Interactief voorlezen

https://www.fwo.be/nl/onderzoekers-in-beeld/onderzoekers-vertellen/silke-van-parys/

Voorlezen is veel meer dan alleen maar een leuk tijdverdrijf thuis, op school of in de bibliotheek. Het heeft positieve effecten op heel veel verschillende terreinen:

  • Taalontwikkeling en woordenschat
  • Sociale en emotionele ontwikkeling
  • Fantasie
  • Leesplezier

én wat ook heel belangrijk is, kinderen van verschillende leeftijden, achtergronden en taalniveaus hebben allemaal baat bij voorlezen (Iedereen Leest, 2018).

Al op erg jonge leeftijd ervaren kinderen de vele voordelen van voorlezen. De regel hierbij is eigenlijk zelf; hoe vroeger hoe beter. Naast vroeg beginnen voorlezen is ook continuïteit in dat voorleespatroon erg belangrijk. De positieve effecten van voorlezen blijven immers doorwerken tot ver in de basisschool (Iedereen Leest, 2018). Ondanks alle voordelen, zien we echter dat voorlezen bij de overgang naar het lager onderwijs vaak zowel binnen onderzoek als in de praktijk wat meer naar de achtergrond verdwijnt. Daar probeer ik met mijn FWO-onderzoeksproject mee iets aan te veranderen.

Onderzoek (Mol, Bus & de Jong, 2009; Mol, Bus, de Jong & Smeets, 2008) toonde aan dat wanneer we naar voorlezen kijken, interactief voorlezen als voorleesmethode één van de meest veelbelovende activiteiten is om de algemene taalontwikkeling en woordenschat van kinderen te bevorderen. Interactief voorlezen is het stimuleren van input van kinderen tijdens het voorlezen door het stellen van open vragen of het geven van opmerkingen die het enthousiasme en de leermogelijkheden van kinderen ondersteunen. Dit doe je door positief te bekrachtigen of de tekst te relateren aan betekenisvolle ervaringen (Mol et al., 2009; Whitehurst et al., 1988) Het is dus een manier van voorlezen waarbij de kinderen erg betrokken zijn. Eerder dan éénrichtingsverkeer, is er tijdens het voorlezen interactie tussen alle betrokken actoren.

In mijn FWO-onderzoeksproject wordt dan ook gefocust op interactief voorlezen aan het begin van het lager onderwijs. Eerst en vooral zijn wij de microstructuur van de interacties tijdens interactieve voorleesactiviteit gaan bekijken. We bestudeerden hoe input van zowel de kinderen als de voorlezer tijdens voorlezen in het 1e en 2e leerjaar eruitziet aan de hand van verschillende technieken (descriptieve analyses, regressieanalyses en process mining). Zo kregen we inzichten in vraagstelling en structuren tijdens het voorlezen en ook in hoe die van elkaar verschillen bij leerlingen met verschillende achtergronden. Deze input gebruikten we vervolgens om een grootschalige, empirisch onderbouwde interventiestudie op te zetten in het 1e leerjaar waarbij we leraren professionaliseerden in interactief voorlezen. We gingen het effect na van deze voorleesactiviteiten op expressieve woordenschatontwikkeling (i.e. het zelf gebruiken van woorden), verhaalbegrip en motivatie van de leerlingen. De eerste resultaten van de interventie zijn erg veelbelovend en wijzen in de richting van een blijvend effect op de taalvaardigheid van kinderen in het eerste leerjaar.

Des te meer reden dus om te blijven voorlezen!