Nieuwe voorzitters Jonge Academie

De Jonge Academie heeft voormalig FWO-postdoc Jozefien De Leersnyder (KU Leuven) en FWO-postdoc Christophe Vandeviver (UGent) verkozen tot nieuwe voorzitters. Hun mandaat loopt van april 2021 t.e.m. maart 2023. Ze nemen de fakkel over van Sylvia Wenmackers en Vincent Ginis op een online publieksevent op vrijdagnamiddag 26 maart 2021. Wij stelden hen enkele vragen.

Wat is volgens u het belang van de Jonge Academie?

Jozefien: Het belang van de Jonge Academie schuilt in haar mogelijkheid tot verbinden. Het verbinden van jonge toponderzoekers en -kunstenaars in Vlaanderen over disciplinaire en institutionele grenzen heen. Het verbinden van ideeën, wetenschappelijk onderbouwde kennis en best-practices over zeer uiteenlopende thema’s. Het verbinden van de noden en bezorgdheden van jonge onderzoekers met de plannen van belangrijke (inter)nationale organisaties die het wetenschapsbeleid uitzetten. En het verbinden van de wereld van wetenschap en kunst met die van het bredere publiek.

Christophe: De Jonge Academie zelf is opgevat als ontmoetingsplaats voor jonge onderzoekers en kunstenaars waarin disciplinaire achtergronden en institutionele affiliaties geen rol spelen. Die verscheidenheid en onafhankelijkheid laat ons toe om op een kritische maar constructieve en wetenschappelijk onderbouwde wijze bij te dragen aan het maatschappelijk debat, het wetenschapsbeleid en de publieke beeldvorming over kunst en wetenschap in Vlaanderen. Onze autonomie is hierin cruciaal: het zijn de leden van de Jonge Academie zélf die de agenda bepalen en beslissen of ze zullen bijdragen aan een initiatief van een externe partner. Afhankelijk van het thema, de noodzaak en het enthousiasme, zijn onze acties kleiner of groter, lokaal of internationaal, en bestaan ze uit onzichtbaar maar hard werk achter de schermen of uit campagnes en evenementen die een breed publiek bereiken.

Jozefien: Dat de Jonge Academie bij heel wat zaken betrokken is, mag blijken uit het feit dat we momenteel méér acties lopen hebben dan dat we leden tellen (> 50) - qua inzet van de leden en het belang van de Jonge Academie kan dit wel tellen.

Welke beleidspunten hebben voor u de komende jaren prioriteit?

Christophe: In onze visietekst staat inclusiviteit en kwaliteitsvol onderzoek centraal. Dat zijn twee thema’s die als een rode draad doorheen alle initiatieven van de Jonge Academie lopen. We menen daar oprecht dat beide elkaar ook versterken: (gender)diverse teams garanderen meer creatieve wetenschap, aandacht voor diversiteit in de aula vertaalt zich in betere studieresultaten, het verduidelijken van de ongeschreven regels in academia bevordert de doorstroom van talent, het betrekken van stakeholders daagt wetenschap uit, het communiceren van sterk en kwaliteitsvol onderzoek maakt burgers kritischer en mondiger, de dialoog aangaan met politici maakt besluitvorming meer evidence-based, open science garandeert toegang tot onderzoeksresultaten voor iedereen en de kruisbestuiving tussen kunst en wetenschap prikkelt ieders nieuwsgierigheid en verruimt de blik.

Jozefien: Maar, zoals Christophe al zei, het zijn de leden van de Jonge Academie die de thema’s waar rond gewerkt wordt aandragen en beslissen om iets al dan niet op te nemen. Daar hebben wij als voorzitters niets over te zeggen. Soms houden we wel een vurig pleidooi om een bepaald thema op te nemen, maar we faciliteren en coördineren toch de leden bij het uitwerken van een concrete actie. Als ik toch een paar ‘werven’ mag noemen van werkgroepen die momenteel erg actief zijn binnen de JA en waarvan we de resultaten in het komende jaar mogen verwachten, dan noem ik deze drie. De werkgroep ‘Gender’ lanceerde net een nieuwe webpagina waarop ze facts en figures verzamelde over de ongelijke impact van de Covid-situatie op onderzoekers en waarop ook een toolbox te vinden is om die ongelijke impact zoveel mogelijk tegen te gaan. Achter de schermen heeft deze werkgroep de afgelopen zes maanden proberen wegen op het wetenschapsbeleid om ook op structureel niveau wetenschappelijk onderbouwde steunmaatregelen uit te werken. De werkgroep ‘Academic Compass’, werkt dan weer aan een Engelstalige en interactieve website voor jonge onderzoekers die het wetenschappelijke landschap, de loopbanen en de vaak impliciete normen aan onze universiteiten in beeld brengt. En de recent-gestarte werkgroep ‘Diversiteit’ verkent momenteel hoe ze een verbindende en kritisch constructieve partner kan zijn om universiteiten te ondersteunen in hoe ze kunnen omgaan met de aanwezige socio-culturele diversiteit in de aula’s en hoe we aan inclusieve wetenschapscommunicatie kunnen doen.

Christophe: Daarnaast werken verschillende van onze leden samen met vertegenwoordigers van de universiteiten en departement EWI aan het Open Science beleid in Vlaanderen om werk te maken van toegankelijke wetenschap voor iedereen en loopt er een ‘pairing scheme’ waarbij 20 wetenschappers en 20 parlementsleden aan elkaar gekoppeld worden om elkaars leefwereld, noden en manier van communiceren te verkennen onder de toepasselijke titel ‘Science Meets Parliament’. Onze kunstenaars lanceren dit voorjaar ook het boek ‘Overlap’, waarin 52 werken opgenomen en besproken zijn. Elk werk bevindt zich op het snijpunt tussen kunst en wetenschap. Die lancering zal gebeuren aan alle Vlaamse universiteiten en telkens gepaard gaan met een Covid-proof mini-tentoonstelling. Iets om naar uit te kijken dus! Net zoals naar de nieuwe MaJa (het gratis magazine van de Jonge Academie) dat in maart uitkomt en de Covid-crisis belicht zoals we die het afgelopen jaar nog niét gezien hebben.

Hoe belangrijk is wetenschapscommunicatie en op welke manier probeert u of de Jonge Academie hieraan bij te dragen?

Christophe: Zoals Jozefien eerder zei is wetenschapscommunicatie één van de speerpunten van de Jonge Academie. Het is voor onderzoekers vanzelfsprekend om onderzoeksresultaten te communiceren naar vakgenoten, experts en beleidsmakers. Dat doen we al heel lang en is uitermate belangrijk. Maar daarnaast - en zeker in het zogenaamde post-truth tijdperk - is het ook belangrijk om die resultaten tot bij de gewone burger te brengen. Het creëren van maatschappelijke impact staat steeds centraler in de manier waarop we aan wetenschap doen en dat is maar goed ook. Veel wetenschappelijk onderzoek wordt immers gefinancierd met gemeenschapsmiddelen en de belastingbetalers - degenen die ultiem onze wetenschapsbeoefening financieren - hebben het recht te weten wat er met hun belastinggeld wordt gedaan. Dat betekent niet dat de burger aan prioriteitenstelling van onderzoek moet gaat doen, maar wél dat burgers goed geïnformeerd moeten worden over wat wetenschap ís en hoe belangrijk het is. Het aangaan van die dialoog tussen wetenschapper en burger is cruciaal om het vertrouwen in de wetenschap als geheel te behouden en waar mogelijk zelfs te versterken.

Jozefien: Alle onderzoekers zouden zich dan ook de vraag moeten stellen wat hun onderzoeksresultaten kunnen betekenen voor de gewone burger, zonder dat dit hoeft te betekenen dat álle onderzoek ook daadwerkelijk tot in ieders huiskamer moet worden gebracht.  Voor sommige onderzoeken, zoals in de zuivere wiskunde bijvoorbeeld, is dat moeilijk haalbaar. En laat ons ook niet vergeten dat de directe maatschappelijke of economische impact van sommige onderzoeken soms beperkt is, maar dat de wetenschappelijke impact wél heel groot is, dat het ons denken radicaal verandert of verruimt, en op termijn misschien tot een grote maatschappelijke impact kan leiden. Maar, het meeste onderzoek heeft op korte of middellange termijn wél een mogelijke impact op het leven van de burger en is wél vertaalbaar naar het grote publiek. En dan is het belangrijk om daar maximaal op in te zetten om de redenen die Christophe net noemde.

Christophe: Vandaar dat we met de Jonge Academie volop proberen bijdragen aan verschillende initiatieven rond wetenschapscommunicatie. Wie kent er ondertussen niet de colleges of podcasts van de Universiteit van Vlaanderen? Samen met de universiteiten en de mediapartners dragen we daar als Jonge Academie actief aan bij. Maar ook de PhD Cup en de jaarlijkse wetenschapscommunicatie-prijzen van de KVAB zijn initiatieven die we vanuit de Jonge Academie mee ondersteunen.

Wat zijn uw toekomstplannen?

Christophe: Op professioneel vlak is dat in de eerste plaats het Institute for International Research on Criminal Policy, de onderzoeksgroep aan de UGent waarin ik als onderzoeksprofessor participeer samen met de onderzoekers en doctoraatsstudenten die ik mag begeleiden verder helpen uitbouwen. Het aanvragen van onderzoeksfinanciering bij het FWO speelt daar uiteraard een sleutelrol in. Daarnaast ben ik ook nauw betrokken bij i4S. Dat is een pas geïnitieerd consortium dat gericht is op het economische valoriseren van het onderzoek binnen de Associatie Universiteit Gent op het snijvlak van enerzijds criminaliteit en veiligheid en anderzijds technologie, digitalisering en privacy. Daar wil ik me de komende jaren op toeleggen en mijn schouders mee onder zetten. En uiteraard ga ik de komende twee jaar het engagement aan om samen met Jozefien het reilen en zeilen binnen de Jonge Academie in goede banen te leiden. Daar kijk ik echt naar uit! In combinatie met mijn gezinsleven, beloven dat drukke, maar boeiende tijden te worden.

Jozefien: Mijn grootste uitdaging en plan voor de komende jaren ligt in het balanceren van mijn werk als onderzoeksprofessor aan het Centrum voor Sociale en Culturele Psychologie aan de KU Leuven met mijn maatschappelijk engagement voor de JA en mijn rol als “mom of 2 under 2”. Mezelf kennende functioneer ik best als ik al deze zaken die me energie geven met elkaar kan combineren. Gelukkig wordt dit mee mogelijk gemaakt door mijn fantastische collega’s en doctoraatsstudenten met wie ik bouw aan een onderzoekslijn over hoe contact met een andere culturele context veranderingen kan teweegbrengen in fundamentele psychologische processen, zoals emotie, zelf-concept en cognitie; de (internationale) collega’s en ngo’s met wie ik onderzoek doe naar hoe de omgang met socio-culturele diversiteit in het onderwijs de leerprestaties en het welzijn van jongeren beïnvloedt; de perfect-geoliede JA-machine; en de onontbeerlijke mentale en praktische steun van mijn (ook 4/5e werkende) partner die een jonge professor is aan de VUB.