Hoe liefde en revolutie samengaan

Originele publicatie: https://bijnaderinzien.com/2020/09/07/hoe-liefde-en-revolutie-samengaan/

Martin Luther King jr. en Malcolm X hebben veel gemeen: beiden waren leiders in de zwarte burgerrechtenbeweging van de jaren vijftig en zestig, beiden waren talentvolle sprekers en beiden werden op 39-jarige leeftijd vermoord om hun revolutionaire ideeën.

Toch genieten de ideeën van King veel grotere bekendheid dan de ideeën van Malcolm X. Vooral quotes en uitspraken over liefde zijn populair: “Liefde is de enige kracht die in staat is een vijand in een vriend te veranderen,” of “In het middelpunt van geweldloosheid staat het principe van liefde.”

De twee leiders hadden hetzelfde doel: gelijke rechten en rechtvaardigheid voor zwarte mensen in de Verenigde Staten. Het verschil in bekendheid ligt waarschijnlijk aan de totaal andere aanpak die ze hadden om dat doel te bereiken. Ze botsten over de juiste tactiek om rassendiscriminatie te beëindigen.

De roep om liefde gaat zelden over waarom je iets aan het licht brengt.

Malcolm X was zeer kritisch over Martin Luther King’s geweldloze aanpak, omdat hij geloofde dat diens acties te traag en te vriendelijk waren voor witte Amerikanen. Malcolm riep op tot een meer militante aanpak, waarbij met ‘alle middelen’ gelijkheid en zwarte bevrijding bereikt zou worden.

King bekritiseerde wat hij beschouwde als Malcolm’s ‘gevaarlijke radicalisme’ en schreef dat het aansporen tot bewapening in voorbereiding op geweld alleen maar verdriet kan oogsten.

De minder bedreigende boodschap van liefde en geweldloosheid vond meer weerklank bij de witte gemeenschap dan de militante aanpak van Malcolm X. Het stelde de witte bevolking meer gerust in het behouden van hun comfortabele positie. Kings uitspraken werden minder gezien als een aanval – met de nadruk op minder, want zelfs zijn uitspraken over liefde waren kennelijk zo gevaarlijk dat hij het met de dood moest bekopen.

Kan er iets veranderen wanneer je degenen die een onderdrukkend systeem in stand houden geruststelt? Of heeft Malcolm X gelijk wanneer hij Martin Luther King jr. ervan beschuldigt dat een revolutie gebaseerd op liefde niets zal veranderen?

De ‘boze’, ‘agressieve’, ‘hysterische’ activist

Wie iets probeert te veranderen zal altijd worden aangesproken op een gebrek aan liefde. Akwasi heeft niet genoeg begrip voor hoe witte mensen zijn speech op de dam zullen opvatten. Kick Out Zwarte Piet heeft niet genoeg begrip voor feestvierende kinderen. Demonstranten hebben niet genoeg respect voor corona-slachtoffers. Sylvana Simons zou meer aanhangers hebben als ze niet de hele tijd zo boos zou zijn.

Onderdrukking is je altijd en overal voorzichtig moeten uiten om niet ‘agressief’ genoemd te worden.

Die roep om liefde gaat altijd over hoe je iets aan het licht brengt, zelden over het waarom. Voor activisten lijkt het zelfs onproductief om boos te zijn: de boodschap komt minder goed over wanneer iemand zich aangevallen voelt.

Schrijfster en activiste Sara Ahmed schrijft in Living a Feminist Life dat woorden, een lach of je imago soms functioneren als gereedschap om iets te veranderen. Pleiten voor meer liefde van activisten hoeft niet alleen afleiding te zijn van het probleem, het zou ook strategisch kunnen werken om je begripvol op te stellen.

Een onzichtbaar fenomeen wordt daarbij over het hoofd gezien. Gemarginaliseerde groepen zijn continu bezig met de juiste woorden of lach kiezen. Ze zijn genoodzaakt zich aan te passen en slikken daardoor voortdurend hun eigen ervaringen of emoties in. Zwarte mensen doen niks anders dan rekening houden met witte fragiliteit. Vrouwen doen niks anders dan rekening houden met mannelijke fragiliteit. Dat niet doen heeft zware consequenties voor hun baan, vrienden, partner, studie, financiële situatie of veiligheid.

Wie zich niet aanpast aan de dominante norm krijgt namelijk een bak vijandigheid over zich heen. Filosofe Kate Manne legt misogynie uit als de vijandigheid die vrouwen ervaren wanneer ze uit de rol stappen die impliciet van hen verwacht wordt: dankbaar, zorgend, liefde en aandacht gevend. Kortom: onderdanig vermomd als liefdevol.

Dat boosheid destructief is en beteugeld moet worden, wordt niet van iedereen in dezelfde mate gevraagd.

Hetzelfde mechanisme bestaat voor andere vormen van onderdrukking: noem een groep die niet wit, man, hetero, cis, dun of zonder beperking is, en er wordt vijandig gereageerd wanneer die groep zich uitspreekt. Je uitspreken tegen de gangbare norm is niet iets dat doorgaans van deze groepen wordt verwacht.

Wanneer je meerdere van deze boxjes aanvinkt, heb je dubbel pech: zwarte vrouwen worden minder gehoord dan witte vrouwen of zwarte mannen. Feministe Moya Bailey bedacht de term misogynoir om vrouwenhaat gericht op zwarte vrouwen te duiden: ras en geslacht spelen opgeteld een rol bij vooroordelen en verwachtingen.

Verschillende sociale identiteiten zoals ras, geslacht, klasse en seksuele geaardheid staan met elkaar in verband in privilege- en onderdrukkingssystemen. Elke afwijking van de norm komt met zijn eigen moeilijkheden, omdat we (onbewust) verschillende houdingen van verschillende groepen verwachten.

Martin Luther King jr. en Malcolm X kwamen tijdens de burgerrechtenbeweging steeds dichter bij elkaar

Filosoof, media criticus en activist Soraya Chemaly schrijft dat we op moeten letten wanneer wordt verkondigd dat boosheid ‘destructief is en beteugeld moet worden’: dat wordt namelijk niet van iedereen in dezelfde mate gevraagd. Onderdrukking is niet alleen letterlijk de druk van een politieknie op een nek; onderdrukking is ook je altijd en overal uiterst voorzichtig moeten uiten om maar niet ‘agressief’ genoemd te worden.

Waarom liefde en boosheid samen kunnen gaan

Martin Luther King jr. en Malcolm X kwamen tijdens de burgerrechtenbeweging steeds dichter bij elkaar. King benadrukte dat liefde niet hoeft te betekenen dat je goedkeurt wat de ander doet. Liefde is niet vrijblijvend, en kan zich bovendien manifesteren in krachtige, directe actie. Liefde gaat prima samen met een kritische of zelfs boze blik.

Op kleinere schaal is dat bijna vanzelfsprekend: we verwachten dat onze partner liefde en begrip voor ons heeft, en dat is een verwachting die twee kanten op werkt. Een liefdevolle relatie tussen twee (of meer) personen zouden we meestal niet karakteriseren als ‘de één heeft nooit aandacht voor de worstelingen van de ander’.

Een revolutie vanuit liefde betekent niet dat je niet boos mag zijn.

Stel je voor dat je partner om veel aandacht vraagt, terwijl jij niet om diezelfde aandacht kunt vragen. Je partner wordt bovendien boos als je niet de aandacht geeft waar om gevraagd wordt, of wanneer jij om een gelijke verdeling van aandacht vraagt. Niemand zou dat goede liefde noemen. We zouden bovendien onze partner erop aanspreken.

Ook bij kinderen zien we dat liefde en kritiek best samen kunnen gaan: zowel ons verantwoordelijkheidsgevoel als het vertrouwen in het kind laat ons niet zomaar alles goedkeuren wat het doet. Liefde is ook iemand aanspreken op het gedrag, omdat je wilt dat diegene vooruitkomt. Je hebt het vertrouwen in hun vermogen om het beter te doen.

In het maatschappelijke debat worden kritische vragen over politiegeweld of zwarte piet geïnterpreteerd als een aanval (op tradities bijvoorbeeld, of gezien als een persoonlijke beschuldiging: ‘racist!’), maar zouden juist geïnterpreteerd kunnen worden als een blijk van vertrouwen: we kunnen beter.

Een kritische opmerking is hoopvol. Pessimisten zouden de partner of het kind niet aanspreken: waarom zouden ze? Zelfs boosheid kan enorm hoopvol zijn. Filosoof Martha Nussbaum onderscheidt onnuttige boosheid van ‘overgangswoede’ of ‘transitionele woede’, een tijdelijke boosheid die nodig is om dingen te veranderen. Boosheid werkt dan juist bevrijdend, in plaats van ondermijnend. Een revolutie vanuit liefde betekent niet dat je niet boos mag zijn. Boosheid kan een vuur in je ontwaken, schrijft Sara Ahmed, een vuur dat ‘dwars’ en ‘eigenzinnig’ is: door boosheid weiger je de strijd op te geven.

Een gemarginaliseerde groep die roept om verandering doet niets dan vragen om een eerlijke verdeling van aandacht.

Vragen om liefde en daarmee focussen op de toon van een discussie in plaats van de reden ervoor heeft meestal niets met liefde te maken. Een dominante groep bepaalt waar de aandacht naartoe gaat, in plaats van te luisteren naar ervaringen van een minder dominante groep.

Schrijfster en filosofe Iris Murdoch legt liefde uit als een houding die ons wegstuurt van ons ego door te focussen op anderen. Ons ego is de grootste vijand om een goed mens te worden, schrijft ze, en alleen door te focussen op anderen overkomen we onze egoïstische blindheid.

Een gemarginaliseerde groep die roept om verandering doet niets dan vragen om een eerlijke verdeling van aandacht. Niets anders dan vragen aan een dominante groep om voorbij hun eigen belevingswereld te kijken. In die zin deden Martin Luther King jr. en Malcolm X hetzelfde: ze keken voorbij het individu, zagen dat de ervaringen van een bepaalde groep genegeerd werden en vroegen (of eisten van) de witte dominante bevolking om zich meer open te stellen voor de zwarte bevolking.

De blindheid van de ‘default’ positie

Wie ziet dat er bepaalde machtsstructuren en onderdrukkingssystemen bestaan – en dus dat aandacht oneerlijk verdeeld is – kan begrijpen dat om die aandacht wordt gevraagd. Helaas zijn we het vaak oneens over hoe die verdeling momenteel is, over of er onderdrukkingssystemen bestaan. Op die manier kan liefde en aandacht ook geclaimd worden door een ‘stereotype boze witte heteroman’ (denk type met snor, aan tafel bij VI), die vindt dat Akwasi, KOZP of Sylvana Simons teveel op zichzelf focussen en te weinig op hem.

Mensen in een standaard positie vinden dat we elkaar moeten beoordelen op individuele prestaties en eigenschappen.

De vraag wordt dan: wie mag wanneer liefde of aandacht eisen van de ander?

Om een antwoord te krijgen op die vraag kijk je naar wie gewoonlijk de meeste aandacht krijgt. Dat is niet voor iedereen even gemakkelijk. Als dominante groep wordt je weinig of niet geconfronteerd met iets dat buiten je gezichtsveld ligt: je bent vrijwel altijd het middelpunt van het verhaal, zonder dat je dat zelf doorhebt. Je hoeft niet actief om je heen te kijken, want jouw positie is (misschien zonder dat je het weet) comfortabel. Er is niets dat je aandacht trekt. Met andere woorden: alle aandacht kan gericht blijven op hoe jij de wereld beleeft.

Wie (nog) niet buiten deze default of standaard positie denkt, ziet natuurlijk een probleem in identiteitspolitiek. Mensen in een standaard positie zien dan ook vaak het nut niet van ‘mensen in hokjes stoppen’ en vinden dat we elkaar moeten beoordelen op individuele prestaties en eigenschappen. Wit zijn is in Nederland de standaard, waardoor je – als je wit bent – gemakkelijk kleurenblind kunt zijn. Tegen identiteitspolitiek zijn, is een luxe die alleen een dominante groep zich kan veroorloven.

We spreken niet van verschillen tussen mensen, maar van afwijking van de norm.

Een dominante groep die blind is voor haar eigen dominantie, iets wat in de jaren tachtig al ‘the arrogant eye’ werd genoemd door filosoof en feminist Marilyn Frye. Met wiens ogen worden de meeste beslissingen genomen? Met wiens ogen wordt het land bestuurd? Wiens ogen zitten er achter de meeste bedrijven, media of opleidingen?

Die dominante positie wordt door schrijfster en poëet Audre Lorde de ‘mythische norm’ genoemd. We spreken niet van verschillen tussen mensen, maar van afwijking van de norm. Lorde definieert racisme, seksisme, ‘ageisme’, heteroseksisme, elitisme en classisme als een geheel en legt uit dat een ‘isme’ een idee is dat het geprivilegieerde superieur is en het recht heeft om iets anders te regeren. Racisme gaat uit van het idee dat de privileges van witte mensen terecht zijn, seksisme gaat uit van dat privileges van mannen terecht zijn. Het is het geloof in de superioriteit van één aspect van die mythische norm, één aspect van wat alle lichamen zouden moeten zijn.

In Nederland is dat wit, mannelijk, hetero, cis, financieel onafhankelijk, zonder beperking en het liefst niet te emotioneel of te dik. De meeste beslissingen worden niet alleen gemaakt vanuit deze positie, maar ook met deze positie in gedachten. Het is de default van waaruit we beslissen.

Dat racisme op de witte mainstream agenda staat is het resultaat van activisme, van telkens de aandacht proberen te verleggen.

Wanneer je niet gedwongen wordt buiten jezelf of jouw groep te kijken, kan ook de illusie van neutraliteit ontstaan. Bij een oneerlijke verdeling bevestigt een zogenaamde neutraliteit altijd de dominante positie. De roep om te luisteren ‘naar beide kanten’ is in een ideale gelijkwaardige wereld erg mooi, maar het toetje eerlijk verdelen terwijl het hoofdgerecht ongezien steeds door die ander wordt opgeslokt is nog steeds oneerlijk. Wie oproept tot neutraliteit of ‘luisteren naar beide partijen’ is vaak blind voor de oneerlijke verdeling die al bestaat.

Hoe aandacht verleggen een rol speelt in verandering

Wie tot een dominante groep behoort heeft weinig tools om zichzelf kritisch te bekijken. Je aandacht verleggen van jezelf naar minder geprivilegieerde groepen veroorzaakt bovendien nogal wat ongemak. Soms wordt onze aandacht toch plotseling weggerukt van onszelf.

Demonstraties of verandering hebben vaak een hele duidelijke aanleiding: de moord op George Floyd was aanleiding voor de grootste protesten ooit tegen racisme. Grootschalige verspreiding van een video-opname van de moord speelde daarbij, hoe gruwelijk ook, een grote rol, net zoals het beeld van de mishandeling van Rodney King in 1992 zorgde voor de ‘LA riots’. Zulke video’s zijn een niet te ontkennen bewijs van de gruwelijke realiteit en openen daarmee veel ogen die tot dan toe blind waren voor die realiteit. De beelden trekken de aandacht, verleggen de focus naar ervaringen van anderen.

Liefde heeft plaats in een revolutie, omdat het ervoor zorgt dat we toewerken naar een eerlijke verdeling van aandacht.

Protesteren is ook een manier om aandacht op te eisen: een manier om de aandacht te vestigen op jezelf, je groep of doel wanneer je die aandacht niet krijgt. Wat begon met een zwijgend protest door vier mensen in de vorm van een leus op een t-shirt (“zwarte piet is racisme”), leidt jaren later tot een kantelpunt in de publieke opinie. Dat racisme nu op de witte mainstream agenda staat is het resultaat van enorm veel activisme, van telkens de aandacht proberen te verleggen.

Het is het doorbreken van wat Sara Ahmed vals bewustzijnnoemt: wanneer je iemand vraagt eens buiten zichzelf te kijken, realiseert diegene zich dat de wereld om zich heen niet de wereld is waarin hij dacht te zijn. Wie de aandacht op zichzelf vestigt, kan op die manier de verhalen in de wereld een klein beetje meer over zichzelf laten gaan. Je vertelt jouw verhaal en laat zien dat het verschilt van het verhaal dat overal verteld wordt.

Die verschillen moeten niet gebruikt worden om verdeeldheid te zaaien, maar we kunnen de verschillende ervaringen van verschillende groepen mensen gebruiken als zelfkennis die activisme kan verrijken. Volgens Audre Lorde helpt het erkennen en ervaren van onze pijn ons om die pijn te overstijgen. Journalist en schrijver Clarice Gargard schreef: “Het is belangrijk om onze eigen verhalen te vertellen, anders worden ze voor ons verteld, zonder ons. En vooral de ingewikkelde verhalen, omdat alleen die verhalen recht doen aan de complexiteit van de menselijke ervaring.”

Het is niet de liefde die blind is, maar het ego.

Liefde heeft plaats in een revolutie, omdat het ervoor zorgt dat we toewerken naar een eerlijke verdeling van aandacht. Zo voorkomen we ook dat de verkeerde groep een beroep blijft doen op liefde en aandacht. Of dat we teveel aandacht op onszelf (gaan) vestigen.

Als we liefde zien als voorbij ons ego kijken, is het onmogelijk om teveel of te weinig aandacht op jezelf te richten. Liefde is om je heen kijken en daarmee structuren zien, een realiteit waar we ons vaak voor afsluiten. Liefde is jezelf openen naar de rest van de wereld en zien dat jouw positie juist wel of juist niet vertegenwoordigd is. Liefde is je ego aan de kant schuiven om iets te leren, om vooruit te komen.

Een witte, rijke, heteroseksuele man die voorbij de grenzen van zijn ego kijkt, ziet misschien dat hij (op dit moment, in deze samenleving) iets minder recht heeft om de aandacht op te eisen, wanneer hij ziet dat zijn positie vaak de standaard is en dus in de regel meer aandacht krijgt dan een zwarte, arme, queer vrouw.

Liefde zorgt voor verandering, omdat het je leert zien wat je eerder nog niet zag.

Nederlanders zien zichzelf vaak als tolerant of ontkennen het bestaan van enige vorm van ongelijkheid. Dat onterechte zelfbeeld maakt een kritische discussie over bijvoorbeeld een koloniale en racistische geschiedenis en de overblijfselen daarvan haast onmogelijk, schrijft antropoloog en schrijfster Gloria Wekker in Witte onschuld.

Het is niet de liefde die blind is, maar het ego. Het Nederlandse ego is te vaak blind voor ervaringen van mensen van kleur, vrouwen, queer- of transpersonen. Voorbij dat ego kijken zou zorgen voor revolutionaire veranderingen. Er verandert niets wanneer dat ego bij elk ongemak beschermd wordt.

Liefde is niet het beschermen van iemands fragiliteit. Liefde vraagt je niet om bescheiden te zijn ten opzichte van anderen (en jezelf daarmee weg te cijferen), liefde vraagt je om bescheiden te zijn ten opzichte van je eigen beleving en om je heen te kijken. Liefde zorgt voor verandering, omdat het je leert zien wat je eerder nog niet zag.