onderwerp dat zich op het snijvlak van onze beider doctoraten bevond: coercive human human rights, waarover hieronder meer. Lunch leidt tot seminar, seminar leidt tot boek, en de publicatie van ons boek is meteen een goede reden om er deze blog post aan te wijden.

Het boek dat we samen geredigeerd hebben, bevat hoofdstukken door verschillende eminente auteurs die hun licht laten schijnen op coercive human rights onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (of EVRM). Hieronder verstaan we de verplichtingen voor overheden onder het EVRM om het strafrecht te gebruiken om te beschermen tegen mensenrechtenschendingen of om hiervoor herstel te bieden aan de slachtoffers. De laatste 20 jaar heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het rechterlijk orgaan dat toeziet op de naleving van het EVRM, steeds vaker gehamerd op de nood om bepaalde mensenrechtenschendingen zoals kindermisbruik, verkrachting of mensenhandel strafbaar te stellen. Daarnaast vereist het Hof ook dat zulke mensenrechtenschendingen strafrechtelijk onderzocht, vervolgd en bestraft worden. Men spreekt in dit verband vaak ook over de zogenaamde zwaardfunctie van mensenrechten.

Deze functie moet gecontrasteerd worden met de zogenaamde schildfunctie van mensenrechten, die traditioneel gezien altijd de belangrijkste functie van mensenrechten in de context van het strafrecht is geweest. De schildfunctie houdt in dat mensenrechten beperkingen opleggen aan de machtsuitoefening via het strafrecht door de overheid. Het strafrecht is het belangrijkste dwangmiddel waarover de overheid beschikt, en kan tot verregaande inperkingen van de vrijheid van het individu leiden, in de vorm van ingrijpende onderzoeksmaatregelen en vrijheidsberoving van verdachten en veroordeelden. Zulke machten moeten uitgeoefend worden in overeenstemming met de mensenrechten: strafrechtelijke onderzoeken moeten gevoerd worden met respect voor het verbod van foltering en het recht op privacy, verdachten mogen slechts onder beperkte voorwaarden in voorlopige hechtenis geplaatst worden, en personen kunnen slechts veroordeeld worden tot bijvoorbeeld een gevangenisstraf na een eerlijk proces en mits eerbiediging voor het vermoeden van onschuld.

De relatie tussen strafrecht en mensenrechten, met hun schild- en zwaardfunctie, is dus erg ambigu: enerzijds leggen mensenrechten beperkingen op aan de machtsuitoefening van overheden via het strafrecht, maar tegelijkertijd vereisen zij ook dergelijke machtsuitoefening. Het is deze ambiguïteit die onze auteurs vanuit verschillende hoeken kritisch onderzoeken. De rode draad doorheen het boek is een oproep aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens om doordacht te zijn bij het opleggen van zulke coercive human rights verplichtingen. Daarbij moet in het bijzonder rekening gehouden worden met het risico dat zulke verplichtingen in de praktijk druk kunnen leggen op overheden om de rechten van verdachten en van beklaagden verregaande te beperken in de naam van de mensenrechten van slachtoffers. Deze laatste zijn uiteraard erg belangrijk, maar het evenwicht tussen schild- en zwaardfunctie moet wel bewaard worden.

Wil je meer weten? Bekijk dan eens de website van de uitgever, waar je onder meer de inhoudstafel van het boek kunt consulteren en gratis ons inleidend hoofdstuk kunt lezen.

Laurens Lavrysen & Natasa Mavronicola (eds.), Coercive Human Rights – Positive Duties to Mobilise the Criminal Law under the ECHR, Hart Publishing  2020, 328 p.