Taxonomische wanorde: Een filosofisch-taxonomisch onderzoek naar de rol van waarden in soortenclassificatie

De soorten in het genus Giraffa zijn een mooi voorbeeld van taxonomische wanorde: afhankelijk van welke taxonomen en wetenschappelijke studies we volgen, zijn er momenteel tussen 2 en 6 soorten giraf Bron: Frank Zachos

De biodiversiteit daalt wereldwijd aan een snel tempo, en sommige wetenschappers spreken zelfs van een nieuwe massa-extinctie. Bepaalde studies schatten dat er jaarlijks ongeveer duizend soorten verdwijnen, wat het honderdvoudige zou zijn van wat er onder normale omstandigheden gebeurt. Deze sterke afname in biodiversiteit lijkt rechtstreeks verbonden met maatschappelijke problemen zoals klimaatverandering en het ontstaan van nieuwe besmettelijke ziektes. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat het oplossen – of tenminste verlichten – van de biodiversiteitscrisis vaak genoemd wordt als een van de belangrijkste uitdagingen voor onze maatschappij. Men kan immers verwachten dat een succesvolle aanpak van dit probleem ook andere grote bedreigingen kan milderen.

Verschillende wetenschappen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het aanpakken van deze crisis. Een ervan is de taxonomie, de biologische discipline die als doel heeft de biodiversiteit in kaart te brengen in de vorm van soortenclassificaties. Om de bestaande diversiteit te beschermen is het immers belangrijk om te weten welke diversiteit er is. Bovendien worden taxonomische classificaties ook gebruikt door andere disciplines die een cruciale rol spelen in het beschermen en begrijpen van de biodiversiteit. Zo wordt biodiversiteitsdata (genetisch, morfologisch, ecologisch, etc.) vaak samengebracht aan de hand van de namen van de soorten waarin de data verzameld werd. De taxonomie vormt zodoende een kapstok voor veel van wat we weten over de organische wereld. Kortom, de effectiviteit van de wetenschappelijke disciplines die de levende wereld bestuderen hangt dus deels af van de kwaliteit van de taxonomie.

Het is niet eenvoudig een volledige en kwaliteitsvolle inventaris van de bestaande biodiversiteit op te stellen. Hoewel biologen al eeuwen lang nieuwe soorten beschrijven, en er elke dag nog nieuwe soorten gevonden worden, kennen we met 1.5 miljoen erkende soorten momenteel slechts een kleine fractie (tussen minder dan 0.1% en 10%, afhankelijk van de schatting) van de biodiversiteit. Bovendien is het ook onduidelijk hoe betrouwbaar de bestaande inventaris is. Verschillende taxonomen gebruiken verschillende criteria om soorten te erkennen, zodat deze vaak niet vergelijkbaar zijn. Er is wel enige overeenstemming dat een soort een evolutionair onafhankelijke populatie of groep van populaties is, maar sommige taxonomen gebruiken genetische informatie om de evolutionaire onafhankelijkheid te bepalen, terwijl andere vooral rekening houden met verschillen in uiterlijk of gedrag. Dit is geen teken van het falen van taxonomen, maar een gevolg van de complexiteit van de organische wereld. Omdat evolutie een gradueel proces is dat werkt aan de hand van een brede waaier van mechanismen, laten evolutionaire producten (zoals soorten) zich vaak niet goed vangen in de mooi afgelijnde hokjes van een classificatie. Vaak zijn er simpelweg verschillende classificaties die wetenschappelijk verantwoord zijn. Bijgevolg zijn er veel taxonomische beslissingen die niet volledig bepaald worden door de beschikbare evidentie. Bovendien kan men onder redelijke mensen van mening verschillen over hoe evolutionair onafhankelijk een populatie moet zijn om als een aparte soort te gelden. Verder zijn de middelen voor taxonomisch onderzoek erg beperkt. Dat betekent dat het vaak niet mogelijk is om bestaande classificaties na te kijken, of om veel evidentie te verzamelen voor nieuwe classificaties. Opnieuw komt het erop neer dat sommige beslissingen in het inventariseren van biodiversiteit niet volledig bepaald worden door harde feiten.

Het gevolg is dat sommige wetenschappers spreken over ' taxonomische chaos': soortenclassificaties worden niet enkel bepaald door wetenschappelijke inzichten en observaties, maar ook door andere factoren. Omdat deze factoren sterk kunnen variëren tussen taxonomen, leidt dit tot grote verschillen in de classificaties die ze opstellen. Vaak zijn dit praktische factoren, zoals de aard van de evidentie die men kan verwerken met het beschikbare budget, de methodes die men toevallig beheerst, het gemak waarmee organismen zich laten verzamelen, etc. Maar ook factoren die duidelijk een waardeoordeel inhouden, spelen soms een rol. Zo is het soms het geval dat enkel groepen erkend als soort beschermd kunnen worden, zodat taxonomen met het oog op bescherming er soms voor kiezen een groep eerder als soort dan als ondersoort te erkennen.

In ons interdisciplinair FWO project verzamelen we de expertise van taxonomen en wetenschapsfilosofen om patronen in de taxonomische wanorde in kaart te brengen, en om na te denken over een oplossing voor de problemen die ermee verbonden zijn. Het is voor het project belangrijk om onderzoekers van deze disciplines te laten samenwerken. Een goed begrip van taxonomische wanorde vereist enerzijds een zeer grondige kennis van soortenclassificatie, en lange ervaring met de praktische kant van het inventariseren en classificeren. Taxonomen brengen deze kennis en ervaring aan. Anderzijds zijn er ook wetenschapsfilosofen nodig om een meer algemeen inzicht te kunnen bieden in de rol die waarden kunnen, mogen of moeten spelen in wetenschap. Wetenschapsfilosofen zijn ook goed geplaatst om te verkennen  hoe onenigheid tussen wetenschappers kan worden opgelost als de feiten niet gewoon voor zich spreken.

In de eerste plaats is het onderzoek erop gericht de oorzaken en patronen van taxonomische wanorde in kaart te brengen: Hoe maken taxonomen beslissingen die niet bepaald zijn door de evidentie waarover ze beschikken? Van welke takken van de biologische diversiteit kunnen we vermoeden dat hun classificaties zeer onvolledig zijn? In welke taxonomische domeinen (vogels, gewervelden, algen?) is er uitzonderlijk veel onenigheid, en wat ligt aan de basis van die onenigheid? Deze en gelijkaardige vragen proberen we te beantwoorden aan de hand van de observatie van taxonomisch onderzoek en interviews met taxonomen. We maken daarvoor ook gebruik van text mining van taxonomische artikels, waarbij digitale technieken worden ingeschakeld om grote hoeveelheden tekst op een geautomatiseerde manier te analyseren.

De antwoorden op deze vragen worden in een tweede stap gebruikt voor het ontwikkelen van oplossingen voor de taxonomische wanorde. Eén dergelijke oplossing is het ontwikkelen van een consensus-lijst van alle gekende soorten. Een dergelijke lijst zou tenminste bij gebruikers van de taxonomie veel verwarring wegnemen, en zou ook efficiënter zijn omdat er momenteel veel concurrerende lijsten bestaan. ’Een dergelijke lijst bestaat al in de vorm van de Catalogue of Life, maar wordt vandaag niet algemeen erkend en gebruikt. Een van de doelen van ons project is te onderzoeken wat er nodig is om consensus te ontwikkelen bij gebruikers van de taxonomie en taxonomen over een dergelijke 'master list'.