Horizon Europe Cofund-partnerschappen

In kader van het nieuwe Horizon Europe kaderprogramma worden verschillende types partnerschappen geïnitieerd door de Europese Commissie, in nauw overleg met de lidstaten en haar relevante O&I-actoren. Deze partnerschappen bestrijken verschillende wetenschapsgebieden. Het FWO participeert binnen de zogenaamde ‘cofund-partnerschappen’ (‘co-funded partnerships’), omdat dit het aangewezen instrument is binnen het ERA-ecosysteem voor een onderzoeksfinancier zoals het FWO. Naast een waaier aan O&I-activiteiten worden in een dergelijk partnership open, externe periodieke oproepen voor onderzoeksfinanciering  georganiseerd. Die laatste vormen ook meteen de essentie van de FWO-participatie.

De FWO-deelname aan de Europese, multilaterale samenwerkingsverbanden wordt hiermee verder bestendigd, volgend op een uitgebreide deelname aan H2020-programma’s (o.a. ERA-NET, EJP).

Europese cofund-partnerschappen zijn initiatieven waarbij de EU-lidstaten samen met de Europese Commissie een gemeenschappelijk O&I-programma opzetten, door het afsluiten van een zogenaamde ‘grant agreement’. Dit samenwerkingsverband heeft als doel om nationale/regionale onderzoeksprogrammas’s binnen bepaalde brede thematieken in Europa op elkaar af te stemmen, duplicatie en fragmentatie tegen te gaan en van schaalvergroting gebruik te kunnen maken voor verschillende wetenschapsdomeinen.

Naast de bijdragen in natura (‘in-kind’) en de financiële bijdragen (‘in cash’) van lidstaten en eventueel andere landen (e.g. geassocieerde landen, maar evenzeer niet Europese-landen met een strategisch belang binnen een welbepaalde brede thematiek), worden de beschikbare middelen aangevuld met een aanzienlijk deel EC-middelen (‘cofund-model’), om tot een ruim opgezet programma te komen met als doel impact te creëren op nationaal niveau.

Deze partnerschappen zullen elk op zich gedurende de komende jaren een waaier aan activiteiten initiëren (zoals het ontwikkelen van nieuwe kennis, monitoringsactiviteiten, sciene-policy/society interface, internationalisering, e.a.), waarvan oproepen voor onderzoeksprojecten integraal deel zullen uitmaken. Het FWO zal zich voor Vlaanderen, als onderzoeksfinancier, de komende jaren binnen deze onderzoeksoproepen engageren, waarbij het uiteraard ook keuzes zal moeten maken.

Het FWO vervolgt met zijn deelname aan dit instrument zijn uitgebreide deelname aan de H2020-onderzoeksprogramma’s (e.g. ERA-NET, EJP) gedurende de voorbije jaren, om onderzoekers in Vlaanderen de mogelijkheid te blijven bieden en aan te moedigen samen te werken met hun collega’s in Europese of andere landen.

Voorafgaand aan de uiteindelijke selectie van partnerschappen waaraan het FWO zal participeren werd een open consultatie georganiseerd binnen Vlaanderen, gericht aan een veelheid aan actoren.

Via de uitgevoerde bevraging tracht het FWO een beeld te krijgen van het Vlaamse onderzoekslandschap m.b.t. een specifiek partnerschap, gelinkt aan een wetenschappelijk domein. Met name ging het FWO na of er voldoende interesse, capaciteit en mogelijkheden binnen Vlaanderen bestaan, gezien de significante financiële investering. Mede op basis hiervan kon de raad van bestuur van het FWO beslissen waarbinnen het FWO zich de komende jaren dient te engageren.

De Vlaamse O&I stakeholders in brede zin konden via deze weg hun advies uitbrengen over de vraag of FWO-deelname aan een bepaald partnerschap opportuun is, aan de hand van enkele hoofdvragen, zijnde:

  • de capaciteit aan Vlaamse onderzoeksinstellingen;
  • het belang van deelname voor de Vlaamse O&I-actoren in brede zin;
  • de geschiktheid van de FWO-financieringskanalen voor deelname;
  • de meerwaarde van een Europees en multilateraal kader.

Het betrof een open bevraging die ruim werd verspreid, om voldoende zichtbaarheid te genereren. De initieel rechtstreeks aangeschreven partijen betroffen:

  • de Vlaamse leden van de FWO expertpanels (mandaten en projecten);
  • de diensten voor onderzoekscoördinatie van de hoofdonthaalinstellingen voor FWO-projecten, de Strategische Onderzoekscentra (SOC), evenals verschillende Vlaamse onderzoeksinstellingen;
  • de Belgische contactpersonen betrokken in de partnerschapdiscussies;
  • de Vlaamse ‘Programme Committee’ leden, betrokken in H2020;
  • EWI-contactpersonen betrokken in het Vlaamse Wetenschapsbeleid.

Als het FWO joint calls ondersteunt binnen de cofund-partnerschappen dan is hiervoor een bedrag van circa €350.000 (inclusief overhead) beschikbaar, al kan hier van worden afgeweken in specifieke gevallen, en dit doorgaans voor twee onderzoeksprojecten van drie jaar. Behalve specifieke bepalingen van het partnerschap in kwestie, gelden voor Vlaamse aanvragers de regels van de FWO-onderzoeksprojecten fundamenteel onderzoek (‘FO-projecten’) of die van de SBO-onderzoeksprojecten van het FWO, die in dit kader weliswaar een minder zware procedure behelzen dan wanneer ze aangevraagd worden tijdens een FWO-oproep.

Niet tegenstaand bestaan er ook afwijkingen ten aanzien van het reguliere FWO-oproepkader, die in de oproepteksten en FWO-deelnamemodaliteiten per oproep worden verduidelijkt, waaronder:

  • Projecten hebben een maximale looptijd van 36 maanden en dienen zo te worden gebudgetteerd. Automatische verlengingen worden binnen dit deelnamekader niet toegestaan, wat maakt dat de per project toegekende middelen binnen de voorziene projectduur moeten aangewend worden.
  • Deelname aan oproepen in dit kader interfereert niet met de reguliere FWO-projectdeelname en wordt dus niet mee in rekening gebracht voor wat betreft het maximum aantal aanvraagbare/lopende projecten.
  • Er is een specifieke DMP-regeling van toepassing in de context van deze transnationale projecten;
  • SBO-projecten gericht op de ontwikkeling van een ‘spin off’ zijn niet ontvankelijk in dit kader;

De FWO-aanvragers dienen hun onderzoeksvoorstel rechtstreeks bij het oproepsecretariaat van een welbepaalde oproep in en hoeven geen afzonderlijke aanvraag aan het FWO te bezorgen. Voor SBO-projecten in kader van de partnerschappen dient wel, op voorhand, een summier valorisatieplan te worden aangeleverd, wat wordt verduidelijkt in de deelnamemodaliteiten per oproep.

Het FWO baseert zich enkel op de rangschikking van de consortiumaanvragen door een transnationaal en ‘ad hoc’ samengesteld internationaal evaluatiepanel, om te beslissen welk Vlaams (FWO-)project wordt ondersteund. De aanvrager van dat project sluit dan zowel met zijn consortiumpartners als met het FWO een overeenkomst af.

Het FWO is lid - of plant dat althans te worden - van de volgende cofund-partnerschappen, die in een latere fase verder zullen worden aangevuld met bijkomende initiatieven:

  • Biodiversity+ partnership: The European Biodiversity Partnership;
  • Driving Urban Transitions to a Sustainable Future partnership (DUT): Partnership for tackling Urban Challenges;
  • ERA For Health partnership: Fostering an European Research Area for Health Research;
  • Sustainable Blue Economy partnership: Partnership for a climate neutral, sustainable and productive Blue Economy;
  • Water4All partnership: Water Security for the planet.