Onderzoekers van VIB en de Vrije Universiteit Brussel hebben een nieuwe methode ontwikkeld om te bestuderen hoe het immuunsysteem zich gedraagt in longtumoren. Ze maakten een van de meest gedetailleerde immuunkaarten tot nu toe van longadenocarcinoom, de meest voorkomende vorm van longkanker. Hun resultaten verschenen in Nature Communications.
Longkanker is verantwoordelijk voor bijna 20% van alle kankergerelateerde overlijdens, en daarmee wereldwijd de belangrijkste oorzaak van sterfte door kanker. Nieuwe therapieën worden meestal eerst getest in preklinische modellen waarbij tumorcellen onder de huid van muizen worden geïmplanteerd. Die modellen zijn praktisch, maar ze weerspiegelen de unieke immuunomgeving van de long niet, wat de vertaling naar menselijke patiënten moeilijk maakt.
Het team van Prof. Laoui ontwikkelde daarom een model voor longadenocarcinoom waarbij de tumor rechtstreeks in de long groeit. Een belangrijk voordeel is dat de onderzoekers tumoren afzonderlijk kunnen analyseren, los van het omliggende gezonde longweefsel. Dat gebeurt ook zo bij patiëntstalen in het ziekenhuis.
Wanneer het team hun model vergeleek met datasets van menselijke longtumoren, bleek het sterk overeen te komen met wat men bij patiënten ziet. Zo vonden ze onder meer slecht functionerende natural killer-cellen in tumoren en een toename van onderdrukkende en uitgeputte T cell-types.
“Ons doel was een model te bouwen dat echt weerspiegelt wat we bij patiënten zien”, zegt Pauline Bardet (VIB-VUB), doctoraatsstudente en co-eerste auteur van de studie. “Door de tumor in zijn natuurlijke omgeving — de long — te plaatsen, zien we immuundynamieken die volledig ontbreken in onderhuidse modellen.”
“Of een therapie werkt of niet, hangt sterk af van hoe immuuncellen zich in echte tumoren gedragen”, zegt Prof. Damya Laoui (VIB-VUB Centrum voor Inflammatieonderzoek). “Als onze modellen de biologie van patiënten niet goed weerspiegelen, kunnen we verkeerde conclusies trekken. Met ons werk brengen we preklinisch onderzoek een stap dichter bij de kliniek.”