Mathieu Boudin

Migratie en mobiliteit ten tijde van de Oude Belgen

Over de volkeren die in onze contreien leefden vóór de komst van de Romeinen, is maar weinig bekend. Mathieu Boudin zoekt in de gecremeerde botresten van onze verre voorouders naar antwoorden.

Julius Caesar noemde de Keltische en Germaanse stammen met wie hij strijd leverde in onze streken, Belgae. Aan hem en zijn opvolgers danken we de verdere indeling in de Menapiërs (die aan de kust leefden), de Nerviërsen Eburonen (Maas- en Sambervallei) en de Trevieren (huidig Luxemburg).

Prehistorische grafresten bieden slechts een beperkte inkijk in de vroegste (ongeschreven) geschiedenis van onze contreien. Het probleem is dat er bijna uitsluitend gecremeerde menselijke resten worden gevonden: de praktijk om het lichaam na de dood te verbranden (bijvoorbeeld op rituele brandstapels) was hier immers duizenden jaren gemeengoed.

Toch gaan bij een crematie niet álle gegevens over het leven van een mens verloren. Zo kunnen ook verbrande botresten nog prima gedateerd worden met de koolstof-14-methode. En in 2016 toonde biochemicus en archeoloog Christophe Snoeck (Vrije Universiteit Brussel) aan dat ook de isotopenverhouding van het element strontium bewaard blijft, ondanks de blootstelling aan temperaturen tot welduizend graden. Wat koolstof is voor de tijd, is strontium voor de ruimte: door de isotopen in organisch materiaal te analyseren kan de geografische oorsprong worden achterhaald.

Dankzij het werk van Snoeck kon vorig jaar het mysterie rond de bouwers van Stonehenge worden opgehelderd. De verbrande beenderen die jaren geleden al waren gevonden in de buurt van het megalithische monument in Zuid-Engeland, bleken dezelfde strontiumisotopenverdeling te bevatten als de ondergrond in West-Wales – waar overigens de zogenaamde blauwe stenen vandaan kwamen.

Nu wil een onderzoeksgroep onder leiding van Snoeck de koolstof- en strontiuminhoud onderzoeken van honderden gecremeerde menselijke resten die in het verleden in België werden opgegraven. Het Crumbel-project wordt ondersteund met een FWO-toelage in het kader van het Excellence of Science-programma (EoS). Daarin wordt gezamenlijk fundamenteel wetenschappelijk onderzoek gepromoot tussen onderzoekers van de Vlaamse en Franstalige gemeenschap.

De groep brengt wetenschappers samen van de VUB, ULB, Universiteit Gent en het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonum (KIK-IRPA). Aan dat laatste instituut is onderzoeker (doctor) Mathieu Boudin verbonden. Binnen het Crumbel-project is hij verantwoordelijk voor de radiokoolstofdatering. ‘We willen de geografische oorsprong achterhalen van de mensen wiens verbrande resten liggen verspreid over verschillende Belgische (museum)collecties, zowel publiek als privé. Zo brengen we de migratie en mobiliteit in kaart van de volkeren die onze streken hebben bewoond, van het einde van de steentijd tot de vroege middeleeuwen.’

Voor de bepaling van de koolstofisotopen gebruikt Boudin de (kleine) deeltjesversneller van het KIK-IRPA. ‘Op basis van het strontium kunnen we bepalen uit elke streek mensen achter een grafvondst afkomstig waren, of waar ze het grootste deel van hun leven hebben gewoond.’